Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2013

In het Manifest ‘Zorg in Drenthe’ stelt de Partij van de Arbeid zich de vraag “Van wie is de zorg nu eigenlijk?” Daarmee toont men een schrijnend gebrek aan realiteitszin. Zeker als het gaat om de ziekenhuiszorg. Die is namelijk van de raden van bestuur van zorggroepen. Zoals Ziekenhuis Bethesda en het Scheper ziekenhuis van Zorggroep Leveste Middenveld zijn. Zij (en niemand anders!) beslissen over de toekomst van de ziekenhuiszorg in ons land. Zij (en niemand anders!) zijn verantwoordelijk voor de veranderingen die zich momenteel voltrekken. Niet voor niets verzuchtte de Hoogeveense fractievoorzitter Henk Reinders (CDA) vorig jaar: “De raad van bestuur zegt: Wij willen u er graag bij betrekken, maar u gaat er niet over.”

(lees het Manifest Zorg in Drenthe)

In de inleiding op het manifest valt te lezen dat de PvdA vindt dat er te eenzijdig wordt gepraat over de simpele vraag welke ziekenhuizen open blijven. Men vergeet daarbij dat voor ziekenhuizen geldt: Als je ze eenmaal kwijt bent, krijg je ze niet meer terug. Van een partij die zegt op te komen voor de zwakkeren en minder draagkrachtigen in de samenleving verwacht ik een andere attitude.

Bij onze actie in de Hoofdstraat van Hoogeveen op 6 oktober 2012 vertelde een hoog bejaard echtpaar (82 en 84 jaar) mij, dat zij na een leven van noeste arbeid als kleine middenstanders (die zich geen pensioenpremie konden veroorloven) nu leven van de AOW. Mevrouw vertelde: “Omdat wij een eigen huisje hebben, dat helemaal is afbetaald, kunnen wij het redden met de AOW. We hebben altijd zuinig gedaan en doen dat nog steeds.”
Mijnheer is anderhalf jaar geleden zes weken opgenomen geweest in ziekenhuis Bethesda. Met vochtige ogen voegde mevrouw daaraan toe: “Als hij naar Emmen had gemoeten, had ik hem niet elke dag kunnen bezoeken, want dan zou ik aan het eind van de maand geen eten meer hebben gehad.”
Het is dus van het grootste belang dat in een woonkern als Hoogeveen een volwaardig ziekenhuis met een volwaardige verpleegafdeling blijft bestaan. Die discussie moet worden gevoerd. 

Uiteraard is er niets mis met aandacht voor langdurige zorg, zoals die door verpleeghuizen, instellingen voor gehandicaptenzorg en de GGZ worden geboden. Maar de dominante rol die de ziekenhuisdiscussie momenteel inneemt is logisch. Kwestie van prioriteit!

Publieksbijeenkomsten in Hoogeveen en Assen
Een werkgroep van lokale en landelijke PvdA politici organiseerde op 27 januari j.l. een bijeenkomst in Hoogeveen, en op 10 februari a.s. vindt een soortgelijke bijeenkomst plaats in Assen. Op deze bijeenkomsten kunnen belangstellenden hun mening geven over het Manifest Zorg in Drenthe. In Hoogeveen sprak Francis Bolle (verpleegkundige en senior adviseur van de Vereniging Verplegenden en Verzorgenden Nederland) over de rol van de terugkerende wijkverpleegkundige. Fenna Bolding (specialist in leefbaarheidsvraagstukken) vertelde over een experiment met ‘burgerkracht’ in het dunbevolkte gebied tussen Assen en Veendam.

Twee op zich interessante verhalen, maar gespreksleider Erik van Oosterhout (burgemeester van Aa en Hunze ‘en PvdA-lid’) liet weinig ruimte voor discussie. Men kon toelichting vragen, maar toen een der aanwezigen vragen stelde bij de hoge premies voor de ziektekostenverzekeringen (“Komt al dat premiegeld wel in de vorm van zorg terug?”) werd de discussie in de kiem gesmoord. Aandacht voor ziekenhuis Bethesda was er niet.

