Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2012

De Volkskrant van 27 juni 2012 legt het zo uit: De eurolanden moeten de controle over hun begroting vergaand overdragen aan Brussel om de Euro te redden. De begrotingsvrijheid wordt aan banden gelegd door strikte Europese limieten voor de uitgaven en ontvangsten. Het toezicht op de banken wordt overgenomen door de Europese Centrale Bank (ECB).

Ineens beleef ik een flashback. Ik vlieg door ruimte en tijd terug naar het moment dat ik voor het eerst officieel hoorde dat mijn school, OSG de Groene Driehoek  in Hoogeveen, zou gaan fuseren. De gemeente wilde van de verantwoordelijkheid voor de scholengemeenschap af en zag mogelijkheden om door middel van een fusie een kleinere lbo school te redden. In de fusie zouden ook nog twee kleine scholen voor onderwijs aan kinderen met leer/gedragsmoeilijkheden worden meegenomen. Er zou een flinke pot geld beschikbaar komen die allerlei doemscenario’s absoluut ging elimineren.

Uiteraard was ik, als overtuigd voorstander van kleinschaligheid, ernstig gekant tegen deze fusieplannen en daarin stond ik niet alleen. Een mens (zelfs de meest progressieve) is, als het er op aan komt, toch diep van binnen reactionair. En dat wordt zichtbaar als er verandering in de lucht zit. We willen behouden, niet loslaten. Ons vastbijten in het oude, vertrouwde.
Er kwam een stuurgroep, er werd (soms zeer) heftig gediscussieerd, maar allengs werd duidelijk dat de tegenstanders van de fusie een verloren race liepen. De uitslag stond van te voren vast; die fusie zou er hoe dan ook komen.

Voor het eerst in mijn leven besloot ik pragmatisch te zijn en in de aanstaande verandering kansen te zien. In de nieuwe organisatie zouden nieuwe taken en functies ontstaan en (gelet op mijn steeds erger wordende hoorprobleem) dat zou mij de kans bieden om lesgevende taken in te ruilen voor andere taken. Ik werd onder meer ICT-coördinator, was webmaster, verzorgde de PR en redigeerde ons “relatiemagazine”. Daarnaast gaf ik nog een paar uur les aan examenklassen en zo kon ik de problemen die mijn afnemende gehoor mij bezorgde nog een hele tijd het hoofd bieden. Ziedaar mijn persoonlijke winst in de fusie.

We zijn nu ruim elf jaar verder en we weten inmiddels waar de fusiegolf in onderwijsland toe heeft geleid. Weinig van wat ons voorgespiegeld is, werd werkelijkheid. Op mijn oude school (ik ben er inmiddels ruim drie jaar weg) zijn de klassen groter en groter geworden. De organisatie topzwaar (en duur). Het ene budgetprobleem wordt gevolgd door het andere. Een moderne, kille zakelijkheid heeft zijn intrede gedaan met een groeiende kloof tussen de “ploeteraars voor de klas” en de verantwoordelijken aan de top. In het personeelsbeleid is het adagium “last in first out” overboord gezet. Niemand is meer honderd procent zeker van zijn baan. Over wat ik zo nu en dan van oud-collega’s hoor ga ik hier dus niet schrijven, het schijnt dat ze daar problemen mee kunnen krijgen. Heb ik van horen zeggen, uit overigens goed betrouwbare bronnen.

Tot zover mijn flashback.

Met Europa zal het wel net zo gaan. Doemscenario’s worden ons aan de lopende band voorgehouden. Oplossingen ook. Valse beloftes evenzeer. Premier Rutte, Minister de Jager en de heer N. Wellink bezworen dat we de financiële hulp aan Griekenland voor 100% terug zouden krijgen. Sterker nog, we zouden er aan verdienen (volgens Wellink). Onlangs werd ons voorgehouden dat Spanje voor 95 tot 100% zeker de hulp zou terugbetalen.

We worden voorgelogen. De vooruitzichten zijn hoe dan ook onaantrekkelijk. Meer Europa de waarschijnlijk nu al vaststaande uitkomst.
De heer Van Rompuy wil dat Brussel over de begrotingen gaat beslissen.
Brussel dat bekend staat als verkwistend.
De salarissen schijnen er vele malen hoger te zijn dan overal elders in Europa. Ambtenaren slapen zich er rijk, wordt beweerd.
De maandelijkse verhuizing van het Europarlement naar Straatsburg kost miljoenen, maar je hoort er niemand over.

