Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘verhaal’

Terug naar de inhoudsopgave

Hoe moe kan een hond zijn?

Ik moet beginnen met mijn excuses te maken. Gisteren heb ik mij beklaagd over het feit dat ik niet bij de bazen op bed mocht slapen. U zult wel denken ‘Wat een watje is die Yuta. Ze kan toch ook wel slapen zonder bij de bazen te liggen?’ Laat mij ronduit bekennen dat u daar helemaal gelijk in hebt. Ik heb de eerste nacht hier slecht geslapen, maar dat kwam vooral doordat ik de hele dag in de auto zo lekker heb liggen doezelen. Ik was helemaal niet moe en dat is mij ’s nachts opgebroken.

Gisteren hebben wij echter uitgebreid gewandeld. Ik ben vrijwel de hele dag in touw geweest en daardoor heb ik vannacht werkelijk heerlijk geslapen. De bazen heb ik geen moment gemist. Ik had mooie dromen over de vreemde wereld waarin ik terecht ben gekomen. Er is hier niet alleen maar een wereld voor mij en achter mij, maar ook boven mij en onder mij. Ik kom ogen en neusgaten tekort. Er hangen zoveel geuren hier, de een nog lekkerder dan de ander. Het is werkelijk een groot genot om als hond hier rond te mogen lopen en al dat lekkers op te snuiven. Het komt echt van alle kanten op mij af.

Vanmorgen ging de bazin al vroeg met mij uit. We staken de weg over en gingen een pad op dat naar de bovenwereld leidt. Ik had daar nog niet echt trek in. Omhoog lopen is behoorlijk vermoeiend, ook als je vier poten hebt zoals ik. Ik probeer dan ook regelmatig om even uit te blazen. De bazin denkt dat ik dan loop te snuffelen, maar dat is camouflage. Ik schaam mij een beetje dat zij ogenschijnlijk zo makkelijk omhoog loopt. De bazin vindt het vervelend als ik treuzel en trekt soms behoorlijk hard aan de lijn, waardoor mijn halsband strak wordt getrokken. Nu kan ik daar wel tegen, maar echt prettig is anders, dus uiteindelijk geef ik steeds toch maar weer toe.

Ik heb ook heugelijk nieuws. Vanochtend had ik geen last meer van mijn vakantieobstipatie. Dat had ik nog niet gemeld, maar nu durf ik er wel voor uit te komen: ik kon niet poepen. Gelukkig is dat nu verleden tijd. Vanochtend heb ik aan het begin van de wandeling meteen een drol neergelegd, waar mijn bazin luidkeels “U” tegen zei. Vanmiddag heb ik dat kunststukje tot grote vreugde van beide bazen nog eens herhaald.

De dag begon dus met een wandeling met de bazin, terwijl de baas naar een benzinepomp ging om brötchen te halen. Geen idee wat dat is, maar ze waren er allebei erg enthousiast over. Ze hebben ze mij niet laten proeven dus ik kan u niet vertellen of hun enthousiasme terecht was of niet.
Na het ontbijt was er al snel actie. Ik moest mee naar de auto en we reden een tijdje tot de baas parkeerde en we over een asfalt weg omhoog moesten lopen. De weg was nog lekker koel aan mijn poten en ik vond het erg prettig. En toen ineens was daar de grote verrassing… de zee. Althans het leek er wel op. Heel veel water met allemaal bergen er om heen. Dat hadden ze meteen wel mogen zeggen, dat we naar het strand gingen. Mijn staart maakte een aantal vreugdekwispels en mijn waterminnende hart sloeg een paar keer over van opwinding.

Maar hoe bedrogen kun je worden? De baas las op een bord dat het hier ging om een Trinkwasserstausee en dat het ‘betreten der Ufer strengstens verboten war.’ Niks waterfeest dus. Lopen en snuffelen is leuk, maar een waterballet zou de feestvreugde toch aanmerkelijk vergroot hebben.


[klik op de pijl om de film te starten] 

We brachten al met al meer dan een uur zoet met langs de Stausee te lopen voordat we weer naar het huisje gingen, waar ik mijn middagmaal kreeg en even lekker de ogen kon sluiten in het gras achter ons huisje.

