Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘vakantie’

ScreenHunter_173 Mar. 10 12.30

Arnhem 4 maart 2019

Als ik het station Arnhem Centraal verlaat voel ik een rilling door mijn lijf gaan. Opwinding en onzekerheid schreeuwen beide om mijn aandacht. Ik laat ze schreeuwen en probeer mijn onbevangenheid terug te vinden. Het is een kleine twee kilometer lopen naar de John Frost brug waar de Zonnebloem ligt aangemeerd. Vandaag treed ik toe tot het leger vrijwilligers dat meevaart op een Zonnebloemvakantie met mensen die door fysieke beperkingen niet of niet gemakkelijk op vakantie kunnen gaan. Van mijn vriend Adri heb ik vorig jaar zulke enthousiaste verhalen gehoord dat ik me spontaan ook heb aangemeld.


Van rechts nadert een man met een rugzak en een trolley op wieltjes. “Ga je ook naar de Zonnebloem?” Hij lacht: “Jazeker, jij ook zo te zien.” Het is Bart en mijn onzekerheid verdwijnt als sneeuw voor de zon. We wisselen wat kennismakingszaken uit en nog voor we bij de boot zijn is duidelijk dat hij Adri kent van vorig jaar. Ze zaten op dezelfde reis, tijdens de bloedhete zomer van 2018 en werkten vaak samen. Dat hebben we alvast gemeenschappelijk, die link naar een van mijn drie beste vrienden.

Eenmaal aan boord word ik meegenomen zoals een boot meegenomen kan worden op een snelstromende rivier. We krijgen een rondleiding over het schip dat 115 meter lang is en 11,5 meter breed. De Zonnebloem heeft vier dekken en is volgens Wikipedia “gebouwd voor Motorpassagiersschip de Zonnebloem B.V., een zelfstandige entiteit, die niet valt onder de gelijknamige vrijwilligersorganisatie De Zonnebloem in Breda.” Wat hiervoor de reden is weet ik niet.

Ik maak deze week samen met Cedy, Wiebe, Bart en Niels deel uit van de brandwacht. We lopen tijdens onze diensten elk hele uur een ronde over het schip waarbij we letten op diverse veiligheidsaspecten. Zijn vluchtdeuren vrij van obstakels? Kunnen brandblussers ongehinderd worden bereikt? Staan rolstoelen en scootmobielen in de gangen allemaal aan dezelfde zijde, zodat de doorgang niet belemmerd wordt? Zijn toegangsdeuren afgesloten als we aan een kade liggen? Veiligheid voor alles is het devies en daar dragen wij ons steentje aan bij. Verder worden we bij de dagelijkse werkzaamheden ingezet voor diverse huishoudelijke taken. Bijvoorbeeld om vuilniszakken te vervangen, toiletten schoon te maken en elk uur te inspecteren op sanitaire ongelukjes in de toiletruimtes. Ongelukjes waarvan ik u de details zal besparen, omdat die voor de betrokken gast al vervelend genoeg zijn. Ook worden we ingezet om het restaurant en de salon dagelijks te stofzuigen en de keuken te dweilen na afloop van het diner.

Aanvankelijk betrap ik mij er op dat ik het eng vind om met gasten in gesprek te gaan. Ik ben bang niet de juiste toon te zullen hebben en dat gasten daardoor het gevoel zal bekruipen dat ik ze niet als volwaardig zie. Ik voel een drempel en besef dat ik die toch over zal moeten gaan, om mijn koudwatervrees te overwinnen, zodat ik mij onbevangen met hen kan verstaan.