Opgeblazen politieke ego’s zijn net zo gevaarlijk als opgeblazen voetballende ego’s. En waar dat laatste toe leidt weet Nederland inmiddels weer al te goed. Een elftal heeft een echte leider nodig. Eentje die stimuleert, corrigeert, de boel aanjaagt en zo nodig een medespeler helemaal verrot scheldt. Om de boel op de rails te houden en recht op het doel van de tegenstander af te blijven gaan.

Wie is zo’n leider in dit land? Premier Rutte in ieder geval niet. Die beweert rustig dat hij “niet over de toekomst na wil denken.” Regeren is verdomme vooruitzien Mark! De historicus Rutte heeft dat dus nog niet door.

De kabinetscrisis en de aanstaande verkiezingen zijn een prachtig camouflage scherm. Op de snelweg zie je ze als een ongeluk aan het oog onttrokken moet worden.  Wat wordt met betrekking tot Europa aan ons oog onttrokken?
In campagnetijd voelen de vele heren en de paar dames zich opperbest, maar zo gauw het op werkelijk leiding geven aan komt… ik vrees het ergste.

Mijn hoop is gevestigd op Emile Roemer, maar soms droom ik over wolven die hun schaapskleren uittrekken.

Laat die dromen alsjeblieft bedrog zijn.

.

Read Full Post »

Omdat ik dat geloof… mag ik aanslagen plegen, kruistochten houden, heilige oorlogen voeren, mensen ontvoeren, mishandelen en doden. Alleen maar omdat ik geloof dat mijn Opperwezen dat van mij verwacht en mij er na het aardse bestaan voor zal belonen.

Het Christendom is hiervoor misbruikt, de Islam wordt er voor misbruikt en ook Joden plegen misdaden omdat ze geloven dat ze daartoe gerechtigd zijn.
Ik beperk mij tot deze drie godsdiensten omdat wij leven in een “Joods-Christelijke traditie” en steeds meer te maken hebben met de Islam. Wie mij kent weet dat ik een overtuigd agnost ben. In een opperwezen geloof ik niet. Enige eeuwen geleden zou ik door de katholieke Inquisitie op de brandstapel gebracht zijn. In de moderne tijd zijn er fanatiekelingen die menen  uit naam van de Islam een “ongelovige” als mij ter dood te mogen brengen. Omdat ze dat geloven.

Ik probeer mij voor te stellen hoe makkelijk het leven zou zijn als een Religieuze overtuiging mij de vrijheid zou geven om te beschikken over een ander. Mijn Heilig Boek zou bijvoorbeeld kunnen beginnen met de Openbaring die mij deelachtig werd toen ik drie jaar geleden door hoorproblemen uitgeput het onderwijs verliet. Uiteraard was ik uitgeput, anders had ik wel weerstand geboden aan de opzienbarende inzichten die tot mij kwamen in doorwaakte nachten.

Ik stel mij zo voor dat Mozes toen hij met de Stenen Tafelen waarop de Tien Geboden waren gegraveerd van de berg terugkeerde, ook niet meer in superconditie verkeerde. De grote hoogte met haar ijle lucht moet ongetwijfeld een tol hebben gevergd.

Omdat de menselijke geest beperkt is tot dualistisch denken in tegenstellingen, zoals dag en nacht, hard en zacht, goed en kwaad, biedt mijn openbaring mij het inzicht dat ik tot de Uitverkorenen behoor. Hoera ik hoor bij de Goeden! Maar wie zijn dan de Kwaden? Ik moet mij toch kunnen onderscheiden van het Kwaad, sterker nog ik moet mij kunnen verweren tegen het Kwaad.
De vraag stellen is één ding, een antwoord krijgen is nog iets heel anders. Daar zijn nog een aantal doorwaakte nachten voor nodig. In mijn Openbaring is het de Manager. Dat komt mij goed uit, want ik heb iets tegen ze en nu blijkt dat nog eens terecht ook! Mijn geloof verheft mij en bevrijdt mij van de last dat ik verblind een zondebok zoek. Het kwaad schuilt in de Manager die hele zorginstellingen naar de verdoemenis helpt, de Manager die de klassen op de scholen steeds groter maakt, de Manager die voor de ene financiële crisis na de andere  zorgt, de Manager die zichzelf verrijkt en puinhopen achterlaat. Om maar eens een paar voorbeelden te noemen.

