Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘Tweede wereldoorlog’

Burgemeester Loohuis van Hoogeveen kondigde deze week aan dat er een extern onderzoek zal worden gestart naar de vraag of er (voldoende) redenen zijn om  oud-burgemeester Tjalma zijn ereburgerschap te ontnemen en de naam van het naar hem vernoemde park te veranderen. Loohuis wil een extern wetenschappelijk deskundige of instituut onderzoek laten doen.


Het is een goede zaak dat de burgemeester niet op voorhand het initiatief van SGP-fractievoorzitter Brand van Rijn om het eerbetoon aan Tjalma in te trekken, van de hand wijst, maar het is om twee redenen wel merkwaardig te noemen dat er aanvullend extern wetenschappelijk onderzoek  wordt gedaan.

Na de oorlog is door de van overheidswege ingestelde Zuiveringscommissie al onderzoek gedaan naar de handel en wandel van bestuurders onder de Duitse bezetters. NSB-burgemeesters werden sowieso ontslagen en moesten zich verantwoorden voor de bijzondere tribunalen; naar de overige bestuurders werd intensief onderzoek gedaan.

In het boek Burgemeesters in oorlogstijd door onderzoeker Professor Doctor Peter Romijn* valt te lezen wat de Zuiveringscommissie over Tjalma oordeelde en welke sancties hem werden opgelegd. Men rekende Tjalma vooral aan dat hij op verzoek van de Duitse bezetter 200 mannen aanwees voor de Arbeitseinsatz op het Duitse vliegveld in Havelte.

* Romijn is hoofd afdeling onderzoek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie NIOD en deeltijd hoogleraar Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam

Onder (ongetwijfeld zeer grote) druk van het illegale verzet heeft Tjalma uiteindelijk deze medewerking beëindigd. In de uitspraak van de Zuiveringscommissie valt te lezen dat men ontslag een te zware maatregel vindt omdat Tjalma “zijn fout heeft ingezien”. Maar Voorzitter van Boeijen van de Zuiveringscommissie tekent er bij aan dat Tjalma niet voor herbenoeming als burgemeester in aanmerking moet komen.

Toenmalig minister Beel (en partijgenoot van Tjalma) hield Tjalma de hand boven het hoofd en volstond met een ernstige berisping zonder openbaarmaking. Het werd in de achterkamertjes geregeld dat Tjalma gewoon burgemeester kon blijven. Vermoedelijk had Beel belang bij het aanblijven van zijn partijgenoot. Opvallend is dat de commissie zich niet druk maakte over de bereidwillige medewerking van Tjalma aan de deportatie van de Joden uit Hoogeveen. Het valt moeilijk te zeggen waarom. Zou het te maken hebben met de beschamende houding van Nederland ten opzichte van teruggekeerde overlevenden van de vernietigingskampen? Of misschien wist Tjalma het verborgen te houden?

ScreenHunter_01 Jan. 17 11.28

De website Drenthe in de oorlog over de medewerking die Tjalma aan de bezetters verleende

In 1950 vroeg het NIOD (toen nog RIOD) of er in Hoogeveen nog archieven aanwezig waren die voor de toekomst van historisch belang zouden kunnen zijn. Tjalma antwoordde dat er niets aanwezig was. Een leugen bleek later, want volgens streekhistoricus Albert Metselaar is er een kast vol archieven aangetroffen.

Het onderzoek dat nu door bm Loohuis is aangekondigd gaat dus het onderzoek van Prof. Dr. Romijn overdoen. Opmerkelijk en merkwaardig, want deze week liet het college weten dat men weigert nog langer WMO en Jeugdzorg te financieren wanneer de kosten hoger zijn dan het budget. Wethouder Slomp zei volgens het Dagblad van het Noorden letterlijk: “Het is mogelijk dat iemand die in oktober bij ons aanklopt voor ondersteuning moet wachten tot januari. Dat is niet anders.”