De bazen zaten te lezen en ik hield mij gedeisd zodat ik ze niet op het idee bracht om weer ergens omhoog te gaan lopen. Maar wat ik deze week ook zal bedenken, ik denk niet dat het gaat lukken om hen daarvan te weerhouden. Rond een uur of twee was het weer raak. De baas sloot zijn elektronische boek af en stelde voor om weer te gaan wandelen. Hij mompelt dan steeds zoiets van dat het goed voor zijn buik is, maar volgens mij is het heel slecht voor zijn buik, want die begint behoorlijk te verschrompelen. Als hij zo doorgaat houdt hij geen buik meer over, dat zal toch niet zijn bedoeling zijn?

We liepen lang omhoog, eerst door het bos. Lekker in de schaduw, daarna in open gebied lekker in de wind. De omstandigheden voor een hond waren best goed dus. We kwamen weer langs het natuurtheater waar we gisteren ook waren geweest en daalden vervolgens een hele tijd steil af. Ineens kreeg ik de lucht van water weer in mijn neus. Ik zag ook het kleine beekje waarin ik gisteren nog heb gepoedeld. Zouden we echt bij het waterreservoir zijn waar ik gisteren ineens in mocht? Ik durfde het haast niet te geloven na de teleurstelling van heden morgen, maar het bleek echt waar. Het bekken zag ik al van verre liggen, maar ik hield me groot en ben niet strak aan de lijn met een dikke kont voor de baas uit gaan lopen trekken. Toen we bij het bekken waren heb ik hem zelfs eerst maar eens vragend aangekeken of het goed begrepen had. Was het echt de bedoeling…?

“Toe maar Yuta.”

Tja en dat liet ik mij natuurlijk geen twee keer zeggen. Wat een genot. Mijn verhitte lijf knapte enorm op van de koele streling van het water. Ik was in een paar minuten herboren, maar dat heb ik niet laten merken anders had ik er weer uit gemoeten.

.

.

Toen we eenmaal verder gingen had ik weer energie voor tien. Ik heb dan ook zo’n beetje alle takken uit het bos verplaatst. Dat was hard nodig, want ze lagen schots en scheef door elkaar. Ik ontdekte ook nog een hertebok met een gewei  met twee takken. Ik wilde er zo graag achter aan, dat ik de baas bijna omver trok. Het had overigens geen zin gehad, want het hert was zo snel weg, dat ik nooit op tijd beneden was geweest.

Moe en voldaan keerden we terug in Langenbach, waar de bazen een Nederlands echtpaar tegenkwamen, dat zojuist was aangekomen in Ferienhaus Linde. Een fraai en zeer rustig hotel, dat door Nederlanders wordt bestierd. Ze gingen met hen mee en via een steile trap bereikten we een terras, waar ze grote glazen Weizenbier gingen drinken.
Ik moest mij tevreden stellen met een bak water.

U begrijpt dat het voor mij een vermoeiende dag was. ’s Avonds ben ik dan ook al snel in diepe, diepe slaap gevallen. Volgens mijn bazen heb ik vreselijk liggen schudden van alle dromen. Heel goed mogelijk, maar ik kan het bevestigen noch ontkennen.

Omdat mijn arme hondenpoten zeer beginnen te doen van het typen, stop ik nu dit verslag van een heerlijke week in een prachtige omgeving. Fijn dat u even tijd voor mij hebt vrijgemaakt. Je wilt als sociale hond toch ook je verhaal graag kwijt nietwaar. Hartelijk dank voor uw aandacht en wie weet, tot de volgende keer.

.

(Lees ook deel 1 en deel 2)

.

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Een geurende wereld

Helaas heeft dit uitstapje voor mij ook een negatieve kant. De bijna 80 jaar oude vrouw die het huisje aan mijn bazen heeft verhuurd vindt het niet goed dat ik bij hen slaap. Ze zei het niet met zoveel woorden, maar mijn bazen konden er niet onderuit te doen alsof zij het bezopen vinden dat mensen hun hond bij hen op bed laten slapen. Bij tegenslag leer je dus je vrienden kennen. Stelletje slapjanussen. 

Gisteravond hebben wij na aankomst een verkennende wandeling in de directe omgeving van ons huisje gemaakt. Het is wel een spannende wereld hier hoor. Er valt heel veel te ruiken. Het gras ziet er ook heel anders uit dan thuis. Om te beginnen zijn er een heleboel grasvelden die veel groter zijn dan aan de Buizerdlaan in Hoogeveen. En er groeien hier ook nog eens een heleboel bloemen in. Mijn baas heeft het dan over de kleuren, maar dat zegt mij als, half kleurenblinde, hond niet zoveel. Ik let liever op de geuren en ik moet zeggen… deze wereld geurt heerlijk.