Ik zal na dit aardse leven beloond worden met melk en honing en ontelbare cohorten ervaren minnaressen als ik de Heilige Oorlog verklaar aan de Manager en zijn volgelingen. Ik mag ze vervolgen en uitroeien tot de laatste manager de laatste snik heeft gegeven…

enkel en alleen omdat ik dat geloof!

Ik moet alleen nog zien dat ik volgelingen vergaar, die het vuile werk voor mij willen opknappen. Hen zal ik moeten inspireren, zodat zij bereid zijn hun leven te geven in ruil voor de beloofde beloning na dit leven. Uiteraard kan ik mijn Heilige Handen niet zelf bevuilen. Ik moet mijn verkregen Inzichten uitdragen en zo de wereld bevrijden van het Kwaad. Ik mag dit leven dus nog niet verlaten, hoe zeer die cohorten ervaren minnaressen (maagden versmaad ik) ook proberen mij tot andere gedachten te brengen.
Ik moet er standvastig weerstand aan bieden. Eerst moet ik legerscharen tegen het Kwaad bijeenroepen en mijn Inzichten aan hen verkondigen en pas als er voldoende geïnspireerde Leiders zijn opgestaan wordt het tijd om dit aardse bestaan te verlaten. Met een spektakel dat zo groots is, dat er over tweeduizend jaar nog over gesproken en gezongen zal worden.

U begrijpt het: op deze regenachtige zondag weet ik niets beters te doen dan mijn frustraties over fundamentalistisch denken een uitweg te bieden. Of het nu het fundamentalisme uit Staphorst is, van de Veluwe, de Zuid-Hollandse eilanden of Zeeland, Irak, Iran, Israël of de misdadige Taliban in Afghanistan, het echte Kwaad is het Fundamentalisme.

En niet omdat ik dat nou eenmaal geloof…

.

Read Full Post »

De Volkskrant van 21 juni 2012 meldt dat Herman Blom, beoogd bestuurder van zorggigant Careyn tien dagen voor zijn aantreden heeft besloten van de nieuwe baan af te zien. Opzienbarend, dus er moet wat aan de hand zijn, anders doet iemand zoiets niet.

Wat blijkt? Blom schijnt bij zijn vorige werkgever (Zorgpartner Midden Holland) een groot aantal declaraties te hebben vervalst om privé uitgaven te maskeren. De fraude zou naar voren gekomen zijn in een accountantsonderzoek van PricewaterhouseCoopers naar de financiële handel en wandel van Blom. Het onderzoek  vond plaats in opdracht van Zorgpartners Midden Holland .

De uitkomsten van dit soort onderzoeken beginnen verdacht veel op elkaar te lijken. Ook nu weer is er naast de frauduleuze handelingen sprake van een ‘problematische stijl van leidinggeven, waarmee een angstcultuur en een gevoel van onveiligheid werd veroorzaakt.’ Daarnaast zou Blom het oor te veel hebben laten hangen naar door hem ingehuurde externe adviseurs.

Een veel voorkomende karaktertrek bij managers is schaamteloosheid. Blom meende recht te hebben op een ontslagvergoeding van € 380.000,00. Maar het declaratiegedrag van Blom bracht de kantonrechter in Gouda tot de uitspraak dat geen sprake was van recht op ‘enigerlei vorm van vergoeding.’

Je zou denken dat de man voorlopig een toontje lager gaat zingen. Maar dat blijkt een naïeve gedachte. Via een wervingsbureau kwam Blom in beeld bij Careyn dat met 15.000 medewerkers en 90.000 cliënten één van de grootste zorgaanbieders in Nederland is. Je zou ook denken dat zo’n organisatie eens informeert bij de vorige werkgever naar het functioneren van betrokkene. Weer naïef! De Volkskrant informeerde de zorginstelling over de vervalste declaraties, die onder meer betrekking hadden op dure diners voor familieleden en dure kleding.