Hoogeveen dreigt armlastig te worden en stevent af op een vermoedelijk tekort op de begroting van zo’n vier miljoen euro. Men bezuinigt rigide, maar blijkbaar is er voldoende geld voor het inhuren van een (ongetwijfeld dure) externe wetenschapper, die onderzoek – dat al gedaan is – moet gaan herhalen. Op de onderzoeksvraag of er (voldoende) redenen zijn om het eerbetoon aan Tjalma te beëindigen zal een gewetensvol wetenschapper geen antwoord willen geven. Wetenschappers beperken zich tot feiten en het gevraagde advies is een mening. Het hele onderzoek wordt daarmee een zinloze missie. Als historicus zou Loohuis zich daar bewust van moeten zijn.

Ik vraag mij dan af: “Waarom?” De burgemeester zegt daarover: “We weten dat er al vaker over is gesproken, maar als je dit soort discussies voert moet je dat wel zuiver doen […] Zoiets moet wetenschappelijk goed onderbouwd zijn.” Blijkbaar vindt Loohuis het onderzoek van Prof. Dr. Romijn van het NIOD onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd; of heeft hij misschien geen weet van het onderzoek? Of zoekt hij misschien wel naar een advies waar het college zich achter kan verschuilen?

Ik herhaal nog maar eens dat het niet de vraag is of Tjalma goed of fout was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Die vraag is al beantwoord door de Zuiveringscommissie. De vraag die wij ons 75 jaar na de bevrijding moet stellen is of wij vinden dat Tjalma de eer, die hem nog steeds door Hoogeveen bewezen wordt, waardig is. En of dit eerbetoon te rijmen valt met de aanwezigheid van Stolpersteine in Hoogeveen en een mogelijke deelname aan het lichtmonument van de Stichting 4 en 5 mei.

Wanneer bewijs je eer aan iemand? Volgens mij moet iemand dan meer dan gemiddeld goed geweest zijn in de levenshandel en wandel, een voorbeeld voor anderen. De vraag is dus of wij vinden dat Tjalma aan deze voorwaarden voldoet. Aanvullende onderzoek is overbodig. Er wordt meningsvorming gevraagd van College en Raad en het is een enorme blamage dat men die mening niet eigenstandig kan of wil vormen op basis van breed en diepgravend onderzoek dat al lang is gedaan.

🕸


zie ook:
Brief Tjalma aan Joodse bevolking van Hoogeveen
Adreslijst Joodse burgers Hoogeveen t.b.v. Duitse bezetter
Brief Tjalma aan NIOD
Drenthe in de oorlog
Mijn brief aan College van B&W en de leden van de Gemeenteraad
Hoogeveen laat externe onderzoeker los op kwestie Tjalma

Read Full Post »

Dagblad van het Noorden meldt “Hoogeveen laat officieel onderzoek doen naar de rol die oud-burgemeester Jetze Tjalma in de Tweede Wereldoorlog heeft gespeeld. De SGP wil dat hem het ereburgerschap ontnomen wordt en dat het naar hem vernoemde park een andere naam krijgt.”


Het goede nieuws is dat Hoogeveen de vraag of men de heer Tjalma het eerbetoon (middels een ereburgerschap en een naam van een park) nog waardig vindt wil beantwoorden. De vraag is daarbij niet of Tjalma goed of fout was in de Tweede Wereldoorlog, maar of wij met de kennis van nu en afgezet tegen de hedendaagse normen en waarden de heer Tjalma nog steeds eerbiedwaardig vinden.

Het minder goede nieuws is natuurlijk dat Hoogeveen te lui is om zelf de feiten op een rijtje te zetten en daar een ongetwijfeld goed betaalde onderzoeker voor aan het werk wil zetten, terwijl dat absoluut niet nodig is, aangezien na de oorlog een van overheidswege ingestelde zuiveringscommissie onderzoek heeft gedaan naar de bestuurders in de jaren van de bezetting. Hierover heb ik een uitgebreide brief aan alle leden van de gemeenteraad en het college van B&W, alsmede de gemeentesecretaris verstuurd. De brief is via dit weblog te downloaden. Ook heb ik hen de brief van Tjalma aan de Joodse burgers van Hoogeveen van 16 mei 1940 toegestuurd alsmede de adressenlijst van die Joodse burgers, die later voor de Duitsers van grote waarde was toen de Joden uit Hoogeveen werden weggevoerd.

