Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Tweede wereldoorlog’

Dit wordt een riskante iSay, althans dat vrees ik. Vrienden van Israël zullen zich er aan kunnen storen, vrienden van vluchtelingen, allochtonen, maar ook de groeiende groep vreemdelingenhaters. Eigenlijk zal iedereen er zich aan kunnen storen. Het schrijven van deze iSay is derhalve met grote waarschijnlijkheid een kansloze missie.


Waarom schrijf ik hem dan toch, vraag ik mij af terwijl mijn vingers over mijn toetsenbord vliegen. Het antwoord is simpel. Wie zwijgt stemt toe, schikt zich in een onwenselijke situatie en ik wil mij niet schikken in een situatie, waarin hysterie en verzinsels in toenemende mate leidend worden.

Wat vindt u van een krantenkop als Marokkanenplaag in Amsterdam? Gevolgd door een subkop als Ons volk moet bevrijd worden van de Marrokaanse indringers!
Het bijbehorende artikel begint met: De Marokkanen zijn thans van de markten verdwenen. Zij kunnen met hun gesjacher en bedrog voortgaan op de hen aangewezen plaatsen en slachtoffers vinden onder hun eigen soortgenoten.

Het artikel is nep in die zin dat het niet over Marokkanen gaat. Maar het zijn geen verzonnen kop, subkop en begintekst. Het artikel is afkomstig uit de antisemitische krant De Misthoorn van 16 november 1941 en het gaat niet over Marokkanen maar over Joden.

De Telegraaf van zaterdag 7 januari 2017 kopt Kansloze asielplaag ongehinderd verder. Oordeelt u zelf over de vraag of wij iets leren van onze geschiedenis.

Leert de overheid die buitenlandse criminele elementen veel daadkrachtiger moet uit- dan wel vastzetten er iets van? Of ‘het volk’ dat niet meer beseft waar hitserij toe leidt? De Telegraaf, die maar al te graag aan die hitserij meedoet? Israël met haar nederzettingenbeleid en de isolering van de Gazastrook?

Al hitsend herhaalt de geschiedenis zich onophoudelijk ….

screenhunter_64-jan-08-10-29

.

screenhunter_63-jan-08-10-29

.


 

Read Full Post »

Vervolg op deel 3: En toen kwam de inval van de Duitsers

Op de ochtend van 19 mei 1940 werd Hendrik Scholten begraven. Heel Achterveld liep uit om de dorpsheld, die Hendrik door zijn tragische dood was geworden, te eren. Hendrik was niet de braafste jongeling van het dorp geweest. Hij had heel wat kattenkwaad op zijn naam staan, maar dat was ineens allemaal vergeten. Daardoor had de dominee niet zoveel moois om te bespreken en hij sprak dan ook vooral over de tragiek van een zo jong verloren leven. De vrouwen droogden onophoudelijk hun ogen en de mannen stonden met stijf opeengeklemde kaken te luisteren. Velen met gebalde vuisten. Meinderts blik was gericht op de grond vlak voor hem. Hij voelde dat er naar hem gekeken werd en durfde de blikken niet te trotseren.
Bij het verlaten van het kerkhof schudde de predikant allen de hand en sprak bemoedigende woorden. Tegen Meindert zei hij: “Het is nooit te laat om een fout in te zien, man. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, bedenk dat goed.”

Die middag ging Meindert met Jan mee voor een tochtje achterom. Net over de grens zat een kastelein verlegen om eieren en boter. Jan had Meindert gevraagd om mee te gaan, hij wilde eens rustig met hem praten en hoopte dat de emoties van die ochtend Meindert wat toegankelijker hadden gemaakt. Ze liepen niet zoals anders dwars door het weiland, maar maakten een grote omweg door het zuidelijker gelegen bos. In tijden als deze kon je beter niet gezien worden als je smokkelwaar naar de vijand bracht. Jan zag ‘Wirt Ströder’ trouwens helemaal niet als vijand. Hij kwam er al zeker tien jaar voor een stiekem zakcentje en was erg op de amicale gastvrije kastelein gesteld geraakt.
“We gaan pas terug as’t begint te schemeren,” zei Jan, “want ik wil nog een paar strikken zetten.” Hij keek Meindert aan en vervolgde: “Wat zei dominee tegen oew, bij het afscheid vanochtend?”
“Hie zei da’t nooit te laat is om fouten in te zien. En da’k beter halverwege kon omdraaien of zoiets. Maar ik vinne niet da’k fouten maak. Hendrik is door die lui uut Den Haag de dood ingejaagd. Zelf poetst ze de plaat, maar de kleine lui mot de kogels opvangen. Het wordt echt tijd voor een ommekeer. En as die er eenmaal is dan wil ik er een steentjen an bijdragen. Snap iej dat dan neet?”
Ze verlieten het bos en liepen zo onopvallend mogelijk pratend in de richting van Gasthof Am Holzplatz waar Wirt Ströder zijn nering deed. Er stonden twee soldaten bij de ingang van de Gasthof. Meindert hield in, maar Jan maande hem meteen om gewoon door te lopen. “Wie geen kwaad in de zin hef, den hoeft ook neet bange te wezen. Wij gaat door de achteringang. Gewoon vriendelijk groeten as we ze passeert.”
Jan keek de soldaten aan en bracht tot verbijstering van Meindert zijn rechter arm omhoog: “Heil Hitler,” klonk het krachtig uit Jans mond. De soldaten beantwoordden de groet. Toen ze het erf van de Gasthof opdraaiden stamelde Meindert: “Wat deed iej nou dan?”
Jan grijnsde toen hij de verbijstering van Meindert zag. “Ik heb ons beschermd. Wij bent immers in Duutsland en dan ku’j oew momenteel beter zo gedragen.”

