Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2011

In de regelmatig terugkerende columndiscussie tussen Bert Brussen en Thomas von der Dunk staan vandaag (26-09-11) twee zaken die ik aan u voor wil leggen. Brussen beschrijft waarom Haye van der Heyden op de PVV heeft gestemd en wat er gebeurt als hij op een feestje te kennen geeft op de PVV te stemmen. Von der Dunk schrijft dat van der Heyden juist om deze motivatie “een onbenul is zoals zoveel kiezers van ondemocratische partijen in het politieke interbellum“: de tijd tussen de beide Wereldoorlogen in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Van der Heyden heeft PVV gestemd,  (naar eigen zeggen in de Volkskrant) niet omdat hij het zo met de PVV eens is, maar omdat hij vindt dat “Wilders en de PVV-stemmers worden gediscrimineerd.” Hij heeft dus op Wilders gestemd, aldus Bert Brussen, “omdat het kan in deze democratie.” Brussen vertelt verder dat van der Heyden ooit tussen een groep mensen zat waarbij iedereen vertelde wat hij of zij stemde. Toen vdH ‘PVV’ zei viel de groep stil en was de sfeer de rest van de avond verdwenen. (Ik neem aan dat Brussen bedoelt te zeggen ‘verpest’ want sfeer kan niet verdwijnen, hooguit veranderen, maar dit terzijde.)

Thomas von der Dunk stelt dat de moreel cruciale vraag niet is of de stem van vdH ‘democratisch’ is, maar of hij de partij waarop hij heeft gestemd een democratische partij is. Een vraag die von der Dunk onmiddellijk met ‘Nee’ beantwoordt. “Wilders is enig lid en daarmee oppermachtig eigenaar van drieëntwintig lijfeigenen waarmee hij zijn fractie heeft gevuld. Bij democratie hoort verantwoording en controle.” Von der Dunk beeindigt zijn betoog met de vraag of vdH de volgende keer op een moslimpartij gaat stemmen. “Dat kan namelijk ook in deze democratie.”

Tot zover de discussie Brussen vs von der Dunk.

In een democratie heeft het volk het voor het zeggen, althans één keer in de vier jaar bij ons. In feite een vorm van crowdsourcing. De massa weet als geheel beter wat goed voor haar is, dan welke groep van deskundigen dan ook. De vraag is, of iets dergelijks geldt voor het besturen van een land. Een vraag waar je lang en breed over kunt discussiëren; waar je blijkbaar de sfeer in gespreksgroepen mee kunt verpesten. Een vraag die een mens dwingt tot diepgaand ethisch zelfonderzoek. Wat te denken bijvoorbeeld van het lijstje dat Wilders tijdens de algemene beschouwingen 2011 opsomde over de termen die voor hem gebruikt worden?
De ingestudeerde sketch waarin Wilders Cohen de ‘bedrijfspoedel van het kabinet Rutte’ noemde was van een niveau waar het amateurtoneel zich nog voor zou schamen. Zijn ‘Doe eens normaal man’ daarentegen was geloofwaardig en echt. De ‘kopvoddentaks’ was volgens mij  ingestudeerd en uitgesproken met de kennelijke bedoeling om te kwetsen; de ‘haatpaleizen’ bedacht om angst aan te jagen. Als dit allemaal niet mag, is het dan wèl toegestaan om hem een fascist te noemen of hem voor rascist uit te maken, de PVV te vergelijken met de NSB?

In eerdere artikelen op dit blog heb ik mij uitgelaten over mijn opvattingen, het mag dus bekend verondersteld worden dat ik niet op de PVV stem, dat ik de PVV zelfs niet democratisch vind. Daar gaat het hier nu niet om. Waar het om gaat is de vraag of de democratie nog het minste van alle kwaden is. Uiteraard zullen PVV stemmers de democratie omarmen. Immers in een democratie hebben mensen het recht op welke partij dan ook te stemmen. Interessanter is het om de vraag voor te leggen aan de tegenstanders van de PVV. Vindt u de democratie zelfs als deze ondemocratische partijen aan de macht helpt, nog steeds het beste model om een land te besturen?