Tjalma is onderwerp geweest van uitvoerig onderzoek door de zuiveringscommissie, waarbij het vraagstuk van de adressenlijst en de brief van 16 mei ondergeschikt was en vrijwel geen rol heeft gespeeld. Zo goed was Nederland namelijk niet met de Joden. De zuiveringscommissie kwam met betrekking tot de heer Tjalma tot het oordeel dat ontslag op grond van het Zuiveringsbesluit een te zware maatregel was.Voorzitter Van Boeijen van de zuiveringscommissie tekende bij dit besluit echter aan: “voor een herbenoeming als burgemeester te Hoogeveen dient hij t.z.t. naar mijn meening niet in aanmerking te komen.” Uiteindelijk oordeelde de minister (Beel) dat het handelen van Tjalma laakbaar was, maar niet tot ontslag hoefde te leiden en volstond met een ernstige schriftelijke berisping, zonder openbaarmaking. Het heeft er alle schijn van dat Tjalma voldoende dekking had van zijn eigen partij (ARP), waarop Beel geen aanleiding zag hem te ontslaan.
Bron: Peter Romijn – Burgemeesters in oorlogstijd

Streekhistoricus Albert Metselaar heeft uitvoerig onderzoek gepleegd en is goed gedocumenteerd. Om nu te zeggen, zoals burgemeester Loohuis tegenover Dagblad van het Noorden deed  “Je moet niet zomaar wat roepen” beschouw ik dan ook als een regelrechte belediging aan het adres van Metselaar. Waarom onze burgemeester dit gedrag nodig heeft is mij niet duidelijk, maar het wekt in elk geval niet de indruk dat wij worden bestuurd door een daadkrachtig leider met heldere kennis van zaken. Het spijt me verschrikkelijk dit te moeten concluderen, maar ik kan het niet anders duiden.

Het heeft er alle schijn van de men een advies wil kopen waar men zich hoe dan ook achter kan verschuilen.

🕸


 

Read Full Post »

Nu 2019 bijna achter ons ligt en de jaren 20 hun schaduw reeds vooruit werpen ontkom ik niet aan een terugblik. In mijn beleving geen terugblik die veel reden tot blijdschap geeft. Ziekenhuis (vrijwel helemaal) weg, vele tonnen uitgegeven aan de ijsbaan/zwembad afgang, een gemeenteraad zonder werkelijke ruggengraat, een college van B&W dat via een ingezonden brief zijn gelijk wil halen in conflicten met twee zorgverlenende instanties. Geen palmares om trots op te zijn.


En denk nou niet dat er iets is geleerd. Er zijn al weer grootse plannen. Groots én duur. Genaamd Cultuurhuis. Ingewijden melden mij dat er aan voorbereidende kosten al gauw een kwart miljoen euro kan worden genoteerd. En dan heb je nog helemaal niks.

Wat het college niet aanstaat wordt doodsimpel weggezet. De Rekenkamercommissie die een vernietigend rapport schreef werd een te korte bocht verweten, de ondernemers in de Tamboerpassage die vinden dat er niet fatsoenlijk met henover hun toekomst is overlegd, kramen onzin uit en deze week kwam dan het onbetwiste hoogtepunt: Hoogeveen gaat vier huizen bouwen om te “voorkomen dat de bevolking gaat denken dat je met media-aandacht plannen kunt dwarsbomen.” Youp van ’t Hek had gelijk. Er moet hier iets in het drinkwater zitten dat slecht is voor de hersenen. Zeker van de beleidsmakers en bestuurders.

Nog niet zo lang geleden liet Burgemeester Loohuis weten dat het aso-azc in Hoogeveen zou worden gesloten. Hij zei er niet bij dat we er nog erger gespuis voor terugkrijgen. Ze mogen het terrein niet af, maar van staats Ankie Broekers-Knol mogen ze ook niet worden opgesloten. Dan zullen de bewakers ook wel nietgewzpend zijn en als ze dat wel zijn mogen ze vast niet schieten. Drie keer raden hoe blij de ondernemers in de Weide hiermee zullen zijn.