In de uitgangspunten van het Manifest Zorg in Drenthe staat te lezen: Nadenken over een nieuwe inrichting van de zorg moet van onderaf, vanuit de vraag van de cliënten gebeuren. Dus niet de vraag “hoe optimaliseer ik de zorg van mijn ziekenhuis moet dominant zijn, maar eerder de vraag: hoe organiseren we goede zorg in dorpen en wijken. De ziekenhuisvraag komt daar vervolgens uit voort, omdat hij daarop moet aansluiten”.
Dus: eerst van onder af praten over een nieuwe inrichting van zorg. En daarna pas de ziekenhuisvraag aan de orde stellen.
Ondertussen gaat de reorganisatie van de ziekenhuiszorg gewoon door. Achmea en ZLM hebben de intentie om medio april een tienjarencontract te sluiten over de zorg die de ziekenhuizen Bethesda, Scheper en Refaja het komende decennium gaan bieden. Die gaan echt niet wachten wat de uitkomsten van deze discussie zullen zijn.

Marnix Koppe, jarenlang gynaecoloog in ziekenhuis Bethesda, deed een beroep op de PvdA (“We zijn hier op een politieke bijeenkomst, vergeet dat niet!”) om de kwestie rond de ziekenhuiszorg te politiseren en van zich te laten horen. “Fractie laat u horen, alstublieft! Zwijg niet langer. Als het ziekenhuis wordt afgebroken krijg je het nooit meer terug!”
Gespreksleider van Oosterhout gaf Koppe zo weinig ruimte voor zijn betoog, dat ik mij kort daarna genoodzaakt zag om hem daarop aan te spreken en te vragen wat hij nou met de opmerkingen van de Bethesda oudgediende ging doen. Met kennelijke tegenzin gaf hij Koppe toen de kans om zijn betoog te onderbouwen.
Ik verliet uiteindelijk de bijeenkomst met het teleurgestelde gevoel, dat de huidige generatie PvdA politici zich kennelijk neerlegt bij onontkoombaarheid van schaalvergroting en marktwerking.

Het Manifest Zorg in Drenthe zal (hoe goed bedoeld ook) niet meer worden dan een tandeloos document, waarin mantelzorg en naoberschap de peilers onder de zorg worden. Kort samengevat: “We gaan steeds meer betalen voor steeds minder keuzevrijheid en moeten steeds meer zelf doen.”

.

Read Full Post »

Met de recente fusie van de Reinier de Graaf Groep (ziekenhuizen in Delft, Voorburg en Naaldwijk) en het Haga Ziekenhuis uit Den Haag is het aantal ziekenhuizen in Nederland opnieuw gedaald. Elke fusie moet eerst door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)worden goedgekeurd. De NMa beoordeelt of door de fusie de concurrentie geen geweld wordt aangedaan.
Merkwaardig is dat de NMa vrijwel iedere fusie goedkeurt. Zonder zich daarbij rekenschap te geven van de gevolgen van die fusie voor de gezondheidszorg. Het enige wat voor de NMa telt is de vraag of er wel genoeg concurrentie overblijft. Of ziekenhuizen te groot worden om bestuurbaar te blijven, daar maakt de NMa zich niet druk om. “Dat toetsen wij niet,” aldus bestuurder Henk Don in een interview dat Jeroen Wester (NRC 21 januari 2013) met hem had.

De fusiegolf heeft de Nederlandse ziekenhuizen in de categorie ‘grootste ziekenhuizen ter wereld’ gebracht. Of we daar blij mee moeten zijn is een vraag die de NMa zich niet stelt. Bestuurder Henk Don legt aan Wester uit waar de NMa op let. Als de concurrentie in het gedrang komt, kan de NMa een fusie blokkeren. In het geval van bovengenoemde fusie in Den Haag zijn er volgens Don “heel veel ziekenhuizen in de regio waardoor er voldoende alternatieven beschikbaar en ‘goed bereisbaar’ zijn. Dat zijn belangrijke criteria voor ons.”

In 2012 keurde de NMa op één dag drie fusies goed. Op de vraag of daardoor niet een reëel risico op minder concurrentie en onnodige prijsstijgingen ontstond, antwoordt Don, dat een groeiende macht van verzekeraars belang heeft bij scherpe inkoopprijzen. En dat zij al hebben laten zien dat ze kwaliteit kunnen afdwingen door selectieve inkoop. Don is duidelijk niet geïnteresseerd in de belangen van de verzekerden.