Meestal dan, want er zijn ook geuren…
Ik rook gisteravond opeens iets dat mij de adem benam. Ik geef het niet graag toe, maar ik werd bijna bang.

“Kijk een vos,” hoorde ik de baas roepen. Ik heb hem niet gezien, maar als die geur van hem was, dan zie ik er ook niet naar uit om ooit een vos tegen te komen.
“Licht roodbruin, ik heb hem helemaal gezien.”
De baas was opgetogen. Zijn hele vakantie leek er al een succes door.
“Ik zag zijn kont en zijn staart nog net wegschieten,” meldde de bazin.
Kijk, ieder dier zijn plezier, daar zal ik niets van zeggen. Dat ik dit enthousiasme overdreven vond, zal vermoedelijk mijn probleem zijn. Het zij zo. Een hond kan niet de hele wereld veranderen, al denk ik soms wel dat ik een aardig eind zou komen.

Ik moet nog even terugkomen op het verwijt dat ik mijn bazen daarstraks maakte over hun houding ten opzichte van de verhuurster. Ere wie ere toekomt, ze maakten van de bank een mooi bed voor mij. De bazin had twee hoeslakens meegenomen, omdat ze van plan was die voor mij te gebruiken op hun bed. Zo te zeggen om te voorkomen dat mijn uitvallende haren op het dekbed van de verhuurster zouden komen.

Die leken aanvankelijk dus voor niets de reis gemaakt te hebben, maar de baas kwam op het lumineuze idee, om een deel van de bank er mee te bekleden, zodat ik toch een beetje lekker kon liggen. Toch wel een lieverd die man hoor. Een beetje moeilijk in de omgang soms, maar hij heeft een hart van goud. Vooral als het om mij gaat.

(Lees ook deel 1 en deel 3)

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Huisje Hella

Zojuist heb ik mijn avondronde gelopen in een voor mij volkomen nieuw gebied. Het is hier kruidig en de paden lopen omhoog en omlaag. De hoogste tijd om u bij te praten dus.

Gisteravond had ik het al door. De baas en de bazin liepen met tassen heen en weer tussen ons huis en de auto. De bazin was erg tevreden.
“Zie je wel hoe weinig ruimte we nodig hebben voor de bagage deze keer?”
Ze was trots op zichzelf, dat begreep ik er wel uit.
“Ja en Yuta kan zo tenminste gewoon op de achterbank.”
Als hij niet zo schattig was zou ik hem een watje vinden, maar ja… mijn welbevinden heeft hij hoog in het vaandel staan en dat waardeer ik zeer.

Ik viel gisteravond dus in slaap met het idee dat er weer een reis naar zee op het programma stond. Het was dan ook een grote teleurstelling toen ik vanochtend merkte dat we een volkomen andere kant op reden. De bazin reed, dat zette mij meteen al op scherp. Niet dat zij niet goed rijdt, allesbehalve, maar ik had haar onlangs tegen de baas horen zeggen dat ze ‘eens wat anders wilde dan altijd maar naar de Slangenburg of Texel.’

Iets wat de baas niet schijnt te begrijpen. Hij mompelt dan vaak iets over zijn leeftijd. Dat hij niet meer zo nodig hoeft en dan trekt zij een wanhopig gezicht en vertelt hem dat het niet aan zijn leeftijd ligt maar aan zijn karakter. Als de baas echt in vorm is reageert hij daar weer op door te zeggen, dat ze er maar aan moet wennen dat hij dodelijk saai is en dat hij geen zin heeft om op zijn tachtigste (wat dat ook mag voorstellen) nog als een jonge god heen en weer te racen door heel Europa. Waarop zij het moede hoofd zwijgend laat zakken.

