Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘holocaust’

Burgemeester Loohuis van Hoogeveen kondigde deze week aan dat er een extern onderzoek zal worden gestart naar de vraag of er (voldoende) redenen zijn om  oud-burgemeester Tjalma zijn ereburgerschap te ontnemen en de naam van het naar hem vernoemde park te veranderen. Loohuis wil een extern wetenschappelijk deskundige of instituut onderzoek laten doen.


Het is een goede zaak dat de burgemeester niet op voorhand het initiatief van SGP-fractievoorzitter Brand van Rijn om het eerbetoon aan Tjalma in te trekken, van de hand wijst, maar het is om twee redenen wel merkwaardig te noemen dat er aanvullend extern wetenschappelijk onderzoek  wordt gedaan.

Na de oorlog is door de van overheidswege ingestelde Zuiveringscommissie al onderzoek gedaan naar de handel en wandel van bestuurders onder de Duitse bezetters. NSB-burgemeesters werden sowieso ontslagen en moesten zich verantwoorden voor de bijzondere tribunalen; naar de overige bestuurders werd intensief onderzoek gedaan.

In het boek Burgemeesters in oorlogstijd door onderzoeker Professor Doctor Peter Romijn* valt te lezen wat de Zuiveringscommissie over Tjalma oordeelde en welke sancties hem werden opgelegd. Men rekende Tjalma vooral aan dat hij op verzoek van de Duitse bezetter 200 mannen aanwees voor de Arbeitseinsatz op het Duitse vliegveld in Havelte.

* Romijn is hoofd afdeling onderzoek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie NIOD en deeltijd hoogleraar Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam

Onder (ongetwijfeld zeer grote) druk van het illegale verzet heeft Tjalma uiteindelijk deze medewerking beëindigd. In de uitspraak van de Zuiveringscommissie valt te lezen dat men ontslag een te zware maatregel vindt omdat Tjalma “zijn fout heeft ingezien”. Maar Voorzitter van Boeijen van de Zuiveringscommissie tekent er bij aan dat Tjalma niet voor herbenoeming als burgemeester in aanmerking moet komen.

Toenmalig minister Beel (en partijgenoot van Tjalma) hield Tjalma de hand boven het hoofd en volstond met een ernstige berisping zonder openbaarmaking. Het werd in de achterkamertjes geregeld dat Tjalma gewoon burgemeester kon blijven. Vermoedelijk had Beel belang bij het aanblijven van zijn partijgenoot. Opvallend is dat de commissie zich niet druk maakte over de bereidwillige medewerking van Tjalma aan de deportatie van de Joden uit Hoogeveen. Het valt moeilijk te zeggen waarom. Zou het te maken hebben met de beschamende houding van Nederland ten opzichte van teruggekeerde overlevenden van de vernietigingskampen? Of misschien wist Tjalma het verborgen te houden?

ScreenHunter_01 Jan. 17 11.28

De website Drenthe in de oorlog over de medewerking die Tjalma aan de bezetters verleende

In 1950 vroeg het NIOD (toen nog RIOD) of er in Hoogeveen nog archieven aanwezig waren die voor de toekomst van historisch belang zouden kunnen zijn. Tjalma antwoordde dat er niets aanwezig was. Een leugen bleek later, want volgens streekhistoricus Albert Metselaar is er een kast vol archieven aangetroffen.

Het onderzoek dat nu door bm Loohuis is aangekondigd gaat dus het onderzoek van Prof. Dr. Romijn overdoen. Opmerkelijk en merkwaardig, want deze week liet het college weten dat men weigert nog langer WMO en Jeugdzorg te financieren wanneer de kosten hoger zijn dan het budget. Wethouder Slomp zei volgens het Dagblad van het Noorden letterlijk: “Het is mogelijk dat iemand die in oktober bij ons aanklopt voor ondersteuning moet wachten tot januari. Dat is niet anders.”

Hoogeveen dreigt armlastig te worden en stevent af op een vermoedelijk tekort op de begroting van zo’n vier miljoen euro. Men bezuinigt rigide, maar blijkbaar is er voldoende geld voor het inhuren van een (ongetwijfeld dure) externe wetenschapper, die onderzoek – dat al gedaan is – moet gaan herhalen. Op de onderzoeksvraag of er (voldoende) redenen zijn om het eerbetoon aan Tjalma te beëindigen zal een gewetensvol wetenschapper geen antwoord willen geven. Wetenschappers beperken zich tot feiten en het gevraagde advies is een mening. Het hele onderzoek wordt daarmee een zinloze missie. Als historicus zou Loohuis zich daar bewust van moeten zijn.

