Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2011

Een gereformeerde hand geven…

HOOGEVEEN 24 MEI 2011

In mijn jeugd in het gereformeerde Winterswijk zeiden de katholieken en de goddelozen vaak: Als je een gereformeerde de hand schudt, moet je daarna je vingers tellen. Ook in “kunstjes flikken” zouden gereformeerden meer dan gemiddeld goed zijn, zo werd beweerd.

Tja en dan nu… bij de vorige 1e kamer verkiezingen hielp de ChristenUnie de SGP nog aan een extra zetel. De SGP verkeerde maandag 23 mei 2011 in de situatie om wat terug te doen en de CU aan een extra zetel in de 1e kamer te helpen… maar dat hebben ze niet gedaan. Ze kozen voor de gedoogcoalitie. Tot grote frustratie en bijna onverbloemde woede in de CU.

Zouden de Katholieken en de Goddelozen in het Winterswijk van de jaren 60 dan inderdaad gelijk gehad hebben?

Read Full Post »

In die heerlijke overgewaardeerde sixties had Nederland een band die zich kon meten met Pink Floyd in de tijd van the Piper at the gates of dawn: the Dream uit Tiel, voortgekomen uit Mothers Love.

—————————

Beluister the Doting King.

—————————

Beluister Rebellion

Read Full Post »

Met veel belangstelling heb ik de afgelopen dagen de discussie gevolgd over de aanwezigheid van Grimbert Rost van Tonningen op de sprekerslijst van de dodenherdenking in Culemborg. Om meer dan één reden, maar niet in de laatste plaats omdat hij en ik in zoverre lotgenoten zijn, dat ook ik heb moeten afrekenen met het bittere gegeven een “kind van foute ouders” te zijn. Een proces dat mij vele jaren heeft gekost.

Laat ik meteen duidelijk zijn. Ik vind dat Rost van Tonningen, hoe eerbaar zijn bedoelingen ook waren, dit beter niet had kunnen doen. Een kind van nazi’s, NSB-ers en andere collaboranten voelt zich meestal plaatsvervangend schuldig. Zonder schuldig te zijn. Vanuit dat gevoel handel je al gauw op een manier die misverstaan kan worden.

In tegenstelling tot Rost van Tonningen heb ik in mijn jeugd (ik ben geboren in 1951) nooit enig verwijt gekregen, of enige pesterij ondervonden die in relatie tot het verleden van mijn ouders stond. Mijn moeder heeft mij zelf over dit zwarte verleden verteld toen op de lagere school bij geschiedenis de tweede wereldoorlog werd behandeld. Ik moet een jaar of tien zijn geweest.
Vanaf dat moment heb ik geworsteld met een gegeven dat ik liever niet had geweten. Rond mijn veertigste heb ik die worsteling definitief kunnen afsluiten door het strafdossier, dat door het bijzonder tribunaal  over mijn vader was aangelegd, van A tot Z te lezen en vervolgens naar de dodenherdenking in Westerbork te gaan en me daar  (in stilte) te realiseren dat het goed is om jaarlijks twee minuten stil te staan bij wat heel gewone mensen andere mensen aan kunnen doen. En verspreid over de hele wereld nog steeds aandoen.
Op dat moment voelde ik mij bevrijd van het loyaliteitsconflict, waar ik bijna drie decennia in had verkeerd. Een conflict waarbij ik wist dat het onmogelijk was voor mijn ouders te kiezen zonder het gevoel te hebben daardoor mee verantwoordelijk te zijn voor de misdaden van het nazisme. Ik was gevangen in tegenstrijdige gevoelens en ben daarvan bevrijd op het moment dat ik daadwerkelijk kon denken: het was fout, het is niet goed te praten en ik ben er heel erg boos over. Ik werd een volledig mens met een eigen geweten en een eigen rechtsgevoel.

De behoefte om mijzelf te profileren als “kind van …” was daarmee ook verdwenen. Ik had mij definitief mijn eigen identiteit verworven en de smetten van het verleden lagen daar waar zij hoorden: niet bij mij.
Grimbert Rost van Tonningen heeft zich op 4 mei 2011 tijdens de dodenherdenking in Culemborg geprofileerd. Dat hij die behoefte had kan ik goed begrijpen. Met zo’n achternaam is het onmogelijk om niet geassocieerd te worden met het belaste verleden.
In de laatste jaren van mijn worsteling ontwikkelde ik een immense haat tegen alles wat maar de reuk van “fout in de oorlog” met zich meedroeg. Dick Woudenberg, toenmalig bestuurslid van de Werkgroep Herkenning, noemde “de jongens Rost van Tonningen” in een interview en ik dacht “Ja die lui… kom op zeg”. Ik deed op dat moment precies datgene wat ik van anderen vreesde: ik veroordeelde “die jongens” op basis van hun naam en beschouwde hen niet als lotgenoten. In één klap werd mij duidelijk hoe makkelijk verleden nagedragen wordt.
Ik heb geen idee hoezeer deze jongens hebben geworsteld of hoe zwaar het moet zijn geweest dat hun moeder nooit afstand heeft gedaan van haar gedachtenkwaad. Ik wil er ook geen idee over hebben.

Ik kan begrijpen dat Rost van Tonningen een daad heeft gesteld. En ik hoop oprecht dat het hem en met hem vele anderen goed heeft gedaan, maar blijf van mening dat hij het beter niet had kunnen doen. Simpel omdat je van echte slachtoffers van het nazisme geen begrip mag vragen en van anderen moet je het begrip niet willen hebben. Pas als je daarmee kunt leven ben je een vrij mens.

Laat overigens duidelijk zijn dat ik, ook al ben ik vrij van het belastende schuldgevoel dat ik bijna dertig jaar met me  heb gedragen, liever trots op mijn ouders was geweest.

Read Full Post »