Van lagere zorgprijzen door fusies zijn (nog) geen goede voorbeelden voorhanden. Daarom heeft de NMa, zegt Don, bij die drie fusies op één dag prijsplafonds voorgesteld waar de fuserende ziekenhuizen zich aan hebben gecommitteerd. Dat het een tijdelijk plafond is en de machtsconcentratie structureel, dat is voor Henk Don geen probleem. Hij erkent wel dat door een fusie de concurrentie beperkt kan worden, maar vindt dat geen punt als de zorgverzekeraar daar maar genoeg macht tegenover kan zetten, waardoor het nadelige effect niet optreedt.

Mes snijdt aan twee kanten verkeerd
Het mes snijdt hier voor verzekerden tweemaal aan de verkeerde kant. Enerzijds de onwenselijke schaalvergroting, anderzijds de door de NMa gewenste toenemende macht van de zorgverzekeraars. Een macht die bijvoorbeeld in Twente heeft veroorzaakt dat 2000 mensen niet meer bij hun apotheek (drie vestigingen) terecht kunnen omdat Zilveren Kruis Achmea het contract met de apotheek tussentijds (!) heeft aangepast.
Dat is dus de macht die Don bedoelt. Een verzekeraar die gewoon gedurende de looptijd van een contract zegt: ‘We gaan toch niet betalen wat we hebben afgesproken met u.’ Apotheker Peter Nijland en mede-eigenaar van de Samenwerkende Apotheken waar de drie vestigingen onder vallen reageert in Tubantia verbijsterd. “We hadden een twee-jarig contract met Achmea, dat doorliep tot 2014. Op 19 november kwam onze zorgmakelaar met het bericht dat Achmea het tarief voor geneesmiddelen met 2 procent wilde verlagen. Tussentijds de contractvoorwaarden veranderen kan niet.” (voor meer info: Zie dagblad Tubantia)

Dat is nou precies de macht waar zoveel zorgconsumenten in Nederland voor vrezen. Het is de macht waarmee verzekeraars patiënten naar andere ziekenhuizen kunnen dirigeren, dan waar men zelf naar toe wil. Don spreekt tegenover Jeroen Wester de verwachting uit dat “verzekeraars te sterke prijsstijgingen niet zullen toestaan.”
De kwaliteit van de behandelingen die een patiënt mag verwachten staat niet meer centraal. De prijs. Het draait om geld, niet om gezondheid.

Eén keer heeft de NMa een fusie tijdelijk (!) tegengehouden. In Zeeland moesten ziekenhuizen aantonen, dat zonder fusie bij beide de kwaliteit in het geding kwam. Don in het NRC: “Ja, hier was sprake van beperking van de concurrentie, maar daar stonden genoeg voordelen tegenover. Als die fusie niet doorging, zakten de instellingen met hun kwaliteit onder de norm. Toen was het alternatief’dat beide ziekenhuis verdwenen, omdat ze door het ijs zakten. Dat kon natuurlijk niet.”
Het mag duidelijk zijn dat je met zo’n redenering werkelijk alles kunt goedkeuren.

De NMa lijkt fusies bovendien makkelijker goed te keuren dan samenwerking. Fusies zijn volgens de NMa transparant en samenwerking niet. Dat moet beter in de gaten worden gehouden. Het is minder helder voor de klant en dus potentieel schadelijker. Achter samenwerking kan een beperking van de concurrentie schuilgaan die niet zichtbaar is voor de patiënt. Zegt de NMa. Don: “Ik wil wel benadrukken dat er bij veel samenwerkingsverbanden geen probleem is. Als ze niet tot een significante beperking van de concurrentie leiden, komen ze niet op onze radar.”

Op de vraag of de mammoet ziekenhuizen in Nederland nog wel bestuurbaar zijn verzucht Henk Don: “Daar zijn wel zorgen over, maar dat valt allemaal niet onder onze toets. De overheid heeft ervoor gekozen die verantwoordelijkheid niet bij ons te leggen.”

Naar aanleiding van het gegeven dat de prijzen van heupoperaties na ziekenhuisfusies zijn gestegen, concludeert Don dat wellicht andere operaties in prijs zijn gedaald of dat de kwaliteit van de heupoperaties misschien wel is gestegen.

Henk Don is een man die mede over de toekomst van uw en mijn zorg beslist. En… zoals in de inleiding van dit blog al gesteld: of ziekenhuizen te groot worden, dat toetst de NMa niet.

Ik ben benieuwd wat hij over tien jaar tegenover de parlementaire enquêtecommissie “Concentratie van ziekenhuiszorg” zal zeggen over de keuzes die hij nu maakt.