De jaren 20 zullen roerig beginnen. Hoogeveen eert een burgemeester die bloedspatten aan zijn handen heeft gekregen toen hij op 16 mei 1940 de adressen van alle Joodse inwoners op 1e verzoek aan de illegale machthebbers ter hand stelde. Nederland had weliswaar gecapituleerd maar de Duitsers hadden zichzelf nog niet van formeel gezag voorzien. Burgemeester Tjalma was, voor zover bekend, de eerste in ons land die deze service aan de vijand leverde.

Uit diverse documenten blijkt dat Tjalma een autoritaire solist was. De oorlog duurde niet lang genoeg om zijn ruilverkavelingsplannen – die tot deportatie van diverse gezinnen zouden hebben geleid – ten uitvoer te brengen. Hij beijverde zich aan het eind van de oorlog voor arbeidsinzet in Duitsland. Tegen het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie loog hij naar verluidt dat in Hoogeveen niets van waarde aanwezig was voor het NIOD. Zijn eigen archief hield hij angstvallig verborgen.

Wat de man voor Hoogeveen heeft betekent dat hij (bij leven nota bene) werd vernoemd met een park en werd geëerd met het ereburgerschap van de gemeente is niet bekend. Eer bewijs je aan iemand die eer heeft verdiend. Het is aan de gemeente Hoogeveen om 75 jaar na de bevrijding duidelijk te maken waarom een man met verantwoordelijkheid voor de dood van onze Joodse plaatsgenoten (die wij nu met Stolpersteine gedenken) zoveel eer verdient. Het is aan de gemeenteraad om deze duidelijkheid te verlangen en een onderzoek te eisen teneinde een oordeel te kunnen vellen. Het kan toch niet dat Tjalma zonder diepgravend onderzoek verder geëerd wordt, terwijl we met een lichtmonument en Stolpersteine onder meer de gevolgen van zijn handelen op 16 mei 1940 gedenken?

2019 was voor Hoogeveen geen jaar om trots op te zijn, laat 2020 op bestuurlijk gebied daarom alsjeblieft eerwaardig beginnen.

.


Read Full Post »

Met stijgende onthutsing las ik afgelopen vrijdag het artikel over ruilverkaveling in oorlogstijd van de hand van Albert Metselaar. De onthutsing werd veroorzaakt door de in het artikel beschreven rol die Burgemeester Tjalma van Hoogeveen aan het begin van de oorlog speelde. Dat er een park naar hem is genoemd en dat hij het ereburgerschap van Hoogeveen kreeg toegekend komt daarmee – voor mij als donderslag bij heldere hemel – ineens in een heel ander daglicht te staan.


Wie het artikel leest ontdekt dat Tjalma al op 16 mei 1940 op papier alle joodse inwoners van Hoogeveen overgaf aan de bezetters. Het anti-semitisme van de Duitsers kan hem onmogelijk onbekend zijn geweest. Voorts smeedde hij plannen die (had de bezetting langer geduurd) geleid zouden hebben tot deportatie van 250 tot 300 gezinnen. Tenslotte vernemen we uit het artikel ook nog dat Tjalma zich actief beijverde voor het werven van mannen om voor de Duitsers te werken.

Tjalma was geen lid van de NSB, maar door het uitleveren van de gegevens van alle joodse inwoners van Hoogeveen lijkt hij medeverantwoordelijk voor de latere deportatie van deze Hoogeveense bevolkingsgroep, die het veelal niet heeft overleefd. Stolpersteinen in Hoogeveen herinneren tegenwoordig aan deze zwarte tijd.

Er is natuurlijk verschil tussen landverraad, collaboratie, lijdzaam meewerken en actief verzet plegen. Uiteraard ga ik met de weinige kennis die ik op dit moment heb geen oordeel uitspreken, maar ik durf hier wel te zeggen dat Hoogeveen met het toekennen van het ereburgerschap aan Tjalma en het naar hem vernoemen van het park achter het raadhuis mogelijk historisch ernstig geblunderd heeft.