De eerste stadsexcursie (op dinsdag in Keulen) helpt me een flink stuk op weg. Ik ben de “rolstoelchauffeur” van Hans en zijn zuster Elsa (gefingeerde namen om de privacy van de gasten te waarborgen). Hans is zijn hele werkzame leven boer geweest en hij is nu voor het eerst in dat leven op vakantie. Op zijn gezicht is de blije vreugde te zien van een kind dat voor het eerst naar de kermis gaat. Ik moet vechten om tranen van ontroering uit mijn ogen te houden, zo mooi is hij als hij Keulen “in wordt gerold”. Twee Nederlandstalige stadsgidsen zijn door Gerard, de cruisemanager van de Zonnebloem, voorzien van een microfoon met een zendertje. Elke deelnemer aan de excursie krijgt een “oortje” en zo kan ieder de uitleg goed volgen. Aan het eind van de middag heerst er een werkelijk opgetogen sfeer in de salon. De gasten wisselen onder het genot van een of meer lekkere drankjes en hapjes enthousiast ervaringen uit en twee dames van dik in de tachtig zitten te gieren van de lach als ze vertellen dat ze zo’n mooie man hebben gezien. “Echt waar, als ik nog had kunnen lopen was ik achter hem aan gegaan,” snikt een van beiden waarop de ander het uitgilt van de pret. Op dat moment weet ik dat ik verkocht ben. Geven is hier ontvangen. Het is echt heel hard werken geblazen voor de vrijwilligers, maar je krijgt er zo verschrikkelijk veel moois voor terug, dat vermoeidheid geen vat op je kan krijgen.

Een dag op de Zonnebloem begint met varen. Rond vijf uur ’s ochtends vertrekt de boot in alle rust. De meeste mensen slapen er gewoon doorheen en worden wakker op een varende boot. We varen per keer zo’n acht uur om rond een uur of een op de plaats van bestemming voor die dag te zijn. De weergoden zijn ons vriendschappelijk gezind door rekening te houden met ons reisschema. Er valt regen tijdens het varen en er wordt voor blauwe lucht en zon gezorgd tijdens de stadsbezoeken. De regen deert ons niet in de heerlijk verwarmde salon en het restaurant. Grote ramen bieden een prima zicht op de omgeving en vooral de stoelen aan de voorzijde van de salon zijn permanent bezet. Je hebt er een formidabel panorama-uitzicht over de rivier en de oevers. Er wordt druk gevaren op de Rijn, zodat er voor de opvarenden veel bezienswaardigs is, terwijl men heerlijk ontspannen in een van de comfortabele stoelen geniet van een drankje en goed gezelschap.

Na Keulen staat Andernach op het programma. Een plaats waar weinig oorlogsschade is veroorzaakt en daardoor is het authentieke karakter van het stadje goed bewaard gebleven. Onze gids is dit keer Duitstalig, maar met veel gevoel voor de mogelijke taalbarrière. Op de juiste momenten weet ze het Nederlandse woord voor een uitdrukking, of vraagt ze er een van de deelnemers om. Andernach werd rijk door tolheffing op de Rijn. Schippers die probeerden de tol te ontwijken werden met reusachtige kogels belaagd en kozen eieren voor hun geld, omdat de schade aan hun schip vele malen groter zou zijn dan het verlangde toltarief.

Na Andernach varen we door naar Koblenz dat we eerst links (en rechts) laten liggen om de Loreley te zien. Een vernauwing en twee scherpe bochten in de Rijn veroorzaakten hier vroeger menig scheepsramp die werd toegeschreven aan een verleidelijke vrouwelijke schoonheid die op de steile rots aan de oever zat te zingen.

We varen te midden van vele heuvels aan weerszijden van de Rijn en zien regelmatig treinen uit tunnels komen om ze even verderop weer in een volgende te zien verdwijnen. Onze gasten genieten met volle teugen en de blije vreugde groeit met het uur. Het recept van de Zonnebloem is simpel en effectief. De gasten worden in de watten gelegd door de vrijwilligers; er is een groot contingent vrijwillige verpleegkundigen, verzorgenden en helpers aan boord, die worden aangestuurd door de boordverpleegkundige. Daardoor kunnen eventuele begeleiders van een gast ook genieten van een zorgeloze vakantie.