Hieronder kunt u in een eenvoudige, korte poll uw mening (100% anoniem) kenbaar maken.

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Vanavond kwam ik op mijn ronde met de bazen een jonge Golden Retriever tegen. Acht weken oud en sinds drie dagen bij zijn nieuwe bazin. Dat bracht mij aan het denken. Over twee weken vier ik namelijk mijn vierde verjaardag, dat zijn tweehonderdenacht weken… ik ben dus bijna zesentwintig keer zo oud.
Aan alles komt een einde. Zelfs aan mijn bazen. En ook aan mij. De moeder van mijn bazin zegt: “Je moet toch érgens aan doodgaan.” Dat zei ze op het feestje ter gelegenheid van het beëindigen van de chemotherapie van de bazin. En laten we eerlijk zijn: ze heeft er gelijk mee. Alleen wil ik dat liever niet weten. Het pupje drukte mij echter met de natte neus op de droge feiten, de tijd tikt en tikt maar door. Aan alles komt een einde. Zelfs aan dat schattige kleine pupje. Dat overigens wel heel vermoeiend om mij heen liep te springen. Ik mag toch hopen dat ik honderachtennegentig weken geleden niet zo heb gedaan.
Ook aan onze logeerweek op Texel komt een einde. Morgen gaan wij weer naar huis. Jammer, heel jammer. Ik zal de dagelijkse strandwandelingen heel erg missen. Vermoedelijk ben ik verslaafd aan zilt. Zilt doet iets met mij. Zo gauw ik  zilte zeelucht snuif wordt alles ineens veel mooier. De zilte wereld is een paradijs en het mooie is, dat werkelijk alles hier zilt is. Tot de stoeptegels aan toe. Het ligt gewoon overal voor het opsnuiven. En het is bovendien goed voor mijn vacht. De bazin roept steeds verrukt dat mijn vacht zo lekker zacht wordt van de zee. Tja, zilte vachttherapie heet dat, maar dat weet de bazin niet, hoewel ik wel heb gemerkt dat zij zelf zo nu en dan – bijna stiekum – haar gezicht met zilt water bevochtigt. Ik ben ook een vrouw en ik hoef echt niet meer te zien om precies te weten hoe de vork in de steel van de bazin steekt, als u mij deze beeldspraak wilt toestaan.

Gisteren en vandaag was mijn grote vriend Alex mee naar het strand. Er wordt van hem beweerd dat hij niet zo’n liefhebber van strandwandelingen is, maar ook hier weet ik beter. Hij is een van de beste strandvrienden die ik heb! Bij hem kan ik onophoudelijk de bal voor zijn achterpoten leggen en dan geeft hij er toch een schop tegen aan… heerlijk! De werplepel kan in de rugzak blijven als Alex mee gaat naar het strand. Hij is ook heel goed in het takkenspel dat ik zo graag speel, maar we hebben het helemaal vergeten dit keer. Weet u niet hoe het takkenspel gaat? Het is heel eenvoudig, iedereen kan het spelen. Je pakt een mooie tak en die hou je in je bek vast. Vervolgens zoek je iemand op die de tak vastpakt en dan probeer je hem weer los te trekken. En daar is Alex zo goed in. Die heeft mij al wel eens met vier poten van de grond getild aan een tak. Jammer jammer jammer, ik ben het dit keer helemaal vergeten met hem te spelen. Ik hoop dat ik hem nu niet heb teleurgesteld. De volgende keer maak ik het helemaal goed, dan gaan we uren takken trekken.

U begrijpt, ik heb een heerlijke week achter de rug. De nachten heb ik doorgebracht bij de bazen op het bed. Dat vinden ze fijn en ik moet eerlijk zeggen, het heeft wel iets om mijn plaats met hen te delen.