Blom weerspreekt de beschuldigingen aan zijn adres via zijn advocaat met kracht. Ook in dat verweer zijn weer de nodige stereotypen te horen. Er is sprake van een ‘diepgaand verschil van inzicht’ over arbeidsvoorwaarden. De ‘totaal tegengestelde karakters van Blom en mevrouw Admiraal van de Raad van Toezicht’ hebben tot een ‘verstoorde relatie geleid.’ Volgens de advocaat heeft Blom nooit ‘met vooropgezet doel gelden voor privé doeleinden aan de organisatie onttrokken.’

Toen ik nog werkzaam was in het onderwijs heb ik een flauwe vorm van dit soort leiderschap mogen beleven. Ik was aan het eind van mijn loopbaan belast met een aantal PR taken, die ik met plezier en naar tevredenheid uitvoerde. In de problemen kwam ik niet met mijn nieuwe baas, maar de stijl van leidinggeven was op zijn zachtst gezegd ‘nieuw’ en binnen de scholengemeenschap ‘ongekend’. Steeds vaker durfden mensen hun mening niet meer te geven. Uit angst voor wat mogelijk de gevolgen zouden kunnen zijn. Er ontstond iets dat dat je nu een angstcultuur en intimidatie zou noemen.

Met de komst van de volgende directeur schijnt het er niet beter op te zijn geworden. Dat heb overigens ik alleen maar van horen zeggen en -gelukkig- niet meer door eigen waarneming. Management en werkvloer lijken zoals overal elders steeds verder uit elkaar te liggen, al zullen de managers dit te vuur en te zwaard bestrijden. Het is dodelijk voor de motivatie en de betrokkenheid van de (in dit geval) docenten als de leiding kil en zakelijk wordt.

Inmiddels is er in de wereld van de managers steeds vaker  sprake van onverantwoord beleid, riskant financieel gedrag, zelfverrijking en/of corruptie, zodat je mag veronderstellen dat de marktwerking, waar het kabinet Kok zo’n hoge pet van op had, een ernstige fout is geweest. De hoge verwachtingen die men toen had van marktwerking is de vruchtbare voedingsbodem waarop menige (wan? mis?)daad welig heeft kunnen tieren. Voor zover mij bekend zonder juridische gevolgen.

Paul Smits, over wiens rol bij de Klebsiella-uitbraak in het Maasstad ziekenhuis een vernietigend rapport verscheen, is inmiddels gewoon aan het werk voor Zorgpartners Friesland. Onder zijn verantwoordelijkheid zijn doden gevallen. Hoe zijn die nuchtere Friezen er toe gekomen met hem in zee te gaan? Het zal toch niet zo zijn, dat de hele Maasstad affaire aan hen voorbij is gegaan?

Het wordt de hoogste tijd om eens wat zaken terug te draaien en verantwoordelijken voor hun wandaden te laten bloeden. Gelukkig heeft de Tweede Kamer besloten dat er een bestuurderstoets moet komen voor toplieden in de zorg. Om te voorkomen dat falende bestuurders na hun vertrek bij een andere instantie opnieuw in het bestuur komen. Wat mij betreft wordt die toets niet alleen beperkt tot de zorg, maar geldt die voor elke organisatie die ‘tot nut van het algemeen’ hoort te werken.

Ik heb al eerder gezegd: “Wie faalt, betaalt.”  De Vestia affaire ligt nog vers in ons geheugen. Man brengt grote organisatie aan de rand van de afgrond en schijnt in weelde te baden in de Cariben.

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Hoe moe kan een hond zijn?

Ik moet beginnen met mijn excuses te maken. Gisteren heb ik mij beklaagd over het feit dat ik niet bij de bazen op bed mocht slapen. U zult wel denken ‘Wat een watje is die Yuta. Ze kan toch ook wel slapen zonder bij de bazen te liggen?’ Laat mij ronduit bekennen dat u daar helemaal gelijk in hebt. Ik heb de eerste nacht hier slecht geslapen, maar dat kwam vooral doordat ik de hele dag in de auto zo lekker heb liggen doezelen. Ik was helemaal niet moe en dat is mij ’s nachts opgebroken.

Gisteren hebben wij echter uitgebreid gewandeld. Ik ben vrijwel de hele dag in touw geweest en daardoor heb ik vannacht werkelijk heerlijk geslapen. De bazen heb ik geen moment gemist. Ik had mooie dromen over de vreemde wereld waarin ik terecht ben gekomen. Er is hier niet alleen maar een wereld voor mij en achter mij, maar ook boven mij en onder mij. Ik kom ogen en neusgaten tekort. Er hangen zoveel geuren hier, de een nog lekkerder dan de ander. Het is werkelijk een groot genot om als hond hier rond te mogen lopen en al dat lekkers op te snuiven. Het komt echt van alle kanten op mij af.