In Koblenz wordt de thuisreis gestart die slechts wordt onderbroken voor een bezoek aan Düsseldorf, waar de gasten naast de stadsexcursie en het “vrij passagieren” ook een toeristische busreis wordt geboden, met een aangepaste touringcar, waarin mensen met een rolstoel probleemloos mee kunnen. De bus heeft twaalf rolstoelplekken en een lift om simpel met rolstoel en al in de bus plaats te kunnen nemen. Werkelijk over alles is nagedacht bij de Zonnebloem en de organisatie van de reis verloopt als het draaien van een goed geoliede machine.

Om 18:00 uur vertrekken we uit Düsseldorf en verzamelen de gasten zich helemaal opgedoft in het restaurant voor een galadiner, dat zoals elk ontbijt, lunch en avondmaaltijd tot in de puntjes is verzorgd door de kok en zijn ploeg, die een dikke pluim verdienen voor wat wordt geserveerd. Ook de restaurantmanager verdient zo’n pluim. Aan het eind van de week maakt zijn groep vrijwilligers de indruk ruime ervaring in de professionele restaurantwereld te hebben.

Na het diner heerst in de salon een feestelijke atmosfeer. Vrijwilligers en gasten beginnen afscheidsgesprekken of spelen een laatste spelletje met elkaar. Er worden adressen uitgewisseld en afspraken gemaakt om contact te houden. Een diepe ontroering en dankbaarheid maakt zich van mij meester. Dit had ik voor geen goud willen missen. Het was mijn eerste reis, maar zeker niet mijn laatste.

Voel je er ook voor om te ervaren dat geven aan boord van de Zonnebloem ontvangen is, kijk dan eens op de website van de Zonnebloem.

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Hoe moe kan een hond zijn?

Ik moet beginnen met mijn excuses te maken. Gisteren heb ik mij beklaagd over het feit dat ik niet bij de bazen op bed mocht slapen. U zult wel denken ‘Wat een watje is die Yuta. Ze kan toch ook wel slapen zonder bij de bazen te liggen?’ Laat mij ronduit bekennen dat u daar helemaal gelijk in hebt. Ik heb de eerste nacht hier slecht geslapen, maar dat kwam vooral doordat ik de hele dag in de auto zo lekker heb liggen doezelen. Ik was helemaal niet moe en dat is mij ’s nachts opgebroken.

Gisteren hebben wij echter uitgebreid gewandeld. Ik ben vrijwel de hele dag in touw geweest en daardoor heb ik vannacht werkelijk heerlijk geslapen. De bazen heb ik geen moment gemist. Ik had mooie dromen over de vreemde wereld waarin ik terecht ben gekomen. Er is hier niet alleen maar een wereld voor mij en achter mij, maar ook boven mij en onder mij. Ik kom ogen en neusgaten tekort. Er hangen zoveel geuren hier, de een nog lekkerder dan de ander. Het is werkelijk een groot genot om als hond hier rond te mogen lopen en al dat lekkers op te snuiven. Het komt echt van alle kanten op mij af.

Vanmorgen ging de bazin al vroeg met mij uit. We staken de weg over en gingen een pad op dat naar de bovenwereld leidt. Ik had daar nog niet echt trek in. Omhoog lopen is behoorlijk vermoeiend, ook als je vier poten hebt zoals ik. Ik probeer dan ook regelmatig om even uit te blazen. De bazin denkt dat ik dan loop te snuffelen, maar dat is camouflage. Ik schaam mij een beetje dat zij ogenschijnlijk zo makkelijk omhoog loopt. De bazin vindt het vervelend als ik treuzel en trekt soms behoorlijk hard aan de lijn, waardoor mijn halsband strak wordt getrokken. Nu kan ik daar wel tegen, maar echt prettig is anders, dus uiteindelijk geef ik steeds toch maar weer toe.