Hoe kan het dat geen joodse organisatie – bij mijn weten – hiertegen bezwaar heeft gemaakt? Stolpersteinen in Hoogeveen en het Burgemeester Tjalmapark? Verdraagt dat elkaar? Kan dat zomaar? Of is dit iets dat nog nooit serieus is onderzocht?

In dat laatste geval wordt het hoog tijd dat hier werk van gemaakt wordt door middel van een diepgaand onderzoek.

.


Read Full Post »

Dit jaar bezocht ik de slagvelden van de eerste wereldoorlog in de omgeving van Romagne sous Montfacon in Noord-Frankrijk. Ik zag er de restanten van een aards filiaal van de hel. De Amerikaanse begraafplaats die ik er bezocht is de grootste in Europa. We zagen er bijna 15.000 kruizen. De tranen die mijn geliefde plengde waren een eerbetoon aan al deze levens die wreed werden geofferd door de idioten die oorlogen beginnen. We bezochten loopgraven in Vauquois, zagen de reusachtige kraters die door granaatinslagen werden veroorzaakt en bezochten er het bijzondere museum Romagne ’14-’18 van Jean-Paul de Vries. De oorlog waar wij in Nederland zo weinig van weten werd ineens springlevend. Meer dan tien miljoen mensen verloren het leven omdat een klein aantal machtige idioten meer macht en levensruimte meende te moeten krijgen.

In dezelfde periode las ik ’t Hooge Nest, waarin Roxane van Iperen de geschiedenis vertelt van de zussen Janny en Lien Brilleslijper. Twee Joodse vrouwen die samen in het verzet tegen de nationaal-socialistische waanzin terechtkwamen, onderdoken in Bergen en – toen die omgeving moest worden ontruimd vanwege de bouw van Hitlers Atlantikwall – in een deftige villa in de bossen van Naarden terechtkwamen: het Hooge Nest. Van daaruit bleven de zussen actief hulp en onderdak aan onderduikers verlenen. Giftig verraad deed hen uiteindelijk in handen van de nazi’s belanden.

Van Iperen kocht in 2012 samen met haar man het Hooge Nest. Tijdens de grondige renovatie, die nodig was om dit oude pand weer goed bewoonbaar te maken, ontdekten ze in vrijwel iedere ruimte verborgen luiken en schuilruimtes met kaarsstompjes, bladmuziek en verzetskrantjes. Er was maar één conclusie mogelijk: hier moest zich in de oorlog een heftige geschiedenis hebben afgespeeld.

Roxane van Iperen besloot op onderzoek uit te gaan en met een jarenlange speurtocht, die haar langs vele archieven leidde en in gesprek bracht met nabestaanden van de hoofdpersonen, wist zij de geschiedenis te reconstrueren. In romanvorm geschreven neemt zij de lezer mee naar een plein in de Amsterdamse Jodenhoek, waar in 1912 Joseph Brilleslijper (telg uit een circusgeslacht van rondtrekkende, Jiddisch sprekende muzikanten) en Fijtje Gerritse (dochter van vrome Friese joden die een avondwinkel drijven) hun eerste kind krijgen; dochter Rebekka ‘Lientje’ Brilleslijper.

Vanaf dat moment neemt van Iperen ons als het ware op in het gezin en volgen we Lientje en haar in 1916 geboren zus Janny gedurende het interbellum en de daaropvolgende wereldoorlog, waarin de Eindoplossing voor het jodenvraagstuk de dood van zes miljoen joden zou veroorzaken. De zussen zetten een van de grootste verzetsgroepen in Nederland op en al lezend krijgen wij een glashelder beeld van de grote gevaren waar verzetsmensen in verzeild konden raken, maar we zien ook hoe giftige haat mensen op kan jagen, stapje voor stapje de menselijkheid van de opgejaagden vernietigend tot zij zijn gereduceerd tot een prooi die in reusachtige gaskamers een gruwelijk einde vindt. De parallellen met het huidige tijdsgewricht dienen zich, zonder dat van Iperen dat benoemt, geregeld aan, wat de lezerservaring extra macaber maakt.

