Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2012

In de Volkskrant van 14 juli staat een behartigenswaardig artikel over voormalig hoogleraar psychologie Joop Hueting, afkomstig uit een naar eigen zeggen ‘braaf liberaal gezin’. De heer Hueting ging als dienstplichtig militair (lichting 1947) naar Indië en maakte daar voldoende mee om in 1968 in een interview met de Volkskrant en op televisie (Achter het Nieuws) heftige reacties in Nederland los te maken.

Joop Hueting was de eerste Nederlandse Indiëganger die openlijk sprak over de oorlogsmisdaden die in de voormalige kolonie zijn begaan tijdens de zogenaamde politionele acties. Hij was soldaat van de Stoottroepen, blijkens het artikel “de elite van de infanterie, de harde jongens.” Hueting vertelt dat hij pas na zijn terukeer in 1950 ging nadenken en praten. Iets wat in die tijd ongewoon was. Zijn kameraden “hielden hun kop. Ze wilden er niets van weten.” Men sprak niet over onaangename zaken.

Deze benauwende cultuur heb ik als kind nog aan den lijve ondervonden. Mijn ouders waren tijdens de oorlog lid van de NSB. Ze waren “fout”. Daarover heb ik reeds eerder gepubliceerd. Ik ben er mee in het reine gekomen toen ik de dossiers van het bijzonder tribunaal heb doorgelezen. Van de eerste letter tot de laatste punt heb ik de waarheid onder ogen gezien. Ik kon mijn ouders toen veroordelen, maar – veel belangrijker – ik kon ook begrijpen hoe met name mijn vader tot zijn keuzes was gekomen. En daardoor kon ik er vrede mee sluiten.

Ten tijde van de aandacht die Hueting in 1968 genereerde was ik nog niet zo ver. Gevoed door frustraties over het “foute nest waar ik uit kwam”,  zocht ik de publiciteit. Ingezonden stukken. Van een rebelse puber. In de door vrijwel iedereen gelezen plaatselijke courant van mijn geboortedorp Winterswijk. Ondertekend met mijn voorletters en achternaam: J.K.F. Kappers. Om volwassener te lijken dan ik was.
Een oom van mij werd daar zwaar op aangekeken. Hij was koster van de gereformeerde kerk en droeg de zelfde voornamen als ik. Voortdurend moest hij zich verdedigen dat niet hij maar ik zout in wonden strooide. Voor mij was echter van belang dat dezelfde mensen die zich direct na de oorlog opwierpen als “de goeden” in staat bleken tot de meest verschrikkelijke daden. En dat uitte ik in alle toonaarden. Vol op het orgel. Ongenuanceerd.
Achteraf ben ik eigenlijk erg verbaasd dat ik toen nooit ben aangesproken op het verleden van mijn ouders, maar misschien kwam dat wel omdat de Achterhoek een waar broeinest van NSB-ers was geweest. Wie zal het zeggen. Velen hadden boter op hun hoofd.

Toen de waanzin van de 2e Wereldoorlog voorbij was, kwam de Nederlandse overheid tot vergelijkbaar kwaad. Na de Jappen gingen onze soldaten tekeer in “ons” wingewest in het verre oosten. Slachtoffers werden daders, zou je nu zeggen met kennis achteraf. En Nederland stond daar toen alleen. Amerika koos de kant van de naar onafhankelijkheid strevende Soekarno en de soevereiniteitsoverdracht in 1949 moet een smadelijke ervaring voor menig Nederlander zijn geweest. Het is dan ook niet vreemd dat er niet over werd gepraat. De generatie van mijn ouders zweeg, vaak tot in het graf. En wie de stilte doorbrak, zoals Joop Hueting, werd verguisd.
Mijn vader was in 1945 veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf, wegens zijn collaboratie. Toen twee broers van hem naar Indië vertrokken was dit aanleiding voor een strafvermindering van een jaar, want – zo staat in het dossier opgetekend – hij bleek toch uit een goed nest te komen. Alsof daardoor zijn daden minder erg werden.

Het is nu meer dan zestig jaar geleden dat ons land vreselijke misdaden beging. Tijd om de waarheid voor zover mogelijk boven water te halen. Tijd dus voor een grondig onderzoek. Zeker als je met de grote jongens aan tafel wilt zitten en daarvoor wereldwijde vredesmissies uitvoert.

Alleen door de waarheid onder ogen te zien kan vrede met het verleden worden gesloten.
En verantwoordelijkheid genomen.
Het wordt de hoogste tijd.

.

Read Full Post »

Columniste Sheila Sitalsing kan doorgaans rekenen op mijn volledige instemming maar in haar column in de Volkskrant van 11 juli 2012 staat ze toch op mijn tenen, als ze de (aanstaande) bejaarden die protesteren tegen de pensioenplannen van de overheid van platvloersheid beticht.