Ik heb ook heugelijk nieuws. Vanochtend had ik geen last meer van mijn vakantieobstipatie. Dat had ik nog niet gemeld, maar nu durf ik er wel voor uit te komen: ik kon niet poepen. Gelukkig is dat nu verleden tijd. Vanochtend heb ik aan het begin van de wandeling meteen een drol neergelegd, waar mijn bazin luidkeels “U” tegen zei. Vanmiddag heb ik dat kunststukje tot grote vreugde van beide bazen nog eens herhaald.

De dag begon dus met een wandeling met de bazin, terwijl de baas naar een benzinepomp ging om brötchen te halen. Geen idee wat dat is, maar ze waren er allebei erg enthousiast over. Ze hebben ze mij niet laten proeven dus ik kan u niet vertellen of hun enthousiasme terecht was of niet.
Na het ontbijt was er al snel actie. Ik moest mee naar de auto en we reden een tijdje tot de baas parkeerde en we over een asfalt weg omhoog moesten lopen. De weg was nog lekker koel aan mijn poten en ik vond het erg prettig. En toen ineens was daar de grote verrassing… de zee. Althans het leek er wel op. Heel veel water met allemaal bergen er om heen. Dat hadden ze meteen wel mogen zeggen, dat we naar het strand gingen. Mijn staart maakte een aantal vreugdekwispels en mijn waterminnende hart sloeg een paar keer over van opwinding.

Maar hoe bedrogen kun je worden? De baas las op een bord dat het hier ging om een Trinkwasserstausee en dat het ‘betreten der Ufer strengstens verboten war.’ Niks waterfeest dus. Lopen en snuffelen is leuk, maar een waterballet zou de feestvreugde toch aanmerkelijk vergroot hebben.


[klik op de pijl om de film te starten] 

We brachten al met al meer dan een uur zoet met langs de Stausee te lopen voordat we weer naar het huisje gingen, waar ik mijn middagmaal kreeg en even lekker de ogen kon sluiten in het gras achter ons huisje.

De bazen zaten te lezen en ik hield mij gedeisd zodat ik ze niet op het idee bracht om weer ergens omhoog te gaan lopen. Maar wat ik deze week ook zal bedenken, ik denk niet dat het gaat lukken om hen daarvan te weerhouden. Rond een uur of twee was het weer raak. De baas sloot zijn elektronische boek af en stelde voor om weer te gaan wandelen. Hij mompelt dan steeds zoiets van dat het goed voor zijn buik is, maar volgens mij is het heel slecht voor zijn buik, want die begint behoorlijk te verschrompelen. Als hij zo doorgaat houdt hij geen buik meer over, dat zal toch niet zijn bedoeling zijn?

We liepen lang omhoog, eerst door het bos. Lekker in de schaduw, daarna in open gebied lekker in de wind. De omstandigheden voor een hond waren best goed dus. We kwamen weer langs het natuurtheater waar we gisteren ook waren geweest en daalden vervolgens een hele tijd steil af. Ineens kreeg ik de lucht van water weer in mijn neus. Ik zag ook het kleine beekje waarin ik gisteren nog heb gepoedeld. Zouden we echt bij het waterreservoir zijn waar ik gisteren ineens in mocht? Ik durfde het haast niet te geloven na de teleurstelling van heden morgen, maar het bleek echt waar. Het bekken zag ik al van verre liggen, maar ik hield me groot en ben niet strak aan de lijn met een dikke kont voor de baas uit gaan lopen trekken. Toen we bij het bekken waren heb ik hem zelfs eerst maar eens vragend aangekeken of het goed begrepen had. Was het echt de bedoeling…?

“Toe maar Yuta.”

Tja en dat liet ik mij natuurlijk geen twee keer zeggen. Wat een genot. Mijn verhitte lijf knapte enorm op van de koele streling van het water. Ik was in een paar minuten herboren, maar dat heb ik niet laten merken anders had ik er weer uit gemoeten.

.

.