Je denkt dan dat zij toegeeft. Dat we wel weer naar Texel gaan, omdat dat dan toch even iets anders is dan de Slangenburg. Een keus waar ik mij wel in kan vinden. Op Texel mag ik lekker los op het strand. Ze nemen dan een lepel met een bal mee. Ik kan me dan helemaal suf rennen en als ik het warm krijg ga ik lekker in de zee badderen om af te koelen. Een groter genoegen kunnen ze mij niet bieden. Maar dit keer had ik me toch helemaal vergist. Mevrouw heeft op internet zitten zoeken en vond een huisje dat Hella heet. Het staat in Thüringen, Langenbach om precies te zijn. Thüringen ligt in Duitsland begreep ik uit hun gesprekken. Er schijnt ooit een ijzeren gordijn omheen gehangen te hebben, maar dat is iets waar een eenvoudige hond als ik geen weet van heeft.

Er wonen hier veel minder mensen en veel meer dieren dan in Nederland. De baas zei nog tegen de bazin, dat hij nu toch echt wel vindt dat het behoorlijk vol is in Nederland.
“Ook al zouden er helemaal geen buitenlanders in Nederland wonen, dan nog is het prop- en propvol. Het is net een grote stal met kippen. Veel te weinig ruimte, veel te veel kippen. Logisch dat er steeds meer agressiviteit ontstaat.”

Wat die kippen er nou mee te maken hebben? Hebt u enig idee?

(Lees ook deel 2 en deel 3)

.

.

.

.

Read Full Post »

Als ik een krant lees, naar de radio luister of naar de tv kijk doet het soms zeer aan mijn ogen en/of oren: de verbastering van het Nederlands. Dat een taal leeft is mooi. Dat een taal zich ontwikkelt ook, als het maar de goede kant op gaat. En daar wringt nou net de schoen. Het gaat de verkeerde kant op. De diversiteit wordt kleiner en kleiner. U wilt voorbeelden?

Houd u vast, hier komen ze.

.

Dodelijke slachtoffers.

Na een schietpartij op een Amerikaanse campus of in een winkelcentrum in Alphen aan de Rijn lees je in de krant altijd iets als “… onder de witte lakens drie van de dodelijke slachtoffers …”.
Ze zijn al slachtoffer en dan ook nog dodelijk? Als het niet zo tragisch was zou ik er om moeten lachen.

Het gaat hier natuurlijk om gedode (of omgekomen) slachtoffers. Mensen die bij een ongeluk of door geweld om het leven zijn gekomen. Aan hen is niets dodelijk. Het ongeluk, dan wel het geweld was dodelijk.
Met enige goede wil zou je een zelfmoordterrorist wel een dodelijk slachtoffer kunnen noemen. Slachtoffer van de ideologie die hem tot de daad verleidde en dodelijk omdat anderen mee de dood in gesleurd worden.

 

De media heeft.

Een krant is een medium. Een middel tot communicatie. De televisie ook, evenals de radio. Samen zijn zij media. Meervoud dus. “De media hebben” zou goed Nederlands zijn.

 

De Verenigde Staten heeft voor gestemd.

Verenigde Staten is meervoud. Er zijn er zelfs vijftig. Daarom moet de persoonsvorm ook in het meervoud. Dus: De Verenigde Staten hebben voor gestemd.
De Verenigde Naties zijn ook met meer, dus ook daar moet de persoonsvorm in het meervoud.

 

De gijzelaar bedreigde zijn slachtoffers.

Een gijzelaar is zelf een slachtoffer; namelijk van de gijzelnemer. Een gijzelnemer houdt mensen gegijzeld. De gijzelaars zijn degenen die gegijzeld worden.

Dus de gijzelnemer bedreigde zijn slachtoffers.

 

Het aantal jongeren waren

Dit is een linke. Hier moet je onderscheid maken tussen woordgroepen met “het aantal” en woordgroepen met “een aantal”.

Het aantal:
– het aantal jongeren was erg klein (correct)
– het aantal jongeren waren erg klein (fout)

Een aantal:
– een aantal jongeren was heel enthousiast (correct)
– een aantal jongeren waren heel enthousiast (ook correct)

.

Een groep toeschouwers waren boos.

Menigte is meervoud. Eén individu kan onmogelijk een menigte zijn. Toch is de persoonsvorm bij zo’n onderwerp enkelvoudig.

Dus:
– een groep toeschouwers was boos
– een kudde koeien stak de weg over

 

C.Q.

Dit is een hele erge. De afkorting is afkomstig uit het Latijn en staat voor ‘casu quo’ wat ‘in welk geval’ betekent.
Je kunt c.q. dus gebruiken in een zin als: “Ik zal er op tijd zijn, tenzij de trein vertraging heeft, in welk geval ik te laat ben.”