Albert Einstein zei ooit heel treffend:
“Twee dingen zijn oneindig: het heelal en de menselijke domheid.
Van het heelal weet ik het alleen niet zeker.”

.

Read Full Post »

In mijn dankwoord naar aanleiding van mijn uitverkiezing tot Hoogevener van het Jaar 2012 heb ik verwezen naar de graaicultuur met de zinsnede: “De roofridders grijpen hun kans.” Mijn goede vriend EleMenTaal corrigeerde mij en sprak van struikrovers. Ik was het niet met hem eens, maar daar is vandaag verandering in gekomen.

Onder de bijnaam ‘Agema-gelden’ is structureel 370 miljoen euro uitgetrokken voor extra en beter opgeleid personeel in de ouderenzorg. Deze gelden dienden expliciet omgezet te worden in meer en beter geschoolde handen aan het bed van de ouderen. Uit een peiling van AbvaKabo onder 1800 leden bleek dat 70% van hen er geen collega’s bij heeft gekregen. 75% zegt door de leiding van de instelling niet geïnformeerd te zijn over de extra gelden. Onverminderd moeten de zorgverleners elke dag van bejaarde naar bejaarde rennen om ze te wassen, aan te kleden en te voeden.

“Waar zijn die gelden dan voor gebruikt?” zult u onmiddellijk vragen. Nou daar is onderzoek naar gedaan, bij de instellingen die het volgens het personeel te bont hebben gemaakt. Grote sommen geld zijn gegaan naar consultants, managementcursussen en computersoftware. Diverse instellingen zeggen bewust terughoudend te zijn met het aannemen van extra personeel uit angst dat de politiek (tegen de afspraken in) het extra geld weer intrekt.

Stichting Kalorama uit Beek moet vanwege het onderzoek meer dan €108.000,00 aan zorgverzekeraar VGZ terug betalen. Het geld was besteed aan een softwarepakket. (Bron: DvhN)

Bestuurders die geld, dat rechtstreeks voor zorg voor ouderen bestemd was, aan andere doelen (o.a. dure managementcursussen) hebben besteed, zouden wat mij betreft dit geld uit eigen zak terug moeten betalen. Gewoon inhouden op de belachelijk hoge salarissen. U hebt weerloze bejaarden bestolen. Anders kan ik het niet stellen.

Vergeleken met u is Lance Armstrong nog een filantroop.

BAH!

Read Full Post »

Sinds de overheid meer en meer de verantwoordelijkheid over het publieke domein overlaat aan particuliere organisaties als woningcorporaties, schoolbesturen, verzekeraars en zorginstellingen wordt ons land overspoeld door schaalvergroting. Na de thuiszorg en het onderwijs is nu de ziekenhuiszorg aan de beurt.

De overvloedige golf van ziekenhuisfusies, die door de Nederlandse mededingingsautoriteit schijnbaar klakkeloos wordt goedgekeurd, roept steeds meer tegenstand op. Aanvankelijk waren het de actiegroepen in de plaatsen waar een fusie er toe ging leiden dat het lokale ziekenhuis aanzienlijk zou worden uitgekleed, maar gaandeweg groeide het aantal sceptische waarnemers. En momenteel kunnen er grote vraagtekens bij de motieven voor een fusie geplaatst worden.

Het mantra luidt “Zonder concentratie is de ziekenhuiszorg niet toekomstbestendig te maken.” Alsof het de enige waarheid is die je op dit terrein kunt debiteren. Tegenspraak wordt weggewuifd alsof de tegenspreker een of andere ongeletterde is.

De vraag wat men toekomstbestendig noemt wordt niet beantwoord. Termen als schaalvergroting, concentratie, specialisatie, volume-eisen vliegen je om de oren, maar een werkelijk antwoord wordt niet gegeven.
En dat staat dan nog los van de vraag wat een beschaafde samenleving over moet hebben voor goede en bereikbare ziekenhuiszorg.

Ondanks de ervaringen in de zorg en het onderwijs dat schaalvergroting eerder ten koste gaat van de geleverde kwaliteit dan dat deze wordt bevorderd, is er een bijna heilige drang onder de bestuurders van onze ziekenhuizen om fusie op fusie te stapelen.

Ziekenhuizen met meer dan duizend bedden zijn al geen uitzonderingen meer. De beloning van de bestuurders is vaak gekoppeld aan de grootte van de organisatie. Hoe meer werknemers, hoe hoger de beloning voor de bestuurders uitpakt. In ieder geval de bestuurders zijn dus spekkoper bij een fusie.