Toen we eenmaal verder gingen had ik weer energie voor tien. Ik heb dan ook zo’n beetje alle takken uit het bos verplaatst. Dat was hard nodig, want ze lagen schots en scheef door elkaar. Ik ontdekte ook nog een hertebok met een gewei  met twee takken. Ik wilde er zo graag achter aan, dat ik de baas bijna omver trok. Het had overigens geen zin gehad, want het hert was zo snel weg, dat ik nooit op tijd beneden was geweest.

Moe en voldaan keerden we terug in Langenbach, waar de bazen een Nederlands echtpaar tegenkwamen, dat zojuist was aangekomen in Ferienhaus Linde. Een fraai en zeer rustig hotel, dat door Nederlanders wordt bestierd. Ze gingen met hen mee en via een steile trap bereikten we een terras, waar ze grote glazen Weizenbier gingen drinken.
Ik moest mij tevreden stellen met een bak water.

U begrijpt dat het voor mij een vermoeiende dag was. ’s Avonds ben ik dan ook al snel in diepe, diepe slaap gevallen. Volgens mijn bazen heb ik vreselijk liggen schudden van alle dromen. Heel goed mogelijk, maar ik kan het bevestigen noch ontkennen.

Omdat mijn arme hondenpoten zeer beginnen te doen van het typen, stop ik nu dit verslag van een heerlijke week in een prachtige omgeving. Fijn dat u even tijd voor mij hebt vrijgemaakt. Je wilt als sociale hond toch ook je verhaal graag kwijt nietwaar. Hartelijk dank voor uw aandacht en wie weet, tot de volgende keer.

.

(Lees ook deel 1 en deel 2)

.

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Een geurende wereld

Helaas heeft dit uitstapje voor mij ook een negatieve kant. De bijna 80 jaar oude vrouw die het huisje aan mijn bazen heeft verhuurd vindt het niet goed dat ik bij hen slaap. Ze zei het niet met zoveel woorden, maar mijn bazen konden er niet onderuit te doen alsof zij het bezopen vinden dat mensen hun hond bij hen op bed laten slapen. Bij tegenslag leer je dus je vrienden kennen. Stelletje slapjanussen. 

Gisteravond hebben wij na aankomst een verkennende wandeling in de directe omgeving van ons huisje gemaakt. Het is wel een spannende wereld hier hoor. Er valt heel veel te ruiken. Het gras ziet er ook heel anders uit dan thuis. Om te beginnen zijn er een heleboel grasvelden die veel groter zijn dan aan de Buizerdlaan in Hoogeveen. En er groeien hier ook nog eens een heleboel bloemen in. Mijn baas heeft het dan over de kleuren, maar dat zegt mij als, half kleurenblinde, hond niet zoveel. Ik let liever op de geuren en ik moet zeggen… deze wereld geurt heerlijk.

Meestal dan, want er zijn ook geuren…
Ik rook gisteravond opeens iets dat mij de adem benam. Ik geef het niet graag toe, maar ik werd bijna bang.

“Kijk een vos,” hoorde ik de baas roepen. Ik heb hem niet gezien, maar als die geur van hem was, dan zie ik er ook niet naar uit om ooit een vos tegen te komen.
“Licht roodbruin, ik heb hem helemaal gezien.”
De baas was opgetogen. Zijn hele vakantie leek er al een succes door.
“Ik zag zijn kont en zijn staart nog net wegschieten,” meldde de bazin.
Kijk, ieder dier zijn plezier, daar zal ik niets van zeggen. Dat ik dit enthousiasme overdreven vond, zal vermoedelijk mijn probleem zijn. Het zij zo. Een hond kan niet de hele wereld veranderen, al denk ik soms wel dat ik een aardig eind zou komen.

Ik moet nog even terugkomen op het verwijt dat ik mijn bazen daarstraks maakte over hun houding ten opzichte van de verhuurster. Ere wie ere toekomt, ze maakten van de bank een mooi bed voor mij. De bazin had twee hoeslakens meegenomen, omdat ze van plan was die voor mij te gebruiken op hun bed. Zo te zeggen om te voorkomen dat mijn uitvallende haren op het dekbed van de verhuurster zouden komen.