Vanmorgen ging de bazin al vroeg met mij uit. We staken de weg over en gingen een pad op dat naar de bovenwereld leidt. Ik had daar nog niet echt trek in. Omhoog lopen is behoorlijk vermoeiend, ook als je vier poten hebt zoals ik. Ik probeer dan ook regelmatig om even uit te blazen. De bazin denkt dat ik dan loop te snuffelen, maar dat is camouflage. Ik schaam mij een beetje dat zij ogenschijnlijk zo makkelijk omhoog loopt. De bazin vindt het vervelend als ik treuzel en trekt soms behoorlijk hard aan de lijn, waardoor mijn halsband strak wordt getrokken. Nu kan ik daar wel tegen, maar echt prettig is anders, dus uiteindelijk geef ik steeds toch maar weer toe.

Ik heb ook heugelijk nieuws. Vanochtend had ik geen last meer van mijn vakantieobstipatie. Dat had ik nog niet gemeld, maar nu durf ik er wel voor uit te komen: ik kon niet poepen. Gelukkig is dat nu verleden tijd. Vanochtend heb ik aan het begin van de wandeling meteen een drol neergelegd, waar mijn bazin luidkeels “U” tegen zei. Vanmiddag heb ik dat kunststukje tot grote vreugde van beide bazen nog eens herhaald.

De dag begon dus met een wandeling met de bazin, terwijl de baas naar een benzinepomp ging om brötchen te halen. Geen idee wat dat is, maar ze waren er allebei erg enthousiast over. Ze hebben ze mij niet laten proeven dus ik kan u niet vertellen of hun enthousiasme terecht was of niet.
Na het ontbijt was er al snel actie. Ik moest mee naar de auto en we reden een tijdje tot de baas parkeerde en we over een asfalt weg omhoog moesten lopen. De weg was nog lekker koel aan mijn poten en ik vond het erg prettig. En toen ineens was daar de grote verrassing… de zee. Althans het leek er wel op. Heel veel water met allemaal bergen er om heen. Dat hadden ze meteen wel mogen zeggen, dat we naar het strand gingen. Mijn staart maakte een aantal vreugdekwispels en mijn waterminnende hart sloeg een paar keer over van opwinding.

Maar hoe bedrogen kun je worden? De baas las op een bord dat het hier ging om een Trinkwasserstausee en dat het ‘betreten der Ufer strengstens verboten war.’ Niks waterfeest dus. Lopen en snuffelen is leuk, maar een waterballet zou de feestvreugde toch aanmerkelijk vergroot hebben.


[klik op de pijl om de film te starten] 

We brachten al met al meer dan een uur zoet met langs de Stausee te lopen voordat we weer naar het huisje gingen, waar ik mijn middagmaal kreeg en even lekker de ogen kon sluiten in het gras achter ons huisje.

De bazen zaten te lezen en ik hield mij gedeisd zodat ik ze niet op het idee bracht om weer ergens omhoog te gaan lopen. Maar wat ik deze week ook zal bedenken, ik denk niet dat het gaat lukken om hen daarvan te weerhouden. Rond een uur of twee was het weer raak. De baas sloot zijn elektronische boek af en stelde voor om weer te gaan wandelen. Hij mompelt dan steeds zoiets van dat het goed voor zijn buik is, maar volgens mij is het heel slecht voor zijn buik, want die begint behoorlijk te verschrompelen. Als hij zo doorgaat houdt hij geen buik meer over, dat zal toch niet zijn bedoeling zijn?

We liepen lang omhoog, eerst door het bos. Lekker in de schaduw, daarna in open gebied lekker in de wind. De omstandigheden voor een hond waren best goed dus. We kwamen weer langs het natuurtheater waar we gisteren ook waren geweest en daalden vervolgens een hele tijd steil af. Ineens kreeg ik de lucht van water weer in mijn neus. Ik zag ook het kleine beekje waarin ik gisteren nog heb gepoedeld. Zouden we echt bij het waterreservoir zijn waar ik gisteren ineens in mocht? Ik durfde het haast niet te geloven na de teleurstelling van heden morgen, maar het bleek echt waar. Het bekken zag ik al van verre liggen, maar ik hield me groot en ben niet strak aan de lijn met een dikke kont voor de baas uit gaan lopen trekken. Toen we bij het bekken waren heb ik hem zelfs eerst maar eens vragend aangekeken of het goed begrepen had. Was het echt de bedoeling…?