Verraad maakt een einde aan het onderduikproject in het Hooge Nest en we reizen aan de schrijfhand van Roxane van Iperen met Janny en Lien naar en door de door mensen geschapen hel. Van Naarden naar een Amsterdamse cel, waar we ook de zusjes Margot en Anne Frank ontmoeten, Westerbork en uiteindelijk met het laatste transport vanuit Drenthe naar Auschwitz, dat de zussen weten te overleven en uiteinddlijk belanden ze samen met zusjes Frank in Bergen Belsen. De schrijfster toont ons daar weliswaar net niet het hellevuur, maar ze schildert wel de onbarmhartige ontmenselijking, die geleidelijk ook Janny en Lien lijkt te gaan vernietigen.

De zusjes Frank overleven zoals bekend de helse ontberingen niet. Voor hen kwam de bevrijding te laat, maar wat is bevrijding als je de rest van je leven de herinnering aan de hel met je meedraagt? Wat is genadiger; de hel overleven of door de dood uit de hel gered te worden?

.


Read Full Post »

Dit wordt een riskante iSay, althans dat vrees ik. Vrienden van Israël zullen zich er aan kunnen storen, vrienden van vluchtelingen, allochtonen, maar ook de groeiende groep vreemdelingenhaters. Eigenlijk zal iedereen er zich aan kunnen storen. Het schrijven van deze iSay is derhalve met grote waarschijnlijkheid een kansloze missie.


Waarom schrijf ik hem dan toch, vraag ik mij af terwijl mijn vingers over mijn toetsenbord vliegen. Het antwoord is simpel. Wie zwijgt stemt toe, schikt zich in een onwenselijke situatie en ik wil mij niet schikken in een situatie, waarin hysterie en verzinsels in toenemende mate leidend worden.

Wat vindt u van een krantenkop als Marokkanenplaag in Amsterdam? Gevolgd door een subkop als Ons volk moet bevrijd worden van de Marrokaanse indringers!
Het bijbehorende artikel begint met: De Marokkanen zijn thans van de markten verdwenen. Zij kunnen met hun gesjacher en bedrog voortgaan op de hen aangewezen plaatsen en slachtoffers vinden onder hun eigen soortgenoten.

Het artikel is nep in die zin dat het niet over Marokkanen gaat. Maar het zijn geen verzonnen kop, subkop en begintekst. Het artikel is afkomstig uit de antisemitische krant De Misthoorn van 16 november 1941 en het gaat niet over Marokkanen maar over Joden.

De Telegraaf van zaterdag 7 januari 2017 kopt Kansloze asielplaag ongehinderd verder. Oordeelt u zelf over de vraag of wij iets leren van onze geschiedenis.

Leert de overheid die buitenlandse criminele elementen veel daadkrachtiger moet uit- dan wel vastzetten er iets van? Of ‘het volk’ dat niet meer beseft waar hitserij toe leidt? De Telegraaf, die maar al te graag aan die hitserij meedoet? Israël met haar nederzettingenbeleid en de isolering van de Gazastrook?

Al hitsend herhaalt de geschiedenis zich onophoudelijk ….

screenhunter_64-jan-08-10-29

.

screenhunter_63-jan-08-10-29

.


 

Read Full Post »

Vervolg op deel 3: En toen kwam de inval van de Duitsers

Op de ochtend van 19 mei 1940 werd Hendrik Scholten begraven. Heel Achterveld liep uit om de dorpsheld, die Hendrik door zijn tragische dood was geworden, te eren. Hendrik was niet de braafste jongeling van het dorp geweest. Hij had heel wat kattenkwaad op zijn naam staan, maar dat was ineens allemaal vergeten. Daardoor had de dominee niet zoveel moois om te bespreken en hij sprak dan ook vooral over de tragiek van een zo jong verloren leven. De vrouwen droogden onophoudelijk hun ogen en de mannen stonden met stijf opeengeklemde kaken te luisteren. Velen met gebalde vuisten. Meinderts blik was gericht op de grond vlak voor hem. Hij voelde dat er naar hem gekeken werd en durfde de blikken niet te trotseren.
Bij het verlaten van het kerkhof schudde de predikant allen de hand en sprak bemoedigende woorden. Tegen Meindert zei hij: “Het is nooit te laat om een fout in te zien, man. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, bedenk dat goed.”