Daar komt nog bij, dat een fusie van ziekenhuizen veel werk oplevert: Jeroen Wester beschrijft het in de NRC van 5 januari heel helder: “Er gaat geen geld over tafel. Ziekenhuisfusies verlopen met gesloten beurzen. Geen overnamesommen. Wel extra bestuurslagen en liefst een fantasierijke naam met bijpassend logo om het nieuwe elan te onderstrepen. Als het meezit ook nog een opgefrist kantoor.”

Advocaten, adviseurs, accountants, vormgevers, renovatiebedrijven, zakelijke dienstverleners. Zomaar een aantal beroepsgroepen die voordeel hebben van een ziekenhuisfusie. Grote bedragen wisselen van bankrekening, zonder ook maar voor één eurocent bij te dragen aan een betere kwaliteit van dienstverlening door het ziekenhuis.

Natuurlijk is het zo dat chirurgen door toegenomen kennis en techniek steeds meer kunnen. En natuurlijk is het zo dat dit steeds ingewikkelder wordt. Uiteraard moet je voldoende ervaring hebben in de zogenaamde complexe chirurgie om een operatie tot een goed einde te brengen. Maar dan hebben we het over ongeveer 25% van de ingrepen, werd mij in oktober 2012 verteld door Theo Kuiper arts en medisch adviseur van zorgverzekeraar Achmea. Omdat het daarbij doorgaans om levensreddende ingrepen gaat kan geen zinnig mens bezwaar maken tegen een zo groot mogelijke kennis en kunde bij de chirurgen die deze ingrepen uitvoeren.

Het is echter niet alleen de chirurg die de kwaliteit van de ingreep bepaalt. Een chirurg kan nog zo geweldig een diep gelegen tumor bij een vrouw met borstkanker weghalen, als de patholoog de tumor verkeerd typeert is de hele nabehandeling gebaseerd op een foute laboratorium uitslag. De kans dat betrokken patiënt uiteindelijk toch overlijdt wordt daardoor groter.

In grote centra schort er bovendien geregeld iets aan de kwaliteit van de communicatie tussen de verschillende leden van een behandelingsteam. Nog niet zo lang geleden deden zich regelmatig ernstige complicaties voor bij kijkoperaties. Die complicaties werden veroorzaakt door een slecht werkend nietjesapparaat, waardoor gehechte bloedvaten gingen lekken, met een aantal fatale gevolgen. Meerdere levens waren in gevaar en een aantal overlijdensgevallen had kunnen worden voorkomen door een directere communicatie naar de behandelend chirurg.

Momenteel zijn de aantallen verrichtingen van een chirurg allesbepalend voor de kwaliteitsbeoordeling door zorgverzekeraars. CZ en VGZ lopen hierbij mijlenver voor de muziek uit door veel hogere eisen te stellen dan de beroepsgroepen doen. Een slechte ontwikkeling en in een verkeerde richting.

Veel belangrijker bij de beoordeling van de kwaliteit van een ziekenhuis zijn de zogenaamde vijf- en tien-jaars overlevingscijfers. Hoeveel procent van de behandelde patiënten overlijdt binnen vijf of tien jaar toch aan de kwaal waarvoor men is behandeld? Deze uitkomstcriteria zijn minstens zo belangrijk als de volume-eisen die de beroepsgroep stelt. Je hoort er echter nauwelijks iets over. “Kunnen wij nog aan de volume-eisen voldoen? Nee? Fuseren maar!”

Het is bovendien pikant te beseffen dat geen enkel groot gespecialiseerd ziekenhuis aantoonbaar betere lange termijn overlevings-cijfers kan overleggen dan de bedreigde streekziekenhuizen. Voeg daarbij dat het UMCG onlangs de noodklok luidde, omdat men wordt overspoeld door mensen die voor kanker behandeld moeten worden. Een dreigende wachtlijst is voor deze patiënten in de nabije toekomst niet uit te sluiten. Een fataal scenario, daarover hoeven we geen uitgebreide betogen te houden. Veroorzaakt doordat een te kleine groep chirurgen teveel ingrepen moeten verrichten.

We kleden in Noord-Nederland de ziekenhuiszorg steeds verder uit. Denk aan Winschoten, Delfzijl, Stadskanaal en Hoogeveen. Lang leve de schaalvergroting! Of de patiënten er wel bij varen is nog maar de vraag.

.

Read Full Post »