Of het is gekomen van de nabijheid van de bazen of dat het gewoon aan het zilt ligt. Ik heb hier zo verschrikkelijk lekker geslapen, alleen daarom al is het een feest om hier te zijn. Maar zoals ik al zei, dat feest komt ten einde en daarom stop ik nu ook met vertellen, ik ga maar vast mijn plekje opzoeken, zodat de bazen zo meteen ook begrijpen dat zij bij mij slapen en ik niet bij hen. Kwestie van rangorde he?

Hartelijk dank voor uw belangstelling voor mijn verhalen. Misschien ga ik dit wel vaker doen, dus kom gerust nog eens kijken hier.
Tot ruiks.

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Mijn baas is een extremist. Iets anders kan ik niet zeggen sinds gisteren. Als we thuis zijn stuurt hij de bazin meestal mee op mijn dagelijkse wandelingen. Alleen de laatste ronde ’s avonds is voor hem. In mijn eerste column heb ik U al uitgelegd wat voor genant gedrag hij daar dan soms vertoont, dus daar zal ik het nu niet meer over hebben.

Wat ik vandaag eens met U wil bespreken is het extremistische gedrag van mijn baas, hier op Texel. We hebben een storm van anderhalve dag achter de rug. En die had een merkwaardige invloed op mijn baas. Eergisteravond was daar al iets van te merken. We hadden overdag twee lange wandelingen langs het strand gemaakt en ik lag na het eten volkomen uitgeput heerlijk op mijn matje te rusten. Ik hield mij zo stil mogelijk, want ik vond deze twee rondes meer dan genoeg, als ik heel eerlijk ben. Geen bal zou mij meer van mijn plek krijgen. Maar toen kreeg hij het op de heupen.

“Ik ga nog even met Yuta uit, nu het nog licht is. Dan kan ze in ieder geval even poepen en hoef ik haar straks alleen maar even efficiënt een plas te laten doen.” Dat de bazin net aan de afwas begon zal er ook wel mee te maken hebben gehad, maar zij vond het een goed idee. Verraadster.

Mijn baas is een goede baas, daar zult U mij niet over horen, maar hij heeft te weinig vertrouwen in mij. Omdat hijzelf tenminste drie keer per dag uitgebreid en onbehoorlijk stinkend tekeer gaat, moet ik ook minstens twee keer per dag poepen. Ik geef toe dat ik vanochtend behoorlijk in nood zat. Het was al vierentwintig uur geleden was dat ik gekromd door mijn achterpoten was gezakt, dus er moest dringend iets uit.Maar de bazin reageerde onmiddellijk toen ik haar wakker maakte. We gingen, ondanks de stormwind en de harde regen er meteen op uit. Nu hou ik er niet van om mijn behoeftes te doen als het slecht weer is. Ik kies graag zorgvuldig een plekje uit om mijn ontlasting te deponeren, maar storm breekt wet, en gelukkig is hier vlakbij ons tijdelijke huis is een beschut plekje bij een fietsenstalling met gras er om heen. Mijn hoogste nood heb ik daar snel gelenigd om de rest even later in het bos achter te laten. Je zou dus mogen verwachten dat de baas begrijpt dat ik best een hele nacht door kan halen, als ik de dag daarvoor maar één keer heb gepoept.