Uiteraard hangt mevrouw Sitalsing haar verontwaardiging op aan de retoriek van 50PLUS voorman Jan Nagel en de goedkope verbastering van een oude rockhit. Mevrouw Sitalsing doet alsof bejaarden en gepensioneerden een strontverwende groep zijn, maar daarmee laat zij zien dat haar kennis van de samenstelling van deze groep beslist onvoldoende is. Uiteraard is er een grote groep ouderen die het goed tot zeer goed gaat. Zij mogen zonder enige terughoudendheid gerekend worden tot de groep sterke schouders, die best wat extra’s kunnen doen, maar helaas geldt dit niet voor het gros van de mensen die net met vroegpensioen zijn gegaan of binnenkort met pensioen dachten te gaan. Veelal gaat het dan om mensen die na een lang werkzaam leven dachten de zaken voor hun oude dag goed geregeld te hebben en nu ernstig bedrogen uitkomen. Deze groep dient voor een juist beeld ook nog in twee verschillende groepen te worden gesplitst, namelijk zij die inmiddels reeds met pensioen zijn gegaan, maar nog geen 65 zijn, en zij die binnenkort met pensioen wilden gaan. De laatste groep heeft nog de (onaantrekkelijke, dat wel) mogelijkheid om de plannen aan te passen. De eerstgenoemde groep niet.

Ik behoor zelf tot die eerste groep, maar u zult mij niet horen klagen, het gaat mij en mijn lief goed genoeg om een bijdrage te kunnen leveren aan het betaalbaar houden van de oudedagsvoorziening in Nederland, maar dat neemt niet weg dat ik mij niet laat betichten van “strontverwende platvloersheid”, om twee kwalificaties die mevrouw Sitalising hanteert maar even samen te voegen.

Laat ik u mijn eigen situatie schilderen: mijn vaste lezers weten inmiddels wel dat ik door ernstige gehoorproblemen na 37 jaar afscheid heb moeten nemen van het onderwijs. Uiteraard had ik kunnen kiezen voor de weg van het traject Poortwachter om aan het eind daarvan een arbeidsongeschiktheidskeuring te ondergaan, waarna ik tot mijn 65e een uitkering zou hebben gesoupeerd. Ik heb er echter voor gekozen om op de eerste dag dat ik bij het ABP met keuzepensioen kon gaan, dit ook te doen. Ik heb bewust gekozen voor deze optie omdat ik niet vijf jaar van een uitkering wenste te leven. Gevolg van deze keuze is natuurlijk dat ik een lager pensioen ontvang, dan ik zou hebben gekregen als ik wel met een uitkering tot mijn 65e had gewacht. Van verwend gedrag of platvloersheid kan men mij dus niet betichten. Integendeel lijkt mij. Het ABP keuzepensioen is geen vroegpensioen en daarom mag ik daarnaast bijverdienen. Dit doe ik dan ook als educatief auteur en ik heb het financieel goed.

Maar… straks als ik 65 word zit ik opeens vier maanden met een financieel gat. Het ABP vermindert op dat moment mijn pensioen met het AOW bedrag dat (bij het ingaan van mijn pensioen) op mijn 65e mijn deel zou zijn. In de praktijk zal mij dit geen ernstige problemen opleveren. Voor mij is het hooguit onaangenaam, mijn partner heeft een goede baan en ik heb mijn eigen bedrijfje naast mijn pensioen. Voor veel anderen is het echter een aanslag op hun spaartegoeden. Geld dat meestal van modale inkomens (of lager) bij elkaar is gespaard. Minister Kamp, over wie ik in een eerdere column al heb geschreven dat hij mijn persoonlijk braakmiddel is, ziet daar geen probleem in. Henk Kamp, ons nationale snoeimes. Waar die man zijn arrogante kilheid vandaan heeft is mij een raadsel. De personificatie van een onbetrouwbare overheid.

De groep mensen die (net als ik) met pensioen is gegaan en rekening hield met vooruitzichten waarin bij het bereiken van de 65 jarige leeftijd AOW zou worden ontvangen, is de klos.  Net als studenten die studievertraging opliepen toen er nog geen sprake was van een boete op langstuderen. De overheid verandert tijdens het spel de spelregels en toont zich daarmee een onbetrouwbare partner. Niet voor het eerst en ongetwijfeld ook niet voor het laatst. Iedere ambtenaar is daar al door getroffen toen een van de kabinetten Lubbers in de jaren negentig de pensioenreserves van het ABP plunderde. (Bron: Binnenlands bestuur zie ook mijn column Overheid besteelt eigen personeel) Overheden zullen helaas altijd onbetrouwbaar blijken. Voor de pensioenplundering was zij dit al met bijvoorbeeld de solidariteitsheffing uit de jaren tachtig, na de pensioenplundering kwam het (tegen de beloften in) nog steeds niet opgeheven “kwartje van Kok”.