Ik vraag mij dan af: “Waarom?” De burgemeester zegt daarover: “We weten dat er al vaker over is gesproken, maar als je dit soort discussies voert moet je dat wel zuiver doen […] Zoiets moet wetenschappelijk goed onderbouwd zijn.” Blijkbaar vindt Loohuis het onderzoek van Prof. Dr. Romijn van het NIOD onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd; of heeft hij misschien geen weet van het onderzoek? Of zoekt hij misschien wel naar een advies waar het college zich achter kan verschuilen?

Ik herhaal nog maar eens dat het niet de vraag is of Tjalma goed of fout was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Die vraag is al beantwoord door de Zuiveringscommissie. De vraag die wij ons 75 jaar na de bevrijding moet stellen is of wij vinden dat Tjalma de eer, die hem nog steeds door Hoogeveen bewezen wordt, waardig is. En of dit eerbetoon te rijmen valt met de aanwezigheid van Stolpersteine in Hoogeveen en een mogelijke deelname aan het lichtmonument van de Stichting 4 en 5 mei.

Wanneer bewijs je eer aan iemand? Volgens mij moet iemand dan meer dan gemiddeld goed geweest zijn in de levenshandel en wandel, een voorbeeld voor anderen. De vraag is dus of wij vinden dat Tjalma aan deze voorwaarden voldoet. Aanvullende onderzoek is overbodig. Er wordt meningsvorming gevraagd van College en Raad en het is een enorme blamage dat men die mening niet eigenstandig kan of wil vormen op basis van breed en diepgravend onderzoek dat al lang is gedaan.

🕸


zie ook:
Brief Tjalma aan Joodse bevolking van Hoogeveen
Adreslijst Joodse burgers Hoogeveen t.b.v. Duitse bezetter
Brief Tjalma aan NIOD
Drenthe in de oorlog
Mijn brief aan College van B&W en de leden van de Gemeenteraad
Hoogeveen laat externe onderzoeker los op kwestie Tjalma

Read Full Post »

Nu 2019 bijna achter ons ligt en de jaren 20 hun schaduw reeds vooruit werpen ontkom ik niet aan een terugblik. In mijn beleving geen terugblik die veel reden tot blijdschap geeft. Ziekenhuis (vrijwel helemaal) weg, vele tonnen uitgegeven aan de ijsbaan/zwembad afgang, een gemeenteraad zonder werkelijke ruggengraat, een college van B&W dat via een ingezonden brief zijn gelijk wil halen in conflicten met twee zorgverlenende instanties. Geen palmares om trots op te zijn.


En denk nou niet dat er iets is geleerd. Er zijn al weer grootse plannen. Groots én duur. Genaamd Cultuurhuis. Ingewijden melden mij dat er aan voorbereidende kosten al gauw een kwart miljoen euro kan worden genoteerd. En dan heb je nog helemaal niks.

Wat het college niet aanstaat wordt doodsimpel weggezet. De Rekenkamercommissie die een vernietigend rapport schreef werd een te korte bocht verweten, de ondernemers in de Tamboerpassage die vinden dat er niet fatsoenlijk met henover hun toekomst is overlegd, kramen onzin uit en deze week kwam dan het onbetwiste hoogtepunt: Hoogeveen gaat vier huizen bouwen om te “voorkomen dat de bevolking gaat denken dat je met media-aandacht plannen kunt dwarsbomen.” Youp van ’t Hek had gelijk. Er moet hier iets in het drinkwater zitten dat slecht is voor de hersenen. Zeker van de beleidsmakers en bestuurders.

Nog niet zo lang geleden liet Burgemeester Loohuis weten dat het aso-azc in Hoogeveen zou worden gesloten. Hij zei er niet bij dat we er nog erger gespuis voor terugkrijgen. Ze mogen het terrein niet af, maar van staats Ankie Broekers-Knol mogen ze ook niet worden opgesloten. Dan zullen de bewakers ook wel nietgewzpend zijn en als ze dat wel zijn mogen ze vast niet schieten. Drie keer raden hoe blij de ondernemers in de Weide hiermee zullen zijn.