Ze leverden de eieren en de boter af en Jan wist een gulden meer van de Wirt los te peuteren door te vertellen dat een Duitse majoor levensmiddelen was komen vorderen en dat ze daardoor minder voor zichzelf hadden. Ze kregen nog een Schnaps van de Wirt en tevreden fluitend liep Jan vervolgens de soldaten weer voorbij. Hij knikte dit keer vriendelijk, maar bracht niet opnieuw de Hitlergroet.
“Wanneer is die Duutse majoor bie jullie geweest?”
Jan keek hem aan, stak zijn duim in zijn mond en zoog er aan. “Da’s gewoon slim handel’n Meindert. Boerenslimheid hè?”
Ze spraken op de terugweg over Dientje Meijer, het Joodse meisje waar Hendrik verkikkerd op was. “Meindert beloof miej één ding. Wat iej ook doet, zorgt er voor dat de Duutsers Dientje niet in de handen kriegt. As iej ooit wat hoort dat veur dat meisje van belang kan wezen, dan moe’j dat meteen tegen mij zeggen, zodat ik haar en haar ouders kan waarschuwen.”
“Dat beloof ik je graag,” zei Meindert, “en dat kan’k ook beloven want de Nederlandse Joden lopen geen gevaar. Ook al kunt ze geen lid meer van de beweging zijn, ze bent niet in gevaar.”

Meindert geloofde heilig in de nieuwe tijd, die Mussert beloofde. Een tijd van eendracht en saamhorigheid. Een tijd waarin men weer trots op het Vaderland kon zijn. Waarin voor ieder werk en inkomen was. Dat Mussert die tijd lang niet voor ieder voorzag wilde Meindert niet zien. Daar kwam echter verandering in toen hij op 22 juni 1940 samen met zo’n 30.000 aanhangers van de NSB op de Goudsberg nabij Lunteren was voor de vijfde hagenspraak van Mussert. De naam die de nationaal-socialisten voor deze bijeenkomsten hadden gekozen verwees naar de oude gewoonte van de vrije Saksische boeren in Drenthe om op eigen initiatief openluchtvergaderingen uit te roepen. De hagenspraken van de NSB waren massabijeenkomsten waar de bezoekers zich konden verheugen op een kameraadschappelijk samenzijn en stichtelijke vorming middels de zorgvuldig door het hoofdkwartier geselecteerde sprekers.

Het was de eerste hagenspraak na de Duitse inval van zes weken daarvoor. Het was de eerste politieke manifestatie van de NSB onder Duitse bezetting en voor die gelegenheid omgedoopt tot Hagenspraak der Bevrijding. Voor het eerst zou Mussert zich in het openbaar uitspreken over de nieuwe politieke situatie.
Toen hij na vele sprekers en vele uren eindelijk het speciaal voor de hagenspraken gebouwde monumentale sprekersbalkon betrad, kon hij vrijer spreken dan ooit eerder, maar hij had gelijk ook veel te verliezen, want de Duitse bezetter had nauwelijks aandacht voor zijn NSB getoond. Mussert moest daarom spierballen tonen aan Berlijn.

In zijn toespraak nam hij nadrukkelijk stelling tegen de Brits-Joodsche macht en wees hij er op dat aansluiting bij Hitler voor een stamverwant Germaans volk voor Nederland het beste zou zijn. Daarbij moest ons land worden gezuiverd zodat het vrij kon zijn ‘van Joodschen invloed, vrij van Walen en vrij van kerkelijke heerschzucht op staatkundig terrein. De zuivering van Walen had vooral te maken met de wens van Mussert om Nederland met Vlaanderen samen te voegen tot een groter Nederlands Rijk.

Tijdens de toespraak van Mussert vloog bij toeval een Duitse bommenwerper over het terrein. Het publiek stond massaal op en juichte het vliegtuig toe. Toen de stemming er echt goed in zat, richtte de NSB-leider zich tot zijn gehoor: ‘Achten wij ons nog in oorlog met Duitschland? Ja of neen?’ Er klonk een volmondig ‘neen’. ‘Mooi!’ sprak Mussert krachtig. De bronzen ‘stormklok’ van 3300 kilo, bekostigd met giften van de leden, werd geschonken aan de opperbevelhebber van de Luftwaffe Hermann Goering ‘als een offer, dat wij met liefde brengen voor hen, die nu metterdaad ons Volk en ons Vaderland beschermen’.

In een vertrouwelijk nota voor Hitler schreef Mussert in augustus 1940 dat staatsgrenzen en volken voortaan moesten samenvallen en dat daarvoor volksverhuizingen noodzakelijk waren op een schaal als in geen eeuwen is voorgekomen. Waar hij op doelde waren planmatige en grootschalige deportaties vanuit racistische en geopolitieke motieven. De Nederlandse levensruimte moest zo veel mogelijk worden vrijgemaakt van Joden en Walen.

Mussert liep op dat moment zo ver vooruit op de latere antisemitische maatregelen van de bezetter, dat de Duitsers vertoning van de propagandafilm van de hagenspraak tot eind 1941 verboden. Uit angst voor imagoschade. Men wilde het Nederlandse volk niet onnodig provoceren.

Lees ook deel 5 (slot): Sluiten we opnieuw de grenzen?


Bronnen:
Historisch Nieuwsblad: Anton Mussert en de NSB
Villabouchina: Ir. Anton Adriaan Mussert
Go2war2.nl: Joodse NSB-ers


 

ScreenHunter_05 Jan. 19 14.02


Beeld: Pixabay

 

Read Full Post »