“Toe maar Yuta.”

Tja en dat liet ik mij natuurlijk geen twee keer zeggen. Wat een genot. Mijn verhitte lijf knapte enorm op van de koele streling van het water. Ik was in een paar minuten herboren, maar dat heb ik niet laten merken anders had ik er weer uit gemoeten.

.

.

Toen we eenmaal verder gingen had ik weer energie voor tien. Ik heb dan ook zo’n beetje alle takken uit het bos verplaatst. Dat was hard nodig, want ze lagen schots en scheef door elkaar. Ik ontdekte ook nog een hertebok met een gewei  met twee takken. Ik wilde er zo graag achter aan, dat ik de baas bijna omver trok. Het had overigens geen zin gehad, want het hert was zo snel weg, dat ik nooit op tijd beneden was geweest.

Moe en voldaan keerden we terug in Langenbach, waar de bazen een Nederlands echtpaar tegenkwamen, dat zojuist was aangekomen in Ferienhaus Linde. Een fraai en zeer rustig hotel, dat door Nederlanders wordt bestierd. Ze gingen met hen mee en via een steile trap bereikten we een terras, waar ze grote glazen Weizenbier gingen drinken.
Ik moest mij tevreden stellen met een bak water.

U begrijpt dat het voor mij een vermoeiende dag was. ’s Avonds ben ik dan ook al snel in diepe, diepe slaap gevallen. Volgens mijn bazen heb ik vreselijk liggen schudden van alle dromen. Heel goed mogelijk, maar ik kan het bevestigen noch ontkennen.

Omdat mijn arme hondenpoten zeer beginnen te doen van het typen, stop ik nu dit verslag van een heerlijke week in een prachtige omgeving. Fijn dat u even tijd voor mij hebt vrijgemaakt. Je wilt als sociale hond toch ook je verhaal graag kwijt nietwaar. Hartelijk dank voor uw aandacht en wie weet, tot de volgende keer.

.

(Lees ook deel 1 en deel 2)

.

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Een geurende wereld

Helaas heeft dit uitstapje voor mij ook een negatieve kant. De bijna 80 jaar oude vrouw die het huisje aan mijn bazen heeft verhuurd vindt het niet goed dat ik bij hen slaap. Ze zei het niet met zoveel woorden, maar mijn bazen konden er niet onderuit te doen alsof zij het bezopen vinden dat mensen hun hond bij hen op bed laten slapen. Bij tegenslag leer je dus je vrienden kennen. Stelletje slapjanussen. 

Gisteravond hebben wij na aankomst een verkennende wandeling in de directe omgeving van ons huisje gemaakt. Het is wel een spannende wereld hier hoor. Er valt heel veel te ruiken. Het gras ziet er ook heel anders uit dan thuis. Om te beginnen zijn er een heleboel grasvelden die veel groter zijn dan aan de Buizerdlaan in Hoogeveen. En er groeien hier ook nog eens een heleboel bloemen in. Mijn baas heeft het dan over de kleuren, maar dat zegt mij als, half kleurenblinde, hond niet zoveel. Ik let liever op de geuren en ik moet zeggen… deze wereld geurt heerlijk.

Meestal dan, want er zijn ook geuren…
Ik rook gisteravond opeens iets dat mij de adem benam. Ik geef het niet graag toe, maar ik werd bijna bang.

“Kijk een vos,” hoorde ik de baas roepen. Ik heb hem niet gezien, maar als die geur van hem was, dan zie ik er ook niet naar uit om ooit een vos tegen te komen.
“Licht roodbruin, ik heb hem helemaal gezien.”
De baas was opgetogen. Zijn hele vakantie leek er al een succes door.
“Ik zag zijn kont en zijn staart nog net wegschieten,” meldde de bazin.
Kijk, ieder dier zijn plezier, daar zal ik niets van zeggen. Dat ik dit enthousiasme overdreven vond, zal vermoedelijk mijn probleem zijn. Het zij zo. Een hond kan niet de hele wereld veranderen, al denk ik soms wel dat ik een aardig eind zou komen.