De jaren 20 zullen roerig beginnen. Hoogeveen eert een burgemeester die bloedspatten aan zijn handen heeft gekregen toen hij op 16 mei 1940 de adressen van alle Joodse inwoners op 1e verzoek aan de illegale machthebbers ter hand stelde. Nederland had weliswaar gecapituleerd maar de Duitsers hadden zichzelf nog niet van formeel gezag voorzien. Burgemeester Tjalma was, voor zover bekend, de eerste in ons land die deze service aan de vijand leverde.

Uit diverse documenten blijkt dat Tjalma een autoritaire solist was. De oorlog duurde niet lang genoeg om zijn ruilverkavelingsplannen – die tot deportatie van diverse gezinnen zouden hebben geleid – ten uitvoer te brengen. Hij beijverde zich aan het eind van de oorlog voor arbeidsinzet in Duitsland. Tegen het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie loog hij naar verluidt dat in Hoogeveen niets van waarde aanwezig was voor het NIOD. Zijn eigen archief hield hij angstvallig verborgen.

Wat de man voor Hoogeveen heeft betekent dat hij (bij leven nota bene) werd vernoemd met een park en werd geëerd met het ereburgerschap van de gemeente is niet bekend. Eer bewijs je aan iemand die eer heeft verdiend. Het is aan de gemeente Hoogeveen om 75 jaar na de bevrijding duidelijk te maken waarom een man met verantwoordelijkheid voor de dood van onze Joodse plaatsgenoten (die wij nu met Stolpersteine gedenken) zoveel eer verdient. Het is aan de gemeenteraad om deze duidelijkheid te verlangen en een onderzoek te eisen teneinde een oordeel te kunnen vellen. Het kan toch niet dat Tjalma zonder diepgravend onderzoek verder geëerd wordt, terwijl we met een lichtmonument en Stolpersteine onder meer de gevolgen van zijn handelen op 16 mei 1940 gedenken?

2019 was voor Hoogeveen geen jaar om trots op te zijn, laat 2020 op bestuurlijk gebied daarom alsjeblieft eerwaardig beginnen.

.


Read Full Post »

Met stijgende onthutsing las ik afgelopen vrijdag het artikel over ruilverkaveling in oorlogstijd van de hand van Albert Metselaar. De onthutsing werd veroorzaakt door de in het artikel beschreven rol die Burgemeester Tjalma van Hoogeveen aan het begin van de oorlog speelde. Dat er een park naar hem is genoemd en dat hij het ereburgerschap van Hoogeveen kreeg toegekend komt daarmee – voor mij als donderslag bij heldere hemel – ineens in een heel ander daglicht te staan.


Wie het artikel leest ontdekt dat Tjalma al op 16 mei 1940 op papier alle joodse inwoners van Hoogeveen overgaf aan de bezetters. Het anti-semitisme van de Duitsers kan hem onmogelijk onbekend zijn geweest. Voorts smeedde hij plannen die (had de bezetting langer geduurd) geleid zouden hebben tot deportatie van 250 tot 300 gezinnen. Tenslotte vernemen we uit het artikel ook nog dat Tjalma zich actief beijverde voor het werven van mannen om voor de Duitsers te werken.

Tjalma was geen lid van de NSB, maar door het uitleveren van de gegevens van alle joodse inwoners van Hoogeveen lijkt hij medeverantwoordelijk voor de latere deportatie van deze Hoogeveense bevolkingsgroep, die het veelal niet heeft overleefd. Stolpersteinen in Hoogeveen herinneren tegenwoordig aan deze zwarte tijd.

Er is natuurlijk verschil tussen landverraad, collaboratie, lijdzaam meewerken en actief verzet plegen. Uiteraard ga ik met de weinige kennis die ik op dit moment heb geen oordeel uitspreken, maar ik durf hier wel te zeggen dat Hoogeveen met het toekennen van het ereburgerschap aan Tjalma en het naar hem vernoemen van het park achter het raadhuis mogelijk historisch ernstig geblunderd heeft.

Hoe kan het dat geen joodse organisatie – bij mijn weten – hiertegen bezwaar heeft gemaakt? Stolpersteinen in Hoogeveen en het Burgemeester Tjalmapark? Verdraagt dat elkaar? Kan dat zomaar? Of is dit iets dat nog nooit serieus is onderzocht?

In dat laatste geval wordt het hoog tijd dat hier werk van gemaakt wordt door middel van een diepgaand onderzoek.

.