Toen de financiële crisis twee jaar geleden uitbrak had het ABP een dekkingsgraad van 130%. Tegenwoordig is dat ca. 95% en heeft het fonds aangekondigd mogelijk de pensioenen volgend jaar te moeten verlagen. Jean Frijns, oud-directeur beleggingen van het ABP en daarna onder meer hoogleraar beleggingsleer aan de VU zegt hier onder meer over: ,,Als het ABP toen een dekkingsgraad had gehad van 160 of 170, wat na zo’n lange tijd van economische voorspoed redelijk zou zijn geweest, dan had het fonds er nu heel wat beter voor gestaan. Het is natuurlijk een zware uitspraak, maar ja, de overheid heeft hieraan bijgedragen.”

Mevrouw Sitalsing, u hebt gelijk als u de stijl van Jan Nagel platvloers noemt. Maar om generaliserend de ouderen strontverwend te noemen gaat mij te ver. Ik had meer diepgang en interesse van u verwacht.

Read Full Post »

Demissionair minister van sociale zaken Henk Kamp is al enige tijd mijn persoonlijke braakmiddel. Telkens als ik de man hoor, word ik misselijk. Misselijk van wát hij zegt en misselijk van hóe hij het zegt. Zelfs nu ik dit schrijf wordt mijn peristaltiek alweer geprikkeld om de verkeerde kant op te werken. Maar ik zet door tot ik niet meer kan.

Het is begonnen toen een vriendin van mij, na meer dan twintig jaar trouw haar beste krachten aan een klein bouwbedrijf in Hoogeveen te hebben gegeven, wegens faillisement van het bedrijf werkeloos werd. De vijftig gepasseerd, werd zij keer op keer bij sollicitaties net niet aangenomen. Het was steeds zilver met een gouden randje. Natuurlijk werd tegen haar niet gezegd, dat ze te oud was (dus te duur), maar er werden wel steeds aanmerkelijk jongere kandidaten aangenomen.

In die tijd hoorde ik Henk Kamp in (als ik mij goed herinner) Spijkers met Koppen zeggen: “Als werknemers na ontslag niet meer aan de bak komen, dan hebben ze gewoon niet genoeg te bieden.” Met die oostelijke tongval, die mij – Achterhoeker – normaal sympathiek in de oren klinkt, is de toon van Kamp heel aardig maar de inhoud giftig. Dodelijk giftig vrees ik. Dat weet menig vijftig plusser uit eigen (trieste) ervaring. Henk Kamp is een gevaar voor de zwakkeren en de kwetsbaren. In een interview in de Volkskrant van donderdag 5 juli 2012 zegt hij doodleuk: “De groep jongeren wordt kleiner, de groep ouderen groter. Werkgevers worden afhankelijk van oudere werknemers. Maar in enkele CAO’s stijgen de loonkosten met het ouder worden. […] Dat maakt ouderen duurder en dat is niet goed.” Het mag duidelijk zijn. De inmiddels 60 jarige Henk Kamp, genietend van zijn ministerssalaris en de bijkomende voordelen, vindt vijftigplussers te duur. “Als de loonkosten hoger worden dan de economische waarde, wordt je positie zwakker.”
Logisch dat je niet aan de bak komt als je op die leeftijd werkeloos wordt.

Ooit voerde de milieubeweging actie onder het motto “Als we voor onze economie ons vruchtwater moesten vervuilen, zouden we het nog doen ook!” Ik stel me zo voor dat vijftigplussers straks moeten gaan demonstreren met een motto, waarin zowel de economische waarde van oudere werknemers als het toepassen van actieve euthanasie voorkomen. Hoezeer Kamp ook een beschaafd mens mag lijken, werkelijke beschaving is aan deze kille saneerder voorbijgegaan.

Voeg daar nog eens aan toe dat het MKB helemaal niet zit te wachten op de ontslagversoepeling zoals die er nu lijkt aan te komen. Een klein bedrijf met twaalf werknemers zal bij (economisch noodzakelijk) ontslag van bijvoorbeeld vier werknemers vier keer een half jaar WW moeten ophoesten, en vier keer een transitiebijdrage moeten betalen. Dat gaat ongetwijfeld bedrijven de kop kosten. Of omdat ze failliet gaan aan te hoge kosten en te lage inkomsten, of omdat ze de kosten van het ontslag niet kunnen opbrengen.

Zo is het bij de VVD steeds. Mooie woorden, de verantwoordelijkheid ligt altijd bij anderen en als het misgaat de schuld ook. Kortzichtige, asociale politiek, waarbij voortdurend de makkelijkste weg wordt gekozen en verantwoordelijkheden worden afgeschoven.

Ik stop, voordat mijn maag zich weer in de verkeerde richting gaat legen.

Read Full Post »