Die middag ging Meindert met Jan mee voor een tochtje achterom. Net over de grens zat een kastelein verlegen om eieren en boter. Jan had Meindert gevraagd om mee te gaan, hij wilde eens rustig met hem praten en hoopte dat de emoties van die ochtend Meindert wat toegankelijker hadden gemaakt. Ze liepen niet zoals anders dwars door het weiland, maar maakten een grote omweg door het zuidelijker gelegen bos. In tijden als deze kon je beter niet gezien worden als je smokkelwaar naar de vijand bracht. Jan zag ‘Wirt Ströder’ trouwens helemaal niet als vijand. Hij kwam er al zeker tien jaar voor een stiekem zakcentje en was erg op de amicale gastvrije kastelein gesteld geraakt.
“We gaan pas terug as’t begint te schemeren,” zei Jan, “want ik wil nog een paar strikken zetten.” Hij keek Meindert aan en vervolgde: “Wat zei dominee tegen oew, bij het afscheid vanochtend?”
“Hie zei da’t nooit te laat is om fouten in te zien. En da’k beter halverwege kon omdraaien of zoiets. Maar ik vinne niet da’k fouten maak. Hendrik is door die lui uut Den Haag de dood ingejaagd. Zelf poetst ze de plaat, maar de kleine lui mot de kogels opvangen. Het wordt echt tijd voor een ommekeer. En as die er eenmaal is dan wil ik er een steentjen an bijdragen. Snap iej dat dan neet?”
Ze verlieten het bos en liepen zo onopvallend mogelijk pratend in de richting van Gasthof Am Holzplatz waar Wirt Ströder zijn nering deed. Er stonden twee soldaten bij de ingang van de Gasthof. Meindert hield in, maar Jan maande hem meteen om gewoon door te lopen. “Wie geen kwaad in de zin hef, den hoeft ook neet bange te wezen. Wij gaat door de achteringang. Gewoon vriendelijk groeten as we ze passeert.”
Jan keek de soldaten aan en bracht tot verbijstering van Meindert zijn rechter arm omhoog: “Heil Hitler,” klonk het krachtig uit Jans mond. De soldaten beantwoordden de groet. Toen ze het erf van de Gasthof opdraaiden stamelde Meindert: “Wat deed iej nou dan?”
Jan grijnsde toen hij de verbijstering van Meindert zag. “Ik heb ons beschermd. Wij bent immers in Duutsland en dan ku’j oew momenteel beter zo gedragen.”

Ze leverden de eieren en de boter af en Jan wist een gulden meer van de Wirt los te peuteren door te vertellen dat een Duitse majoor levensmiddelen was komen vorderen en dat ze daardoor minder voor zichzelf hadden. Ze kregen nog een Schnaps van de Wirt en tevreden fluitend liep Jan vervolgens de soldaten weer voorbij. Hij knikte dit keer vriendelijk, maar bracht niet opnieuw de Hitlergroet.
“Wanneer is die Duutse majoor bie jullie geweest?”
Jan keek hem aan, stak zijn duim in zijn mond en zoog er aan. “Da’s gewoon slim handel’n Meindert. Boerenslimheid hè?”
Ze spraken op de terugweg over Dientje Meijer, het Joodse meisje waar Hendrik verkikkerd op was. “Meindert beloof miej één ding. Wat iej ook doet, zorgt er voor dat de Duutsers Dientje niet in de handen kriegt. As iej ooit wat hoort dat veur dat meisje van belang kan wezen, dan moe’j dat meteen tegen mij zeggen, zodat ik haar en haar ouders kan waarschuwen.”
“Dat beloof ik je graag,” zei Meindert, “en dat kan’k ook beloven want de Nederlandse Joden lopen geen gevaar. Ook al kunt ze geen lid meer van de beweging zijn, ze bent niet in gevaar.”