De zin wordt bij gebruik van c.q. dan:  “Ik zal er op tijd zijn, tenzij de trein vertraging heeft, c.q. ik te laat ben.”

Het correcte gebruik van c.q. kom je nergens meer tegen. Als je c.q. tegenkomt is het altijd in de betekenis van “dan wel”.
Bijvoorbeeld: Het vervoer wordt geregeld met de bus c.q. tram.

Van Kooten en de Bie lieten er lang geleden “Neerlandicus prof. dr. E.I. Kipping” over aan het woord.

 


 

 

 

 

 

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Het is al weer enige tijd geleden sinds wij elkaar spraken. Daar zijn voldoende oorzaken voor aan te wijzen, maar de belangrijkste is toch wel dat mijn baas het “te druk” had om mijn ghost-writer te zijn. U moet namelijk begrijpen dat het lastig typt met hondenpoten.

Vanmiddag heb ik het er met de baas eens over gehad tijdens de middagronde, die hij verrassend genoeg vrijwillig op zich nam. Normaal laat hij dat aan de bazin over, maar sinds kort verrast hij mij regelmatig met een extra ronde. Voor hem extra, dat begrijpt u wel hè. Bovenop de avondronde die wij altijd samen lopen. Ik snuffelend en hij mijmerend. Door de stille straten van een uitgestorven wijk in Hoogeveen.
Hij vindt dat Zen.
Maar niet overdag.
Ik vind dat Lui.
Maar sinds vorige week lijkt er toch iets van verandering in de lucht te hangen. Een oppervlakkig observator zou denken dat de naderende lente hem kriebels bezorgt. De reutjes worden ook allemaal wat onrustig, dus waarom de baas niet? Ik weet echter wel beter.
Het is zijn buik.
Die is te dik
En hij moet binnenkort weer naar de bloeddrukjuf. Zo’n lekker jong ding. Strak in het vel. Rondingen op de juiste plek en vooral in het juiste formaat. Ik weet wel hoe de baas daar op reageert.
En wat stelt hij daar tegenover?
Die buik…
Die moet dus weg…
Dus hij gaat nu -uit zichzelf- overdag met mij uit. En eerlijk is eerlijk, dan is ie niet kinderachtig. We blijven meer dan een uur weg. En vandaag nam hij zelfs een bal mee. Dat doet ie normaal gesproken alleen maar als de bazin ook mee gaat. Dan gaan we meestal naar het bos. Ik ren mij daar kapot en uiteraard weet ik een paar sloten waar altijd water in staat. Van dat heerlijk frisse en vooral natte water. Dat zo lekker de warmte uit mijn lijf haalt.
De baas heeft er een hekel aan om mij af te drogen en hij laat de bazin er als het enigszins kan voor opdraaien. Met een schijnheilig gezicht vraagt ie dan of zij “ook een tosti wil” en smeert hem snel naar de keuken.

Maar vorige week kwam daar opeens verandering in. We gingen naar de dijk. Aan de ene kant de Hoogeveense vaart aan de andere kant mijn favoriete sloot. Ik vermaak me daar goed. Beetje snuffelen, wat rennen en vooral veel badderen. En hij werd niet chagrijnig. Hoe vaak ik er ook in ging. Toen hij me na thuiskomst ook nog met een liefdevolle hand afdroogde begon ik me toch zorgen te maken, dat kunt u begrijpen. Ondertussen zijn we ook al twee keer op het grasveld bij de wielerbaan met de bal aan het rennen geweest. Althans… ik ren en de baas staat stil en trapt de bal weg. Er is daar een moddersloot met veel troep, maar ik mag er keer op keer in. En stel je voor… als we dan naar huis gaan, stuurt hij me nog een vijver in ook. Hij mompelt dan altijd zo iets van “Ga jij nou eerst maar even die troep uit je vacht spoelen.”

Het kan niet anders… oorzaak buik. Die wil hij kwijt. Dat is zeker. Hij schaamt zich er voor. Iedereen denkt dat ie op de brommer is en de helm onder zijn jas verbergt. Nou ja, ik vind het niet erg dat ie met me uitgaat. Hij is  best gezellig hoor. En eerlijk gezegd valt mijn ranke figuur mooi op naast die helm… pardon buik van hem.