Helaas… hij geloofde het niet. Dus moest ik die avond, moe als ik was, er met hem op uit om te poepen. U zult begrijpen dat ik daar niet blij mee was. Poepen is een vermoeiende bezigheid. Kijkt u maar eens goed als een hond dat doet. Als u zo gespannen op de w.c. zou zitten liep u onmiddellijk het risico van een hersenbloeding. Er is werkelijk geen spier meer in ons lichaam die zich niet spant als wij ons ontlasten, dus U kunt mijn baas rustig van dierenmishandeling beschuldigen omdat hij mij, zo uitgeput als ik was, tot zo’n geweldige inspanning dwong.
Uit puur verzet ben ik bij elke oneffenheid in de stoep gaan zitten, alsof het een stoeprand was. De baas heeft mij geleerd te gaan zitten bij stoepranden. Dat beloont hij dan altijd met een brokje en (ik beken) er kunnen mij niet genoeg stoepranden op onze route liggen. Mijn stoeprandenzit heb ik inmiddels gepolijst tot een sierlijke beweging, die begint met een vertraging in mijn looptempo, daarna draai ik mijn kop licht naar rechts en kijk ik de baas met vragende blik aan. Zo van “Hee baas, je loopt door, maar hier is toch echt een stoeprand.” Ere wie ere toekomt, hij begrijpt die blik en hij is een betrouwbare baas, de linkerhand gaat in zijn zak, ik krijg een brokje en hij zegt meestal: “Goed zo Yuta, wat ben je toch een lieverd.” En daarmee laat hij zien dat hij echt niet door heeft hoe ik in elkaar zit, want U denkt toch niet dat ik al die flauwekul voor een stoeprand doe?

Helaas trapte mijn baas er niet in deze avond. De oneffenheden in de stoep leken waarschijnlijk te weinig op stoepranden. Maar toch voelde hij zich wel een beetje ongemakkelijk, want ineens gingen we op een volkomen onlogische plek oversteken. Ik was zo verbaasd dat ik bijna mijn ritueel vergat. Van het langzame vertragen kwam weinig terecht. De vragende blik moet een en al verbazing zijn geweest, maar daar had hij geen oog voor. Ik kreeg ruw een brokje in mijn bek geduwd en meteen trok de riem om mijn nek mijn keel bijna dicht. “Ho ho, mag een fatsoenlijke hond nog even van zijn brokje genieten of is dat er niet bij in dit weer?” Hij luisterde niet en zo bleef mij weinig anders over, dan zijn tempo over te nemen en hem met stijve tred te volgen naar het bos. Hoe moest ik daar in hondesnaam mijn spieren tot een poepactie moest bewegen?
Gelukkig is er direct naast het fietspad in het bos een kleine helling, die wel wat wegheeft van de slootkant waar ik thuis normaal gesproken mijn drollen deponeer. Dus kon ik de veel minder inspannende hellingzit aannemen en al gauw hoorde ik de baas zijn “Goed zo Yuta, dat is brave poep-mantra” uitspreken. Hij gaf me mijn beloning en wilde op zijn schreden terugkeren naar huis, maar daarmee had hij toch buiten mij gerekend.

De heerlijke wildlucht van vers konijn trof mijn neus en hoe moe een hond ook is, een beetje hond loopt dan haar neus achterna. De baas kon proberen wat hij wilde, maar dit nam hij mij niet af. Mij in mijn rust storen is één ding maar mij bij de konijnen weghouden, dat is bij de wilde konijnen af. Gelukkig zaten ze vlak bij en hoefde ik de baas niet al te lang mee te trekken. Er was een vergadering van konijnen aan de gang. In een duinpan zaten er minstens vijftig bij elkaar. Ha ha, en toen kwam ik…. ze stoven alle kanten op, maar na een paar meter bleven ze zitten. Alsof ze zich veilig voelden dankzij hun aantal. Ik probeerde de baas over te halen mij los te maken. Maar ook al beloofde ik hem minstens tien braadpanklare exemplaren, hij was niet te vermurwen. Ik heb nog wat om mij heen geblaft, maar de lol was er snel af en ik begon ook mijn spieren weer te voelen. Mijn matje was aantrekkelijker dan wild konijn, dus heb ik mijn verbaasde baas maar mee getrokken. Hij wilde nota bene nog naar het strand, maar daar heb ik een stokje voor gestoken. Ik weet de weg hier inmiddels heel goed en we zijn langs de kortste weg terug naar mijn matje gegaan.