Die leken aanvankelijk dus voor niets de reis gemaakt te hebben, maar de baas kwam op het lumineuze idee, om een deel van de bank er mee te bekleden, zodat ik toch een beetje lekker kon liggen. Toch wel een lieverd die man hoor. Een beetje moeilijk in de omgang soms, maar hij heeft een hart van goud. Vooral als het om mij gaat.

(Lees ook deel 1 en deel 3)

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Huisje Hella

Zojuist heb ik mijn avondronde gelopen in een voor mij volkomen nieuw gebied. Het is hier kruidig en de paden lopen omhoog en omlaag. De hoogste tijd om u bij te praten dus.

Gisteravond had ik het al door. De baas en de bazin liepen met tassen heen en weer tussen ons huis en de auto. De bazin was erg tevreden.
“Zie je wel hoe weinig ruimte we nodig hebben voor de bagage deze keer?”
Ze was trots op zichzelf, dat begreep ik er wel uit.
“Ja en Yuta kan zo tenminste gewoon op de achterbank.”
Als hij niet zo schattig was zou ik hem een watje vinden, maar ja… mijn welbevinden heeft hij hoog in het vaandel staan en dat waardeer ik zeer.

Ik viel gisteravond dus in slaap met het idee dat er weer een reis naar zee op het programma stond. Het was dan ook een grote teleurstelling toen ik vanochtend merkte dat we een volkomen andere kant op reden. De bazin reed, dat zette mij meteen al op scherp. Niet dat zij niet goed rijdt, allesbehalve, maar ik had haar onlangs tegen de baas horen zeggen dat ze ‘eens wat anders wilde dan altijd maar naar de Slangenburg of Texel.’

Iets wat de baas niet schijnt te begrijpen. Hij mompelt dan vaak iets over zijn leeftijd. Dat hij niet meer zo nodig hoeft en dan trekt zij een wanhopig gezicht en vertelt hem dat het niet aan zijn leeftijd ligt maar aan zijn karakter. Als de baas echt in vorm is reageert hij daar weer op door te zeggen, dat ze er maar aan moet wennen dat hij dodelijk saai is en dat hij geen zin heeft om op zijn tachtigste (wat dat ook mag voorstellen) nog als een jonge god heen en weer te racen door heel Europa. Waarop zij het moede hoofd zwijgend laat zakken.

Je denkt dan dat zij toegeeft. Dat we wel weer naar Texel gaan, omdat dat dan toch even iets anders is dan de Slangenburg. Een keus waar ik mij wel in kan vinden. Op Texel mag ik lekker los op het strand. Ze nemen dan een lepel met een bal mee. Ik kan me dan helemaal suf rennen en als ik het warm krijg ga ik lekker in de zee badderen om af te koelen. Een groter genoegen kunnen ze mij niet bieden. Maar dit keer had ik me toch helemaal vergist. Mevrouw heeft op internet zitten zoeken en vond een huisje dat Hella heet. Het staat in Thüringen, Langenbach om precies te zijn. Thüringen ligt in Duitsland begreep ik uit hun gesprekken. Er schijnt ooit een ijzeren gordijn omheen gehangen te hebben, maar dat is iets waar een eenvoudige hond als ik geen weet van heeft.

Er wonen hier veel minder mensen en veel meer dieren dan in Nederland. De baas zei nog tegen de bazin, dat hij nu toch echt wel vindt dat het behoorlijk vol is in Nederland.
“Ook al zouden er helemaal geen buitenlanders in Nederland wonen, dan nog is het prop- en propvol. Het is net een grote stal met kippen. Veel te weinig ruimte, veel te veel kippen. Logisch dat er steeds meer agressiviteit ontstaat.”

Wat die kippen er nou mee te maken hebben? Hebt u enig idee?

(Lees ook deel 2 en deel 3)

.

.

.

.

Read Full Post »