Hopelijk raakt ie hem niet te snel kwijt. Ik vind het wel mooi zo.

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

De dubbeldekker van Texels Eigen Stoomboot Onderneming (kortweg TESO) vaart om 13:16 uur de veerhaven van Den Helder binnen, als mijn baas bij de kassa stopt om een ticket te kopen. Een betere timing is volgens hem niet mogelijk, maar daar ben ik het niet mee eens.
Ik was voor acht uur al buiten. Heb braaf geplast en gepoept en ik vind het zo langzamerhand wel weer tijd worden, maar ik zal wel weer moeten wachten, want ik ben tenslotte maar een hond die blij mag zijn dat de baas en de bazin mij op een weekje aan het strand trakteren.
Meteen na het ontbijt begon mijn bazin tassen te sjouwen. De baas bracht ze naar de auto en kwam kokhalzend terug. Dat is een vervelende gewoonte van hem. Altijd als we weggaan om iets leuks te doen wordt hij misselijk en U wilt niet weten wat een smerige geluiden hij dan produceert… Als welopgevoede hond schaam ik mij bijna dood op zo’n moment.

Eerlijk gezegd weet ik niet wat hem dan bezielt. Ik zou niet weggaan, als ik er zo misselijk van werd. Honden doen dat niet. Wij doen niks wat tegen onze zin is. Als wij iets doen dan kun je er zeker van zijn dat we het prettig vinden om te doen. Bij mensen schijnt dat toch wezenlijk anders te zijn. In ieder geval is het anders bij mijn baas.

Hij is overigens een geweldige baas. Als hij thuiskomt krijg ik altijd iets uit zijn linkerjaszak. Soms vergeet hij dat, maar dan help ik hem wel. Ik hoef dan alleen maar voor hem te gaan zitten en tegen hem op te kijken. In het ergste geval moet ik een keer met een voorpoot tegen zijn achterpoot tikken. En dan zegt hij meteen iets als: “Ach natuurlijk lieve schat van me. Als baasje thuis komt krijg jij altijd een brokje he? Baasje was het even vergeten.” Heel lief, maar de toon is wel wat irritant. Alsof ik een achterlijke hond ben, die niets begrijpt. Terwijl ik juist degene ben die hem er aan moet herinneren. Maar zo zijn mensen nou eenmaal. Die denken dat ze superieur aan ons zijn.

Maar goed, mijn baas krijgt altijd de zenuwen als hij weg moet. Hij schijnt niet zo goed tegen vertrekken te kunnen, want als we eenmaal onderweg zijn, kalmeert hij snel en merk je niets meer aan hem. De bazin vraagt dan nog wel eens of hij nog zenuwachtig is en dat snap ik dan weer niet. Zij wil altijd zo graag iets ondernemen, lekker een paar daagjes weg. Het is voor haar niet leuk dat de baas duidelijk moeite heeft met weggaan. Dus waarom dan, als hij volledig gekalmeerd lijkt, onderweg nog eens weer beginnen over die zenuwen? Dat snap ik nou niet. Voor je het weet krijgt hij weer de zenuwen en zet hij de auto aan de kant, omdat hij moet poepen en als de baas moet poepen, dat moet hij ook altijd meteen poepen. En met meteen bedoelt hij niet over tien seconden of zo, meteen is bij hem gewoon nu. Hier, waar dat ook is. Volgens mij is hij in staat om in een drukke winkelstraat midden op straat zijn broek te laten zakken als hij moet. Hier en nu heeft bij hem een heel dreigende betekenis. Mocht U hem ooit ontmoeten, denk daar dan aan.

Misschien vindt U het vreemd dat ik mij tot U richt, per slot van rekening ben ik een hond en U een mens. Misschien verbaast het U, maar ik ben niet eens de eerste hond die zich tot mensen richt. De hond van schrijver Martin Bril ging mij voor. In ‘Mijn leven als hond’, vertelt hij over het leven in het het gezin waar hij woont. Mijn baas en de bazin vonden het een prachtig verhaal. En ik …? Ik geneer mij een beetje om het te bekennen, ik was een beetje jaloers. Dat wilde ik ook wel. Een verhaal vertellen. Alleen … waarover ga je dan vertellen? Wat vinden mensen interessant om te lezen? Het is U misschien wel eens opgevallen dat wij honden niet zoveel met elkaar praten. Als we elkaar tegenkomen zijn we vooral geïnteresseerd in elkaars anale geuren. Daarom snuffelen we ook zoveel aan elkaars achterste.