Om helemaal zeker te zijn dat hij me niet nog voor een efficiënt rondje plassen mee zou gaan nemen, ben ik in een diepe slaap weggezakt en gelukkig is hij daar in getrapt, want op een gegeven moment hoorde ik hem tegen de bazin zeggen: “Ik geloof niet dat ze nog een keer uit hoeft. Laten wij ook maar lekker gaan slapen.”

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

Ik heb U onlangs verteld dat mijn baas en mijn bazin (voortaan noem ik ze de bazen) met mij naar Texel gingen. Wij zijn daar nog steeds en ik ben echt erg moe inmiddels. Kijkt u maar naar onderstaande foto.

U moet hier niet meteen de conclusie aan verbinden dat ik een watje ben, dat niks gewend is. Integendeel ik ben een sportieve hond in de kracht van mijn leven, maar zo’n week aan het strand is werkelijk topsport dat kan ik u verzekeren. Kijkt u maar naar onderstaand filmpje, dat een korte impressie geeft van wat ik daar aan het strand allemaal doe. En let u daarbij vooral ook op de reusachtige krachten waar mijn (inderdaad niet al te stevige) oren aan worden blootgesteld, om nog maar te zwijgen over de herrie die de wind daarin veroorzaakt.

Wat u zojuist hebt gezien, gaat onafgebroken door. Ik ren mij wezenloos. Mijn bazen houden de afstand die zij lopen bij met hun mobiele telefoons. Gemiddeld is een wandeling door bos, duin en langs het strand tussen de vijf en acht kilometer, maar u moet dan wel bedenken, dat ik die afstand bijna twee keer loop.
Wat zeg ik? Loop? Ik ren, achter die bal aan. En dan meestal met de bal in de bek terug naar de bazen. Een zich eindeloos herhalend ritueel. De bazen vinden het prachtig.
Zij vindt het geweldig als mijn oren flapperen in de wind. Daar raakt ze helemaal ontroerd van, maar zou ze zich wel eens afgevraagd hebben hoe dat voelt? Van die slappe aanhangsels die een willoze prooi van de harde wind zijn?
En hij? Hij denkt dat mijn jachtinstinct mij drijft om de bal na te jagen. Hij zegt steeds tegen haar, dat ze de bal laag moet gooien zodat hij dicht bij de grond blijft. Hij denkt dat ik er een prooi in zie en dat ik daarom zo achter de bal aan jaag. Nou hij heeft het helemaal mis, met zijn zogenaamde biologische inzicht. Ik doe het alleen maar omdat ik een hond ben die graag doet wat de bazen willen.
Ik wil graag leuk gevonden worden. Ik geef het onmiddellijk toe. Alles doe ik, als ze mij maar leuk vinden. Als ik een mensenkind was zouden ze op school van mij zeggen: Yuta’s gedrag wordt vooral bepaald door sociale wenselijkheid. Maar ik ben maar een hond en het wordt over mij niet gezegd. En dus ren ik me suf op het strand en lig ik ’s avonds in coma op mijn matje.
Gelukkig wordt het morgen een stormachtige herfstdag. De bazin zei daarstraks, dat het morgen waarschijnlijk alleen maar efficiënte rondjes zullen worden. Dat betekent, uitgaan, plassen en poepen en gelijk weer terug. Heeeeeeeeeeeeerlijk. Lang leve de herfst.

Read Full Post »

Terug naar de inhoudsopgave

De dubbeldekker van Texels Eigen Stoomboot Onderneming (kortweg TESO) vaart om 13:16 uur de veerhaven van Den Helder binnen, als mijn baas bij de kassa stopt om een ticket te kopen. Een betere timing is volgens hem niet mogelijk, maar daar ben ik het niet mee eens.
Ik was voor acht uur al buiten. Heb braaf geplast en gepoept en ik vind het zo langzamerhand wel weer tijd worden, maar ik zal wel weer moeten wachten, want ik ben tenslotte maar een hond die blij mag zijn dat de baas en de bazin mij op een weekje aan het strand trakteren.
Meteen na het ontbijt begon mijn bazin tassen te sjouwen. De baas bracht ze naar de auto en kwam kokhalzend terug. Dat is een vervelende gewoonte van hem. Altijd als we weggaan om iets leuks te doen wordt hij misselijk en U wilt niet weten wat een smerige geluiden hij dan produceert… Als welopgevoede hond schaam ik mij bijna dood op zo’n moment.