Ik moet nog even terugkomen op het verwijt dat ik mijn bazen daarstraks maakte over hun houding ten opzichte van de verhuurster. Ere wie ere toekomt, ze maakten van de bank een mooi bed voor mij. De bazin had twee hoeslakens meegenomen, omdat ze van plan was die voor mij te gebruiken op hun bed. Zo te zeggen om te voorkomen dat mijn uitvallende haren op het dekbed van de verhuurster zouden komen.

Die leken aanvankelijk dus voor niets de reis gemaakt te hebben, maar de baas kwam op het lumineuze idee, om een deel van de bank er mee te bekleden, zodat ik toch een beetje lekker kon liggen. Toch wel een lieverd die man hoor. Een beetje moeilijk in de omgang soms, maar hij heeft een hart van goud. Vooral als het om mij gaat.

(Lees ook deel 1 en deel 3)

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Huisje Hella

Zojuist heb ik mijn avondronde gelopen in een voor mij volkomen nieuw gebied. Het is hier kruidig en de paden lopen omhoog en omlaag. De hoogste tijd om u bij te praten dus.

Gisteravond had ik het al door. De baas en de bazin liepen met tassen heen en weer tussen ons huis en de auto. De bazin was erg tevreden.
“Zie je wel hoe weinig ruimte we nodig hebben voor de bagage deze keer?”
Ze was trots op zichzelf, dat begreep ik er wel uit.
“Ja en Yuta kan zo tenminste gewoon op de achterbank.”
Als hij niet zo schattig was zou ik hem een watje vinden, maar ja… mijn welbevinden heeft hij hoog in het vaandel staan en dat waardeer ik zeer.

Ik viel gisteravond dus in slaap met het idee dat er weer een reis naar zee op het programma stond. Het was dan ook een grote teleurstelling toen ik vanochtend merkte dat we een volkomen andere kant op reden. De bazin reed, dat zette mij meteen al op scherp. Niet dat zij niet goed rijdt, allesbehalve, maar ik had haar onlangs tegen de baas horen zeggen dat ze ‘eens wat anders wilde dan altijd maar naar de Slangenburg of Texel.’

Iets wat de baas niet schijnt te begrijpen. Hij mompelt dan vaak iets over zijn leeftijd. Dat hij niet meer zo nodig hoeft en dan trekt zij een wanhopig gezicht en vertelt hem dat het niet aan zijn leeftijd ligt maar aan zijn karakter. Als de baas echt in vorm is reageert hij daar weer op door te zeggen, dat ze er maar aan moet wennen dat hij dodelijk saai is en dat hij geen zin heeft om op zijn tachtigste (wat dat ook mag voorstellen) nog als een jonge god heen en weer te racen door heel Europa. Waarop zij het moede hoofd zwijgend laat zakken.

Je denkt dan dat zij toegeeft. Dat we wel weer naar Texel gaan, omdat dat dan toch even iets anders is dan de Slangenburg. Een keus waar ik mij wel in kan vinden. Op Texel mag ik lekker los op het strand. Ze nemen dan een lepel met een bal mee. Ik kan me dan helemaal suf rennen en als ik het warm krijg ga ik lekker in de zee badderen om af te koelen. Een groter genoegen kunnen ze mij niet bieden. Maar dit keer had ik me toch helemaal vergist. Mevrouw heeft op internet zitten zoeken en vond een huisje dat Hella heet. Het staat in Thüringen, Langenbach om precies te zijn. Thüringen ligt in Duitsland begreep ik uit hun gesprekken. Er schijnt ooit een ijzeren gordijn omheen gehangen te hebben, maar dat is iets waar een eenvoudige hond als ik geen weet van heeft.

Er wonen hier veel minder mensen en veel meer dieren dan in Nederland. De baas zei nog tegen de bazin, dat hij nu toch echt wel vindt dat het behoorlijk vol is in Nederland.
“Ook al zouden er helemaal geen buitenlanders in Nederland wonen, dan nog is het prop- en propvol. Het is net een grote stal met kippen. Veel te weinig ruimte, veel te veel kippen. Logisch dat er steeds meer agressiviteit ontstaat.”

Wat die kippen er nou mee te maken hebben? Hebt u enig idee?

(Lees ook deel 2 en deel 3)

.

.

.

.

Read Full Post »