Mijn baas zegt vaak tegen anderen, dat het maar goed is “dat wij elkaar niet zo begroeten.” Dat zegt hij altijd als we een hond tegenkomen die begeleid wordt door de bazin. Hij bedoelt daarmee dat het maar goed is dat de bazin van die hond niet op straat aan de kont van mijn baas gaat ruiken. Maar volgens mij bedoelt hij juist dat hij het heerlijk zou vinden als zij dat zou doen.
Het is niet te hopen dat hij ooit een bazin zo gek zal krijgen. Ik zie het al voor mij: mevrouw bukt zich om eens lekker de anale geuren van mijn baas op te snuiven en hij … laat een immense wind los in de wereld. Recht in haar gezicht. Wat moet haar hond dan wel van mij denken? Ik houd mij meestal zeer afzijdig als hij zich aan dit soort conversaties te buiten gaat. De lijn die hem met mij verbindt is vijf meter lang en ik ga in zulke situaties bij voorkeur de volle vijf meter bij hem vandaan met mijn rug naar hem toe zitten. Hij vindt dat zo lief van mij, dat hij dan tegen de mevrouw die geen besef heeft van de rampen waar ik haar voor probeer te behoeden, zegt: “Kijk eens. Lief hè? En zo geduldig. Ik kan rustig hier nog een half uur met U verder praten….” Als hij zo begint is het echt tijd om in te grijpen. Ik keer mij dan meestal resoluut om en ga recht voor hem zitten blaffen. Dat ik hem dan voor schut zet is zijn eigen schuld, moet hij maar niet zo staan te slijmen. Het resultaat is soms een brokje om mij nog even af te leiden, maar meestal volgt hij braaf en gaan we verder op mijn ronde.

Maar goed, ik was bezig U te vertellen dat wij honden bij voorkeur aan elkaars achterste snuffelen. Wij hebben daar namelijk klieren die onze ontlasting een geurtje mee geven. Daar halen wij een hoop informatie uit, maar dat begrijpt u natuurlijk niet. U ziet ons alleen maar aan elkaars achterste snuffelen of aan willekeurig welke drol die wij tegenkomen. Onze voorouders bakenden daar vroeger hun leefgebied mee af, maar wij hebben dat niet meer nodig, aangezien wij in gevangenschap leven. Hebt U zich dat wel eens gerealiseerd? Dat iedere hond die U tegenkomt in gevangenschap leeft. We worden meestal gekocht. Vroeger werden mensen ook wel gekocht. Daar waren zelfs speciale markten voor. Soms worden mijn soortgenoten uit een asiel gehaald. Ze zijn daar om allerlei redenen terecht gekomen en soms komen er dan mensen en nemen er een mee, naar hun eigen gevangenis. Dat gaat lang niet altijd goed, maar daar wil ik het hier nu niet over hebben, anders dwaal ik veel te veel af.

We stonden dus in de rij om met de veerboot naar Texel te gaan. Dat doen wij vaker en ik vind dat heel leuk. Texel is een eiland met een heel groot strand. Ik hou heel erg van het strand. Daar kan ik heerlijk achter de ballen van mijn baas aan rennen. Het is een simpel spel. De baas gooit met een lepel zijn bal een heel eind weg, ik ren er achter aan en breng hem terug. Heeeeeeeeeeeerlijk! Waarom ik dat heerlijk vind? Gewoon omdat het heerlijk is. Ik krijg het er alleen zo warm van. Thuis stap ik dan meestal in een smerige sloot, maar hier is er schoon water en zo verschrikkelijk veel. En het golft en schuimt en kan zo maar over je heen slaan, daar moet je nog aardig voor uitkijken.

“Het water is schoon en er is zo veel van”

Van al dat rennen en draven word ik wel heel erg moe en meestal breng ik dan ook de tijd in “ons huisje” in diepe slaap door. Dus als u mij niet kwalijk neemt, dan hou ik nu op met vertellen en ga lekker slapen. Als u wilt dat ik u nog eens wat vertel moet U hier maar terug komen, misschien heb ik dan wel weer een verhaal voor U. Ik vond het in ieder geval leuk om U even iets over mijn leven te vertellen.

Read Full Post »