Eerlijk gezegd weet ik niet wat hem dan bezielt. Ik zou niet weggaan, als ik er zo misselijk van werd. Honden doen dat niet. Wij doen niks wat tegen onze zin is. Als wij iets doen dan kun je er zeker van zijn dat we het prettig vinden om te doen. Bij mensen schijnt dat toch wezenlijk anders te zijn. In ieder geval is het anders bij mijn baas.

Hij is overigens een geweldige baas. Als hij thuiskomt krijg ik altijd iets uit zijn linkerjaszak. Soms vergeet hij dat, maar dan help ik hem wel. Ik hoef dan alleen maar voor hem te gaan zitten en tegen hem op te kijken. In het ergste geval moet ik een keer met een voorpoot tegen zijn achterpoot tikken. En dan zegt hij meteen iets als: “Ach natuurlijk lieve schat van me. Als baasje thuis komt krijg jij altijd een brokje he? Baasje was het even vergeten.” Heel lief, maar de toon is wel wat irritant. Alsof ik een achterlijke hond ben, die niets begrijpt. Terwijl ik juist degene ben die hem er aan moet herinneren. Maar zo zijn mensen nou eenmaal. Die denken dat ze superieur aan ons zijn.

Maar goed, mijn baas krijgt altijd de zenuwen als hij weg moet. Hij schijnt niet zo goed tegen vertrekken te kunnen, want als we eenmaal onderweg zijn, kalmeert hij snel en merk je niets meer aan hem. De bazin vraagt dan nog wel eens of hij nog zenuwachtig is en dat snap ik dan weer niet. Zij wil altijd zo graag iets ondernemen, lekker een paar daagjes weg. Het is voor haar niet leuk dat de baas duidelijk moeite heeft met weggaan. Dus waarom dan, als hij volledig gekalmeerd lijkt, onderweg nog eens weer beginnen over die zenuwen? Dat snap ik nou niet. Voor je het weet krijgt hij weer de zenuwen en zet hij de auto aan de kant, omdat hij moet poepen en als de baas moet poepen, dat moet hij ook altijd meteen poepen. En met meteen bedoelt hij niet over tien seconden of zo, meteen is bij hem gewoon nu. Hier, waar dat ook is. Volgens mij is hij in staat om in een drukke winkelstraat midden op straat zijn broek te laten zakken als hij moet. Hier en nu heeft bij hem een heel dreigende betekenis. Mocht U hem ooit ontmoeten, denk daar dan aan.

Misschien vindt U het vreemd dat ik mij tot U richt, per slot van rekening ben ik een hond en U een mens. Misschien verbaast het U, maar ik ben niet eens de eerste hond die zich tot mensen richt. De hond van schrijver Martin Bril ging mij voor. In ‘Mijn leven als hond’, vertelt hij over het leven in het het gezin waar hij woont. Mijn baas en de bazin vonden het een prachtig verhaal. En ik …? Ik geneer mij een beetje om het te bekennen, ik was een beetje jaloers. Dat wilde ik ook wel. Een verhaal vertellen. Alleen … waarover ga je dan vertellen? Wat vinden mensen interessant om te lezen? Het is U misschien wel eens opgevallen dat wij honden niet zoveel met elkaar praten. Als we elkaar tegenkomen zijn we vooral geïnteresseerd in elkaars anale geuren. Daarom snuffelen we ook zoveel aan elkaars achterste.