Meindert geloofde heilig in de nieuwe tijd, die Mussert beloofde. Een tijd van eendracht en saamhorigheid. Een tijd waarin men weer trots op het Vaderland kon zijn. Waarin voor ieder werk en inkomen was. Dat Mussert die tijd lang niet voor ieder voorzag wilde Meindert niet zien. Daar kwam echter verandering in toen hij op 22 juni 1940 samen met zo’n 30.000 aanhangers van de NSB op de Goudsberg nabij Lunteren was voor de vijfde hagenspraak van Mussert. De naam die de nationaal-socialisten voor deze bijeenkomsten hadden gekozen verwees naar de oude gewoonte van de vrije Saksische boeren in Drenthe om op eigen initiatief openluchtvergaderingen uit te roepen. De hagenspraken van de NSB waren massabijeenkomsten waar de bezoekers zich konden verheugen op een kameraadschappelijk samenzijn en stichtelijke vorming middels de zorgvuldig door het hoofdkwartier geselecteerde sprekers.

Het was de eerste hagenspraak na de Duitse inval van zes weken daarvoor. Het was de eerste politieke manifestatie van de NSB onder Duitse bezetting en voor die gelegenheid omgedoopt tot Hagenspraak der Bevrijding. Voor het eerst zou Mussert zich in het openbaar uitspreken over de nieuwe politieke situatie.
Toen hij na vele sprekers en vele uren eindelijk het speciaal voor de hagenspraken gebouwde monumentale sprekersbalkon betrad, kon hij vrijer spreken dan ooit eerder, maar hij had gelijk ook veel te verliezen, want de Duitse bezetter had nauwelijks aandacht voor zijn NSB getoond. Mussert moest daarom spierballen tonen aan Berlijn.

In zijn toespraak nam hij nadrukkelijk stelling tegen de Brits-Joodsche macht en wees hij er op dat aansluiting bij Hitler voor een stamverwant Germaans volk voor Nederland het beste zou zijn. Daarbij moest ons land worden gezuiverd zodat het vrij kon zijn ‘van Joodschen invloed, vrij van Walen en vrij van kerkelijke heerschzucht op staatkundig terrein. De zuivering van Walen had vooral te maken met de wens van Mussert om Nederland met Vlaanderen samen te voegen tot een groter Nederlands Rijk.

Tijdens de toespraak van Mussert vloog bij toeval een Duitse bommenwerper over het terrein. Het publiek stond massaal op en juichte het vliegtuig toe. Toen de stemming er echt goed in zat, richtte de NSB-leider zich tot zijn gehoor: ‘Achten wij ons nog in oorlog met Duitschland? Ja of neen?’ Er klonk een volmondig ‘neen’. ‘Mooi!’ sprak Mussert krachtig. De bronzen ‘stormklok’ van 3300 kilo, bekostigd met giften van de leden, werd geschonken aan de opperbevelhebber van de Luftwaffe Hermann Goering ‘als een offer, dat wij met liefde brengen voor hen, die nu metterdaad ons Volk en ons Vaderland beschermen’.

In een vertrouwelijk nota voor Hitler schreef Mussert in augustus 1940 dat staatsgrenzen en volken voortaan moesten samenvallen en dat daarvoor volksverhuizingen noodzakelijk waren op een schaal als in geen eeuwen is voorgekomen. Waar hij op doelde waren planmatige en grootschalige deportaties vanuit racistische en geopolitieke motieven. De Nederlandse levensruimte moest zo veel mogelijk worden vrijgemaakt van Joden en Walen.

Mussert liep op dat moment zo ver vooruit op de latere antisemitische maatregelen van de bezetter, dat de Duitsers vertoning van de propagandafilm van de hagenspraak tot eind 1941 verboden. Uit angst voor imagoschade. Men wilde het Nederlandse volk niet onnodig provoceren.

Lees ook deel 5 (slot): Sluiten we opnieuw de grenzen?


Bronnen:
Historisch Nieuwsblad: Anton Mussert en de NSB
Villabouchina: Ir. Anton Adriaan Mussert
Go2war2.nl: Joodse NSB-ers


 

ScreenHunter_05 Jan. 19 14.02


Beeld: Pixabay

 

Read Full Post »