Read Full Post »

Dit jaar bezocht ik de slagvelden van de eerste wereldoorlog in de omgeving van Romagne sous Montfacon in Noord-Frankrijk. Ik zag er de restanten van een aards filiaal van de hel. De Amerikaanse begraafplaats die ik er bezocht is de grootste in Europa. We zagen er bijna 15.000 kruizen. De tranen die mijn geliefde plengde waren een eerbetoon aan al deze levens die wreed werden geofferd door de idioten die oorlogen beginnen. We bezochten loopgraven in Vauquois, zagen de reusachtige kraters die door granaatinslagen werden veroorzaakt en bezochten er het bijzondere museum Romagne ’14-’18 van Jean-Paul de Vries. De oorlog waar wij in Nederland zo weinig van weten werd ineens springlevend. Meer dan tien miljoen mensen verloren het leven omdat een klein aantal machtige idioten meer macht en levensruimte meende te moeten krijgen.

In dezelfde periode las ik ’t Hooge Nest, waarin Roxane van Iperen de geschiedenis vertelt van de zussen Janny en Lien Brilleslijper. Twee Joodse vrouwen die samen in het verzet tegen de nationaal-socialistische waanzin terechtkwamen, onderdoken in Bergen en – toen die omgeving moest worden ontruimd vanwege de bouw van Hitlers Atlantikwall – in een deftige villa in de bossen van Naarden terechtkwamen: het Hooge Nest. Van daaruit bleven de zussen actief hulp en onderdak aan onderduikers verlenen. Giftig verraad deed hen uiteindelijk in handen van de nazi’s belanden.

Van Iperen kocht in 2012 samen met haar man het Hooge Nest. Tijdens de grondige renovatie, die nodig was om dit oude pand weer goed bewoonbaar te maken, ontdekten ze in vrijwel iedere ruimte verborgen luiken en schuilruimtes met kaarsstompjes, bladmuziek en verzetskrantjes. Er was maar één conclusie mogelijk: hier moest zich in de oorlog een heftige geschiedenis hebben afgespeeld.

Roxane van Iperen besloot op onderzoek uit te gaan en met een jarenlange speurtocht, die haar langs vele archieven leidde en in gesprek bracht met nabestaanden van de hoofdpersonen, wist zij de geschiedenis te reconstrueren. In romanvorm geschreven neemt zij de lezer mee naar een plein in de Amsterdamse Jodenhoek, waar in 1912 Joseph Brilleslijper (telg uit een circusgeslacht van rondtrekkende, Jiddisch sprekende muzikanten) en Fijtje Gerritse (dochter van vrome Friese joden die een avondwinkel drijven) hun eerste kind krijgen; dochter Rebekka ‘Lientje’ Brilleslijper.

Vanaf dat moment neemt van Iperen ons als het ware op in het gezin en volgen we Lientje en haar in 1916 geboren zus Janny gedurende het interbellum en de daaropvolgende wereldoorlog, waarin de Eindoplossing voor het jodenvraagstuk de dood van zes miljoen joden zou veroorzaken. De zussen zetten een van de grootste verzetsgroepen in Nederland op en al lezend krijgen wij een glashelder beeld van de grote gevaren waar verzetsmensen in verzeild konden raken, maar we zien ook hoe giftige haat mensen op kan jagen, stapje voor stapje de menselijkheid van de opgejaagden vernietigend tot zij zijn gereduceerd tot een prooi die in reusachtige gaskamers een gruwelijk einde vindt. De parallellen met het huidige tijdsgewricht dienen zich, zonder dat van Iperen dat benoemt, geregeld aan, wat de lezerservaring extra macaber maakt.

Verraad maakt een einde aan het onderduikproject in het Hooge Nest en we reizen aan de schrijfhand van Roxane van Iperen met Janny en Lien naar en door de door mensen geschapen hel. Van Naarden naar een Amsterdamse cel, waar we ook de zusjes Margot en Anne Frank ontmoeten, Westerbork en uiteindelijk met het laatste transport vanuit Drenthe naar Auschwitz, dat de zussen weten te overleven en uiteinddlijk belanden ze samen met zusjes Frank in Bergen Belsen. De schrijfster toont ons daar weliswaar net niet het hellevuur, maar ze schildert wel de onbarmhartige ontmenselijking, die geleidelijk ook Janny en Lien lijkt te gaan vernietigen.

De zusjes Frank overleven zoals bekend de helse ontberingen niet. Voor hen kwam de bevrijding te laat, maar wat is bevrijding als je de rest van je leven de herinnering aan de hel met je meedraagt? Wat is genadiger; de hel overleven of door de dood uit de hel gered te worden?

.


Read Full Post »