Mijn baas zegt vaak tegen anderen, dat het maar goed is “dat wij elkaar niet zo begroeten.” Dat zegt hij altijd als we een hond tegenkomen die begeleid wordt door de bazin. Hij bedoelt daarmee dat het maar goed is dat de bazin van die hond niet op straat aan de kont van mijn baas gaat ruiken. Maar volgens mij bedoelt hij juist dat hij het heerlijk zou vinden als zij dat zou doen.
Het is niet te hopen dat hij ooit een bazin zo gek zal krijgen. Ik zie het al voor mij: mevrouw bukt zich om eens lekker de anale geuren van mijn baas op te snuiven en hij … laat een immense wind los in de wereld. Recht in haar gezicht. Wat moet haar hond dan wel van mij denken? Ik houd mij meestal zeer afzijdig als hij zich aan dit soort conversaties te buiten gaat. De lijn die hem met mij verbindt is vijf meter lang en ik ga in zulke situaties bij voorkeur de volle vijf meter bij hem vandaan met mijn rug naar hem toe zitten. Hij vindt dat zo lief van mij, dat hij dan tegen de mevrouw die geen besef heeft van de rampen waar ik haar voor probeer te behoeden, zegt: “Kijk eens. Lief hè? En zo geduldig. Ik kan rustig hier nog een half uur met U verder praten….” Als hij zo begint is het echt tijd om in te grijpen. Ik keer mij dan meestal resoluut om en ga recht voor hem zitten blaffen. Dat ik hem dan voor schut zet is zijn eigen schuld, moet hij maar niet zo staan te slijmen. Het resultaat is soms een brokje om mij nog even af te leiden, maar meestal volgt hij braaf en gaan we verder op mijn ronde.

Maar goed, ik was bezig U te vertellen dat wij honden bij voorkeur aan elkaars achterste snuffelen. Wij hebben daar namelijk klieren die onze ontlasting een geurtje mee geven. Daar halen wij een hoop informatie uit, maar dat begrijpt u natuurlijk niet. U ziet ons alleen maar aan elkaars achterste snuffelen of aan willekeurig welke drol die wij tegenkomen. Onze voorouders bakenden daar vroeger hun leefgebied mee af, maar wij hebben dat niet meer nodig, aangezien wij in gevangenschap leven. Hebt U zich dat wel eens gerealiseerd? Dat iedere hond die U tegenkomt in gevangenschap leeft. We worden meestal gekocht. Vroeger werden mensen ook wel gekocht. Daar waren zelfs speciale markten voor. Soms worden mijn soortgenoten uit een asiel gehaald. Ze zijn daar om allerlei redenen terecht gekomen en soms komen er dan mensen en nemen er een mee, naar hun eigen gevangenis. Dat gaat lang niet altijd goed, maar daar wil ik het hier nu niet over hebben, anders dwaal ik veel te veel af.

We stonden dus in de rij om met de veerboot naar Texel te gaan. Dat doen wij vaker en ik vind dat heel leuk. Texel is een eiland met een heel groot strand. Ik hou heel erg van het strand. Daar kan ik heerlijk achter de ballen van mijn baas aan rennen. Het is een simpel spel. De baas gooit met een lepel zijn bal een heel eind weg, ik ren er achter aan en breng hem terug. Heeeeeeeeeeeerlijk! Waarom ik dat heerlijk vind? Gewoon omdat het heerlijk is. Ik krijg het er alleen zo warm van. Thuis stap ik dan meestal in een smerige sloot, maar hier is er schoon water en zo verschrikkelijk veel. En het golft en schuimt en kan zo maar over je heen slaan, daar moet je nog aardig voor uitkijken.

“Het water is schoon en er is zo veel van”

Van al dat rennen en draven word ik wel heel erg moe en meestal breng ik dan ook de tijd in “ons huisje” in diepe slaap door. Dus als u mij niet kwalijk neemt, dan hou ik nu op met vertellen en ga lekker slapen. Als u wilt dat ik u nog eens wat vertel moet U hier maar terug komen, misschien heb ik dan wel weer een verhaal voor U. Ik vond het in ieder geval leuk om U even iets over mijn leven te vertellen.

Read Full Post »